Dagboek van een huisartsJoost Zaat

De biodiversiteit in de natuur mag afnemen, in de zorg neemt die toe

Joost Zaat artikel columnBeeld .

Ooit was het uitzicht uit mijn huisartsenraam op de rest van de zorg overzichtelijk: specialisten, verpleegkundigen in en buiten het ziekenhuis, fysiotherapeuten, maatschappelijk werkers en logopedisten. Dat was het wel zo’n beetje. Maar nu? Daarom ter verstrooiing in coronatijden een veel te kort en niet uitputtend lexicon van de zorgverlenersexplosie in het vrije veld. De bureaucratische schil om de zorg laat ik weg, want als ik daaraan begin... De biodiversiteit in de natuur mag afnemen, in de zorg neemt die toe.

Verpleging en verzorging: had je ooit maar een soort wijkziekenverzorgende, nu zijn ze er in drie maten: ‘zorghulp’, ‘helpende zorg en welzijn’ en ‘verzorgende IG’. Lang dacht ik dat IG iets Oost-Duits was, maar het staat voor individuele gezondheidszorg. Ik kan nu twee soorten wijkverpleegkundigen tegenkomen: verpleegkundige niveau 4 en verpleegkundige niveau 5. Aan de keukentafel van mijnheer Gerritsen zie ik het verschil niet. Verpleegkundigen hebben trouwens vaak hun eigen specialisatie: die van de wonden weet weer niets van longen of diabetes en andersom. Gemeenschappelijk kenmerk: ze doen hartstikke nuttig werk én van elke soort zijn er te weinig. Maar iets minder soorten kan vast ook.

Huisartsen: daar had je ooit maar een soort van, zij het dat er destijds nog een heleboel waren die ‘bevallingen deden’. Nu staan er nog 39 in het speciale register voor verloskunde. De meeste apotheekhoudende huisartsen zijn door opkoopgedrag van apothekers jaren geleden al uitgekocht. Er zijn er nog 343 op het platteland. Inmiddels zijn er wel gespecialiseerde huisartsen: astma/COPD, diabetes, hart- en vaatzieken, reizigersadvisering en zelfs beleid en beheer. Huisartsen die iets van pandemieën weten, die mis ik nog. Ook al die huisartsen doen nuttig werk.

Leefstijlartsen: dit is een ondersoort van de huisarts, maar er zijn er ook die oorspronkelijk cardioloog waren. De laatste weken hoor je hen nauwelijks meer. Omdat u straks allemaal te dik uit quarantaine komt, blijft dat niet zo. Ze schrijven matige kookboeken en moraliserende stukjes in de NRC. Nuttig werk doen ze niet.

Praktijkondersteuners: ooit was er eentje voor diabetes. Nu heb je ze voor astma, hart- en vaatziekten, ouderenzorg, alledaagse problemen, levenseinde, psychische problemen voor volwassenen en een speciale voor kinderen. Een superondersteuner heet een physician assistant en die zou een groot deel van het vak van de huisarts kunnen overnemen zodat die dan alleen nog een beetje managet. Volgens mij schiet de evolutie hier door.

Cliëntondersteuners, vertrouwenspersonen en casemanagers: voor elke wet en elk soort aandoening een ander. Nut?

Functionarissen: voor de wet gegevensbescherming, voor de wet dwang en zorg, voor de ict en vast nog voor meer.

Consulenten: levenseinde, levensvraagstukken, wet maatschappelijke ondersteuning.

Coaches: chief happiness officer en gewone geluksdeskundigen, die heb je ook.

Mijn lijstje is nog veel langer, maar het past niet meer. Ik verzamel ze, inclusief hun opleiding en beroepsomschrijving. Mail ze naar j.zaat@volkskrant.nl. Kunnen we naast het lijstje ‘vitale beroepen’ een lijstje maken van beroepen die we na de crisis niet meer nodig hebben. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden