Opinie

'De burger heeft nooit iets te zeggen gehad over de EU'

Op formeel-democratische wijze is in 50 jaar iets erg ondemocratisch opgetuigd: de Europese Unie, schrijft Bastiaan Rijpkema. 'De Europese integratie was vanaf het begin een elitegedreven project.'

'Burgers werden maar mondjesmaat geïnformeerd over wat er in Brussel gebeurde; de consensus onder nationale politieke partijen zorgde ervoor dat het Europese project nooit de inzet van politieke strijd werd.' Beeld anp

Eindelijk opgelucht ademhalen. Het was maar een nare droom. Marc Peeperkorn ontzenuwt dé grote EU-mythe: 'We zijn er helemaal niet in gerommeld, we waren er steeds zelf bij!' (Vonk, 1 maart). Peeperkorn heeft alle Europese verdragen en toppen nagelopen en wat blijkt: onder elk verdrag prijkt een Nederlandse handtekening; bij elke top waren Nederlandse politici aanwezig. Dus hoezo 'erin gerommeld?', hoezo 'ondemocratisch?'

Maar over welke mythe hebben we het nu precies? Dat er een plotselinge Brusselse coup heeft plaatsgevonden? Dat we op een dag wakker werden en er ineens een flinke hap uit onze soevereiniteit bleek te zijn genomen? Dat je met je paspoort klaar zat in de auto, maar opeens mocht doorrijden bij de Duitse grens? Als dit de mythe is, heeft Peeperkorn die inderdaad succesvol ontkracht.

Probleem is alleen dat niemand dit beweert. De documenten en toppen waarover hij spreekt, zijn alom bekend. Iedereen weet dat je een verdrag moet ondertekenen voordat het bindend is. Ook weten de meesten wel dat het parlement zo'n verdrag daarna nog moet ratificeren. In die zin 'waren we er bij', inderdaad; niemand die dat bestrijdt. Peeperkorn ontkracht met veel retorisch vertoon een zelfgeconstrueerde mythe.

Politieke werkelijkheid
De politieke werkelijkheid laat zich echter niet reduceren tot het tellen van handtekeningen onder een stapeltje verdragen. Wat gebeurde er nu echt in de afgelopen decennia waarin we 'zelf voor de huidige EU gekozen hebben'? De Ierse politicoloog Peter Mair schreef daar een inzichtelijk boek over: Ruling the Void. Daarin laat hij zien dat de Europese integratie vanaf het begin een elitegedreven project was.

 
De politieke werkelijkheid laat zich echter niet reduceren tot het tellen van handtekeningen onder een stapeltje verdragen

Burgers werden maar mondjesmaat geïnformeerd over wat er in Brussel gebeurde; de consensus onder nationale politieke partijen zorgde ervoor dat het Europese project nooit de inzet van politieke strijd werd. Zo kon er decennialang in alle rust aan de EU gebouwd worden zonder dat zij voorwerp werd van een inhoudelijk debat. Precies zoals founding father Jean Monnet had voorzien.

Dit kon zo lang goed gaan omdat er een 'permissieve consensus' was: het volk vertrouwde de elite in haar Europese project. Waar ging het tenslotte over? Kolen, staal en uiteindelijk economische integratie. Technische onderwerpen waarover burgers zich niet direct druk maken. En als het gladstrijken van verschillen in wat nietszeggende regelgeving ons winst brengt, waarom niet?

Langzaam brokkelde deze permissieve consensus af. Eerst drong het besef door dat onderwerpen nooit alleen maar economisch zijn. Een gemeenschappelijke markt blijkt, via economische integratie, te leiden tot gemeenschappelijke regels over sociale huurwoningen, zwangerschapsverlof en immigratie. Daarna bracht het Verdrag van Maastricht de euro. Nederland wees al op de onvermijdelijkheid van een politieke unie, maar de andere lidstaten beseften dat dit niet te communiceren was. Dus haal-de men nog één keer de Monnet-methode van stal.

 
Burgers dachten: als het gladstrijken van verschillen in wat nietszeggende regelgeving ons winst brengt, waarom niet? Langzaam brokkelde deze permissieve consensus af
Jean Monnet, de geestelijke vader van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de voorloper van de EU. Beeld anp

Monnet richtte de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op als politieke hefboom - kolen en staal konden hem naar eigen zeggen 'geen donder schelen'. Zo ook de euro: uiteindelijk zou die toch wel leiden tot de politieke unie. Maar dit keer overspeelden de elites hun hand: de gemeenschappelijke munt leidde tot een diepe eurocrisis en definitief ontwaakte kiezers.

In alle naaktheid in de schijnwerpers
Dat was schrikken. Opeens stond het Europese project in alle naaktheid in de schijnwerpers. Het bleek in veel opzichten niet democratisch. Moeilijk grijpbare instanties stellen regels op, maar niet zoals we dat gewend zijn. Er wordt besloten, buiten de invloedssfeer van de politiek, op basis van expertise of juridische tests. Deze bewuste depolitisering werd geaccepteerd onder de permissieve consensus, maar staat nu onder druk. In allerijl wordt daarom getracht de EU dan maar alsnog te democratiseren: het Europees Parlement heeft meer bevoegdheden gekregen en men wil zelfs naar Europese kieslijsten.

Maar dit kan niet uitwissen dat de EU in de kern nog steeds hetzelfde elitegedreven, antipolitieke project is. Een niet-politieke ruimte waar zonder hinder van de weerbarstige nationale politiek gebouwd kon worden aan Europese integratie. Deze ruimte moet nu in een ongelooflijk tempo democratiseren, terwijl zij daar absoluut niet op ingericht is.

 
Kolen en staal konden Monnet naar eigen zeggen 'geen donder schelen'

Dat er onder elk Europees verdrag een Nederlandse handtekening staat, doet aan deze analyse niets af. En het maakt de EU zeker niet 'democratisch'. Je kunt op formeel-democratische wijze heel makkelijk iets erg ondemocratisch optuigen. Dat leert ons meer dan 50 jaar Europese integratie.

Die 'mythe' ontkrachten zou pas werkelijk interessant zijn. Maar dat doet Peeperkorn natuurlijk niet. Precies, omdat het geen mythe is.

Bastiaan Rijpkema is rechtsfilosoof en promovendus aan de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.