VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Wanneperveen

De corona-app brandt in mijn broekzak, maar waarom ben ik hier de enige?

Met een doorgeladen corona-app op zak rij ik IJsselland binnen, een land zonder koning, president of democratisch gekozen leider en toch is er een noodverordening van kracht.

IJsselland leek gevrijwaard van het virus op één plek na: Wanneperveen, een lintdorp dat zich mooi uitrekt in de weiden. Ribhouse Big Texas, best ribs in town, ging dicht na een positieve test van de eigenaren – zo’n vijftien dorpelingen raakten besmet, zeggen ze hier, maar hoeveel precies blijft beter onder ons, daar gaat IJsselland niets over zeggen. Het virus is een smet, daar slalom je liever omheen, het maakt je een gevaar voor de ander en verder probeert Wanneperveen nog iets te maken van het uitdovende toeristenseizoen.

Nader Sadeghianpour.Beeld Toine Heijmans

De zomer pruttelt na, tractoren zijn bulderend onderweg naar de herfst en wijken niet voor de laatste elektrisch ondersteunde fietsers. Het ribhouse is nog dicht. Verderop heeft Theo Visser zijn voordeur uit de scharnieren gelicht, het plamuren en schuren is bijna klaar, hij zat in het oog van de coronacrisis een paar weken in de kost in een Brabants hotel om aan hoogspanningsmasten te werken, ‘als je het over hotspots hebt’. Niets aan de hand. De corona-app – die was op het nieuws ja, die testen ze hier uit, ‘zou dat nou werken denk je?’ zegt Claudia Hulsman, zijn vriendin. In zekere zin horen ze tot de risicogroep maar ze hebben ‘m niet geïnstalleerd; liever praten ze over de Meppeler Sport Club, vijfde klasse zaterdag.

De coronamelder brandt in mijn broekzak: zodra ik een geïnfecteerde tegenkom, volgt bericht. Zal het een discreet gefluister zijn of een beierende noodklok? Volgens de gebruiksaanwijzing volgt een waarschuwing wanneer mijn telefoon een kwartier of langer ‘in de buurt’ van een besmette is – maar wat is ‘in de buurt’ en hoe lang duurt een kwartier? Dus hou ik Theo en Claudia aan de praat en vraag me af of de wettelijke afstand die we houden de werking van het apparaat frustreert.

Op de minicamping, onder een partytent, in de oksel van hun strategisch opgestelde caravans zitten jongens: twintignogwats, dus volgens de laatste berichten vatbaar voor het virus. Oja, die corona-app. Nee, dank u, ‘dat jaagt toch alleen maar angst aan’, ‘straks gaat ie nog af ook’, ‘je krijgt het of je krijgt het niet, daar moet je verder niet moeilijk over doen’.

Normaal gaan ze ’s zomers eerst samen naar de Zwarte Cross en daarna naar Blanes of Albufeira, ‘dat mag niet meer’, en nu ‘moeten we onszelf hier vermaken’. Dat is al heel wat. Ze aten in het Ribhouse Big Texas, ‘echt lekker man’, ze gaan vanavond weer. Als vriendengroep zijn ze ‘wel klaar’ met zichzelf beperken. De tweede golf? ‘Die komt er, maar daar zijn we niet mee bezig.’

Jongens op de minicamping.Beeld Toine Heijmans

Die jongensgroep is natuurlijk ‘tricky’, zegt daarna Zwanie Dijkema onder de luifel van haar Travel King-caravan – na haar pensionering zou ze met man Siegert lekker lang naar Zuid-Frankrijk, nu staan ze hier. Geen corona-app geïnstalleerd, ‘we zien de toegevoegde waarde niet’, zegt Siegert.

Een bui dwarrelt naar beneden en we kijken op onze buienradars. We doen alles met apps, zegt Siegert: het weer bekijken, een camping zoeken, het nieuws volgen, ‘maar dit komt gewoon te dichtbij’.

De campingeigenaar: ‘corona is gewoon een soort griep’.

Nu ontstaat een probleem: mijn corona-app is in bedrijf maar niemand die ik tegenkom heeft ‘m geïnstalleerd. Die slaat dus geen alarm. Ook niet verderop in Giethoorn waar de pantoffelparade alweer ouderwets vorm krijgt, inclusief de eerste groepjes Chinese toeristen, en niemand die ik het vraag iets van de app wil weten.

Theo Visser en Claudia Hulsman.Beeld Toine Heijmans

Telefoon: het is Nader Sadeghianpour van Ribhouse Big Texas, kom maar langs. Hij draagt een zwarte koksbuis, maakt een dubbele espresso en laat zijn corona-app zien. Zijn vrouw Farzaneh was eerst besmet, daarna hijzelf. Ze sloten de zaak uit voorzorg en gingen met de tweeling van negen tweeënhalve week in quarantaine, mondkapjes op om de kinderen niet te besmetten.

Ze waren niet de hotspot, maar werden het wel zodra de kranten het Ribhouse in de gaten kregen – één journalist deed zich aan de telefoon voor als medewerker van de burgemeester, zegt Nader, om hem informatie te ontfutselen. Zo’n goed verhaal: het restaurant als brandhaard, maar heel het dorp was een brandhaard op dat moment.

Elke ziekte zaait angst voor de zieken, dat is met deze pandemie niet anders. Ook dat verklaart de huiver voor de corona-app. Voor het leven dat definitief verandert – want wanneer verdwijnt dat virus, en welke apps zijn straks nodig voor andere virussen? ‘Je bent ineens een iets ander mens’, zegt Farzaneh, ‘zo voelt dat’.

Mensen die je in Meppel toeroepen. Terwijl je gewoon ruimschoots bent genezen.

Farzaneh: ‘Je bent ineens patiënt’.

Nader: ‘Niet alleen de ziekte, het hele sociale ervan is vervelend’.

Wanneperveen.Beeld Toine Heijmans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden