verslaggeverscolumnin Amsterdam-Zuidoost

De business van de dood begeeft zich in Amsterdam-Zuidoost op multicultureel terrein

.Beeld .

Nadat voetballer Kelvin Maynard op 18 september was doodgeschoten werden in Amsterdam-Zuidoost ‘geïmproviseerde rouwdiensten’ gehouden, waar mensen ‘zelf hun eten en drinken meebrachten’. In het verhaal in de Volkskrant wordt dit vermeld als een kleine bijkomstigheid in een wijk die verder wordt afgedaan als ‘zwijgwijk’ en – alsof er van overheidswege een keurmerk op is gedrukt – ‘erkende probleemwijk’.

Zaterdag klinkt opnieuw het ‘Mooi Bethania’, het vrolijke treurlied waarmee Surinamers hun doden de hemel in zingen, begeleid door looporkest Boven de Sterren van Chrisje Semmoh dat het met de ogen dicht kan spelen. ‘Kan best zijn dat we het ook bij Kelvin Maynard hebben gespeeld’, zegt Chrisje, ‘Ik weet het echt niet meer zeker. Gezien de drukte...’

Deze keer is niemand dood, maar feest is het toch, want er wordt een nieuw rouwcentrum geopend, speciaal voor Zuidoost en dus speelt Boven de Sterren wat het altijd speelt. Bijna iedereen kent de tekst en danst mee ‘...Sweet, sweet Bethania...’ Vooraan danst Mala Angna naar binnen, gevolgd door een predikant, een imam en een ratjetoe aan andere voorgangers, met achteraan een hindoepriester die moppert dat de mensen hadden moeten wachten tot hij niet alleen de vier hoeken van het gebouw, maar ook de ingang had gezegend.

Het ratjetoe is het kenmerk van Zuidoost, dat vroeger Bijlmer heette. Het is een wijk waar Ghanezen, moslims, Afro-Surinamers, Javaanse Surinamers, Eritreeërs, Hindoes, christenen, Chinezen en Amsterdammers-van-geboorte door elkaar heen leven, zonder dat een van die groepen het er voor het zeggen heeft.

Chrisje Semmoh (met grote trom) en Boven de Sterren.Beeld Michel Maas

Mala Angna is geboren in Suriname, maar woont al sinds 1974 in Zuidoost. Ze kent de mensen en de mensen kennen haar. Ze was zelfs even deelraadsvoorzitter en nu is ze ‘tot haar eigen verrassing’ manager geworden van het eerste multiculturele ‘afscheidshuis’ van Nederland.

In de dood mag iedereen dan wel gelijk zijn, in het begraven zeker niet. Angna geeft een korte rondleiding door het fonkelnieuwe voorgeborchte van uitvaartreus Yarden. Lege ‘dummiekisten’ staan in rouwkamers die nu showrooms zijn in Ghanese, Hindoestaanse en afro-Surinaamse stijl. Koelcellen blinken van de hygiëne, en moslimse gebedstapijtjes wachten in de garderobe, netjes opgerold, op gebed. Pijltjes wijzen naar Mekka, er zijn ruimtes om voeten te wassen, kamers om de lichamen van de doden ‘cultureel te bewassen’ en zelfs kamers waar je ‘24/7’ een wake kunt houden – elk met een eigen ingang zodat het personeel er niet wakker voor hoeft te blijven.

De muren zijn wit en alles is steriel. ‘Niets herinnert hier aan de dood’, zegt Mala, en zo is het. Het gloednieuwe gebouw ruikt lichtjes naar carbol en ademt ook verder de klinische efficiency die het midden houdt tussen een ziekenhuis en een hotel. Je proeft de koele business die de uitvaart is geworden in de handen van Dela, Monuta en Yarden.

Een 'Ghanese dodendisco'. Beeld Michel Maas

Maar verkijk je niet op de kale muren. Met dure projectietechnieken, spots, attributen, lampjes en gordijnen kan zelfs de kale ‘Vondelpark’-kamer in een handomdraai in een ‘Ghanese’ dodendisco veranderen.

De toiletten zijn breed genoeg voor Mooi-Bethania-dames of vrouwen in hoepelrok. Mala: ‘Elders moeten ze zich in allerlei bochten wringen. Het is best ongemakkelijk om met zo’n jurk op de pot te komen.’

En in een hoek is de keuken, met de extra zware afzuigers voor de ‘pittigheidsluchtjes’, zodat mensen kunnen koken wat ze willen. Mala: ‘Met wat ik nu ga zeggen bedoel ik niks verkeerds, maar de Nederlandse cultuur is vaak een kopje koffie en een plakje cake en dan weer naar huis. Die soberheid, dat is natuurlijk ook cultuur. Maar er zijn ook culturen die zeggen: mijn oma was zo bij leven, en dan moet het bij het afscheid ook zo zijn: met veel mensen, en eten, en vrolijkheid. Ze moet de geuren en kleuren en fleuren van het leven meenemen in de dood.’

Over alles is dus nagedacht en alles is doorgesproken met mensen van de religies die zaterdag het gebouw in naam van ieders god komen zegenen.

Het ‘afscheidshuis’ is van Yarden en dus big business, maar het is ook iets wat Zuidoost nooit heeft gehad. Dat schept verantwoordelijkheid, beseft Mala Angna: ‘Alles moet hier van mij een 10-plus hebben, een pareltje zijn. Want dit is Zuidoost.’

In ‘want dit is Zuidoost’ zit de crux voor alles wat in de wijk gebeurt: juist hier mag er niets misgaan, want als er iets misgaat, wordt de wijk er altijd op aangekeken. En dan is Amsterdam-Zuidoost weer de erkende probleemwijk, waar Mooi Bethania soms akelig dicht om de hoek kan liggen.

Beeld Michel Maas
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden