De cultuursector dreigt te verworden tot het afvoerputje van de arbeidsmarkt

De overheid moet geen instellingen subsidiëren die hun medewerkers voor (bijna) niets laten werken.

Beeld anp

Dat de culturele sector grotendeels draait op zeer weinig verdienende zzp'ers, is inmiddels bekend. Begin 2016 publiceerden de Sociaal-Economische Raad (SER) en de Raad voor Cultuur gezamenlijk op verzoek van minister Bussemaker een rapport waarin dit uitvoerig aan de orde kwam.

Voor veel van de mensen die in de culturele sector hun brood willen verdienen, vormt het zzp-schap een opstap. Het geeft hun de mogelijkheid om ervaring op te doen bij verschillende organisaties. Zodat ze later alsnog in aanmerking komen voor een van de weinige zeer gewilde loondienstbanen.

Maaike van Steenis is coach voor kunstenaars en creatieven.

In toenemende mate duikt er een nieuwe trend op die het bestaansrecht van dit model aantast. Steeds meer gevestigde, gesubsidieerde instellingen ontdekken het fenomeen 'werkervaringsplek'.

Zo plaatste Theater Utrecht, een instelling die in 2016 ruim 2 miljoen euro subsidie van gemeente en Rijk mocht ontvangen, onlangs een vacature voor een medewerker marketing en communicatie. Er wordt gevraagd om een afgeronde opleiding of relevante werkervaring. Het takenpakket is vergelijkbaar met dat van communicatiefuncties elders. De vergoeding (maximaal 150 euro per maand, voor minstens twee dagen) is dat echter geenszins.

Het Stedelijk Museum Breda, dat 3,5 miljoen euro subsidie ontvangt, plaatste in juli een aantal vacatures voor vrijwilligers. De taken betroffen werkzaamheden waarvoor een afgeronde hbo- of wo-opleiding wenselijk is. Gevraagde beschikbaarheid: 24 uur per week.

Oftewel: zowel qua werkinhoud als qua omvang zijn deze functies vergelijkbaar met betaalde banen in de culturele sector. Maar van een passende beloning is geen sprake.

Dat in de culturele sector relatief veel werkzaamheden door stagiairs worden verricht, is algemeen bekend, maar dat in toenemende mate ook afgestudeerden gratis aan de bak moeten, is op zijn zachtst gezegd zorgwekkend.

Als deze trend doorzet, betekent dat namelijk dat deze sector steeds meer afhankelijk wordt van gratis arbeid. En dat maakt kwetsbaar. Vrijwilligers haken nogal eens onverwachts af en het is lastig om hen gedurende langere tijd aan je organisatie te binden. Daarmee komt de continuïteit van het werk in gevaar.

Bovendien zullen goede, ervaren krachten uiteindelijk eieren voor hun geld kiezen. Ze vinden een betaalde baan in een andere sector. En zo dreigt de culturele sector te verworden tot afvoerputje. De plaats waar mensen aan de slag gaan die nog niets beters hebben kunnen vinden.

Natuurlijk zijn er ook andere beroepen waar men eerst enige jaren moet investeren voordat men in aanmerking komt voor betaald werk. Denk daarbij aan geneeskundestudenten die co-schappen moeten lopen na hun opleiding. Het grote verschil is dat zij na hun studie vrijwel zeker zijn van een goedbetaalde baan.

In de culturele sector is die zekerheid er niet. Sterker nog: de kans is groot dat je, als je uiteindelijk een van de spaarzame loondienstbanen hebt weten te bemachtigen, alsnog minder verdient dan anderen met een vergelijkbaar opleidingsniveau.

Subsidiegevers zouden hier hun verantwoordelijkheid in moeten nemen. Want een instelling subsidiëren die hun medewerkers voor (bijna) niets het werk laat doen waar ze voor gestudeerd hebben, dat zou je als overheid niet moeten willen.

Goed werkgeverschap zou daarom als criterium opgenomen moeten worden in de criteria voor subsidie, zodat hierop ook getoetst kan worden. Stages en vrijwilligerswerk kunnen zeker een plek krijgen in dergelijke organisaties, maar niet als vervanging van reguliere banen. Al is het maar om te voorkomen dat de culturele sector straks volledig afhankelijk is van onbetaalde krachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.