Column The New York Times

De Canadese politiek is niet schattig, maar corrupt

De Canadese premier Trudeau en zijn verdedigers lijken meer geïnteresseerd in het beschermen van een grote onderneming in Québec dan in de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, schrijft Jen Gerson, politiek journalist, in The New York Times.

De Canadese premier Justin Trudeau. Beeld AFP

Canada heeft iets eigenaardigs. Omdat we met weinigen zijn, beleefd zijn en een beetje afgezonderd liggen, denken veel mensen – ook veel Canadezen zelf – niets dan goeds over ons land. Alsof we van nature beter zijn dan andere landen met een grotere bevolking.

Nu is het waar dat Canadezen vriendelijk en vol vertrouwen zijn en geloven in het algemeen belang, instituties en de rechtsstaat. Er zit echter ook een duistere kant aan die ‘kleinheid’ van Canada: ons kleine netwerk, dat wordt gevormd door de politieke, zakelijke en intellectuele elite, is geïsoleerd en compact.

Het schandaal dat zich nu ontwikkelt rond premier Justin Trudeau – een tweetalige, feministische, pro-multiculturele liberaal die zo veel belichaamt van wat wij graag als onze volksaard zien – moet daar een eind aan maken.

In de kern gaat het SNC-Lavalin-schandaal over politieke bemoeienis met ons rechtssysteem. Eind vorig jaar zou door de premier en zijn staf druk zijn uitgeoefend op Jody Wilson-Raybould, de toenmalige minister van Justitie en procureur-generaal, om tot een schikking te komen met SNC-Lavalin, een bouwbedrijf in Montreal met goede politieke connecties.

SNC-Lavalin is al tientallen jaren betrokken bij corruptieschandalen. In het huidige schandaal dreigt het bedrijf te worden aangeklaagd wegens het met miljoenen dollars omkopen van Libische beambten, om contracten in Libië in de wacht te slepen.

Met een schikkingsvoorstel zou SNC-Lavalin strafrechtelijke vervolging voorkomen, waardoor het automatisch zou kunnen blijven meedingen naar binnenlandse overheidsopdrachten. Zonder die opdrachten zou het bedrijf ten onder kunnen gaan.

De enige in het kabinet die tegenstand leek te bieden, was Wilson-Raybould. In januari van dit jaar werd ze benoemd tot minister van Veteranenzaken, een degradatie.

Vorige week sprak ze in het openbaar voor een commissie van het parlement over de druk die op haar was uitgeoefend om een deal te sluiten met SNC-Lavalin. Urenlang verschafte ze details over ongepaste politieke inmenging in een strafrechtelijke procedure.

Haar getuigenis was onmogelijk te rijmen met eerdere keiharde ontkenningen door Trudeau. De premier en zijn verdedigers komen over als zwak en oneerlijk, en lijken meer geïnteresseerd in het beschermen van een grote onderneming in Québec dan in de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.

Trudeau kwam in 2015 aan de macht met de belofte van een nieuwe, herboren Liberale Partij die ver afstond van de muffe ons-kent-onsclub van weleer. Hoewel die partij zichzelf graag ziet als de vertegenwoordiger van alle idealen waar Canada voor staat, heeft ze een lange staat van dienst als het gaat om corruptie en gekonkel, vooral in Québec.

Met een electorale basis in de dichtstbevolkte gebieden, zoals Québec, zijn de liberalen al vele decennia aan de macht. Ze worden dan ook niet voor niets spottend aangeduid als de Natuurlijk Regerende Partij.

Met macht komen bepaalde gewoonten. Dat is overal zo, maar in een democratisch land met een bevolking die even groot is als die van Californië maar verspreid over een gigantisch landoppervlak, is de invloed beperkt tot een elite in Oost-Canada. Justin Trudeau, zoon van de vroegere premier Pierre Elliott Trudeau, is in hoge mate het product van deze elite.

Dat geldt ook voor SNC-Lavalin. Niet voor elk bedrijf neemt de premier de telefoon op. SNC-Lavalin, opgericht in 1911, is een van de kroonjuwelen van het bedrijfsleven in Québec. Hun lobbyisten hebben sterke banden met zowel Conservatieve als Liberale regeringen. Een van hun directeuren zit ook in het bestuur van de Trudeau Foundation. Het ambtenarenpensioenfonds van Québec bezit 20 procent van de aandelen van SNC-Lavalin.

De beslissing in de kwestie-SNC-Lavalin speelde in de aanloop naar de provinciale verkiezingen in Québec van 1 oktober 2018 – en de premier leek zich voornamelijk daarover zorgen te maken. Volgens de getuigenis van Wilson-Raybould zeiden hoge stafleden van Trudeau dat het bedrijf dreigde naar Londen te verhuizen als er geen schikking kwam. Een staflid zou tegen haar hebben gezegd: ‘Met de verkiezingen in Québec kunnen we dat niet hebben.’

Wilson-Raybould vertelde ook over een gesprek met Trudeau: ‘De premier benadrukte dat er verkiezingen waren in Québec en zei: ‘Ik ben parlementslid in Québec.’’ Op haar vraag of hij haar onafhankelijkheid als procureur-generaal terzijde wilde schuiven, zou de premier hebben geantwoord: ‘Nee, nee, nee, we moeten alleen een oplossing zien te vinden.’

Wilson-Raybould was de eerste vertegenwoordiger van de First Nations (de oorspronkelijke bewoners van Canada, red.) die tot minister van Justitie werd benoemd. Bovendien is zij een parlementslid van Vancouver. Vanwege die achtergrond is ze niet iemand die historisch gezien goed vertegenwoordigd is in de knusse wandelgangen van de Canadese macht. Wat kan SNC-Lavalin haar schelen? Waarom zou zij haar onafhankelijkheid en reputatie op het spel zetten om dat bedrijf te helpen?

Jen Gerson is politiek journalist in Canada. Dit is een ingekorte versie van haar column in The New York Times. Vertaling: Leo Reijnen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden