Opinie debatcultuur

De Britse parlementariërs kunnen nog wel wat leren van ons parlement

In tegenstelling tot het verbale en hilarische spektakel in het Britse Lagerhuis zal het er in de Tweede Kamer bij de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) weer behoorlijk saai aan toe gaan. Gelukkig maar, politici willen hier nog samen besluiten nemen, betoogt Roderik van Grieken.

De Britse Conservatief en voorzitter van het Lagerhuis Rees-Mogg tijdens het No-Deal-Brexitdebat op 3 september. Beeld AFP

Nadat wij de afgelopen weken weer gefascineerd hebben kunnen kijken naar het spektakel in het Britse Lagerhuis rondom de Brexit, is het woensdag en donderdag de beurt aan onze eigen parlementariërs tijdens het debat over de Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Het zal ongetwijfeld minder spectaculair worden dan wat wij doorgaans in de House of Commons voorgeschoteld krijgen. En dat is maar goed ook. Laten wij vooral trots zijn op onze eigen parlementaire ­debatcultuur die beter functioneert dan ‘the mother of all parliaments’.

Naar debatten in het Britse Lagerhuis kijken is vooral genieten van ­retorische hoogstandjes. Vrijwel iedere speech van een van de 650 parlementsleden wordt goed opgebouwd, is inhoudelijk duidelijk en wordt ­gelardeerd met een gezonde dosis ­humor en prachtige stijlfiguren. De voorzitter John Bercow, Mr Speaker, spant de kroon en is uitgegroeid tot een internationaal fenomeen. Het is op het basisniveau ook heerlijk overzichtelijk. Er zitten twee groepen ­tegenover elkaar die elkaar op ieder denkbaar onderwerp snoeihard en welbespraakt te lijf gaan.

Hoe anders is dat bij ons. De opstelling van onze Tweede Kamer leidt al tot onduidelijkheid. Wie hoort er nu bij wie? Maar ook het inhoudelijk volgen van het debat is regelmatig een uitdaging. Op de eerste plaats omdat er veel meer partijen meedoen. Daarnaast zijn onze politici, gemiddeld genomen, minder eloquente sprekers dan hun Britse collega’s. Dat komt onder andere doordat er generaties lang in het onderwijs weinig tot geen aandacht is besteed aan retorica.

De kennis ontbreekt simpelweg hoe je een overtuigend verhaal houdt. Tot slot hoeven Nederlandse Kamerleden geen campagne te voeren om verkozen te worden. Britse ­Lagerhuisleden hebben allemaal ­persoonlijk hun zetel moeten bevechten in hun kiesdistrict tijdens een ­verkiezingscampagne. Zodoende wordt er vanzelf geselecteerd op spreekvaardigheid.

Inzichten

Maar waarom zouden wij dan trots moeten zijn op onze debatcultuur? De belangrijkste reden daarvoor is dat het uiteindelijke doel van een politiek debat is om door middel van het uitwisselen en toetsen van elkaars ­argumenten te komen tot nieuwe inzichten en een besluit. En dat is precies wat bij ons gebeurt. In onze coalitie- en poldercultuur is het altijd belangrijk om goed te luisteren naar de standpunten en overwegingen van je politieke opponenten omdat je ­elkaar uiteindelijk nodig hebt, of in de toekomst kunt hebben, om verder te komen. Dat wil niet zeggen dat tijdens debatten partijen opeens hun standpunt veranderen over een onderwerp. Maar ze luisteren wel aandachtig, stellen elkaar inhoudelijke en scherpe vragen en zijn bereid hun standpunt op een later moment aan te passen om met andere partijen te kunnen samenwerken. Dit maakt het proces voor de buitenstaander vaak schimmig en ingewikkeld, maar de uitkomst wordt meestal relatief breed gedragen, waarbij steeds vaker coalities worden gesloten tussen ­wisselende partijen op verschillende dossiers. Voor vrijwel alle politieke stromingen valt er wat te halen.

Het is precies op dit punt dat de Britse politiek jammerlijk faalt. In de Britse debatcultuur bestaat het compromis niet en is er geen enkele interesse in de standpunten en belangen van andere partijen. Parlementaire debatten zijn dan ook geen echte ­debatten. Het zijn een aaneenschakeling van losstaande, prachtige monologen waarin het eigen gelijk wordt benadrukt en de tegenpartij belachelijk wordt gemaakt. Nooit wordt ook maar de suggestie gewekt van een inhoudelijke toenadering. The winner takes all.

Onvermogen

Leden van de verschillende partijen hebben vaak oprecht een hekel aan ­elkaar. Symbolisch is het feit dat pas in de laatste weken van het premierschap van Theresa May, drie jaar na het Brexitreferendum en op een moment dat de situatie al lang uit de hand was gelopen, voor het eerst achter de schermen gesprekken werden gevoerd tussen de premier en oppositieleider Jeremy Corbyn, om te kijken of er nog iets te redden viel.

Het leidde nergens toe. En zo zit het Brexitdebat nog steeds muurvast. Omdat er een politiek onvermogen is om in het landsbelang over de eigen politieke schaduw heen te springen. Politici zijn niet gewend naar elkaar te luisteren noch om water bij de wijn te doen.

Daarnaast hangt het Britse parlement aaneen van onduidelijke procedures en oude tradities , die onder druk in het eigen voordeel geïnterpreteerd kunnen worden. Zoals een premier die in z’n eentje het parlement vijf weken verplicht op vakantie kan sturen. Of voorzitter Bercow, die het vergaderproces en de behandeling van moties naar eigen politieke voorkeur kan invullen en daarmee enorme invloed uitoefent op de uitkomst van het proces. Dat is ondenkbaar in Nederland, waar alle procedures helder zijn beschreven. Als er al onduidelijkheid is wordt altijd vooraf door de voorzitter met alle partijen besproken wat wenselijk is. Als daar onenigheid over is, wordt gekeken naar wat op de steun van de grootst mogelijke meerderheid kan rekenen.

Kortom, onze polderdebatten zien er regelmatig wat saai en onduidelijk uit, maar zijn wel gebaseerd op wat het uiteindelijke doel is. Standpunten uitwisselen en toetsen en vervolgens kijken naar een zo breed mogelijk ­gedragen weg vooruit.

Roderik van Grieken is oprichter en directeur van het Nederlands Debat Instituut. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden