Nederland-Fietsland, wereldwijd een monsterhit, fietst jaarlijks 15 miljard ­kilometer, gemiddeld 880 kilometer per persoon.

Gehaaste samenlevingVan fietsfile tot fietsterreur

De binnensteden veranderen in warzones door de fietsterreur

Nederland-Fietsland, wereldwijd een monsterhit, fietst jaarlijks 15 miljard ­kilometer, gemiddeld 880 kilometer per persoon.Beeld Merel Corduwener

De fietser heeft de binnenstad in bezit genomen. Koeriers en high speed e-bikers, über-assertieve sportfietsers en bakfietsmoeders maken er de dienst uit. De auto? Die kan een rotschop krijgen. Maak plaats, aan de kant, weg jij. Hoelang gaat dit nog goed, vraagt Mirjam Schöttelndreier zich af.

Elke ochtend- en avondspits zitten de stressvlokken bij IT’er Ilse op oorhoogte: het Utrechtse Westplein, verdeelcentrum bij het Centraal Station van fietsers, voetgangers, auto’s en divers ­gemotoriseerd verkeer, is dan een soort warzone. Ilse: ‘Het ergste is het kruispunt met fietsers, die elkaar snijden, door rood rijden, meestal geen richting aangeven en voorbij zoeven met verschillende snelheden. Zo veel geschreeuw en bijna-ongelukken, soms overweeg ik de bus te nemen of te gaan lopen naar mijn werk.’

Staat Ilse alleen in haar weerzin tegen de narcististische jakkerfietser, de met zijn dubbele snelheid angstzaaiende speed pedeleccer en de pizzabezorger die met zijn stille scooter jou een rolberoerte bezorgt als hij plots schuin voor je fietswiel opduikt? Nee, wie herkent hem niet, die ruimte-opeisende en ‘über-assertieve’ fietser, zoals zij hem noemt? Ook menig automobilist voelt zich, zeker in fietssteden als Amsterdam en Utrecht, door middelvinger- of vuistheffende, soms zelfs schoppende fietsers, zonder verlichting op druilerige avonden, in de hoek of, bij een ongeval, zelfs in de ­beklaagdenbank gedreven.

Neem milieudeskundige Ton, fervent fietser, die op een dag in stilstand met zijn auto door een meisje van 13 van achteren wordt aangereden. Wie zit uiteindelijk met de gebakken peren? Ton, die vijf schadevrije jaren kwijtraakt door dit ­akkefietje en daardoor niet kan overstappen naar een andere verzekeraar. Voelt oneerlijk. De fietser lijkt als zwakkere verkeersdeelnemer overal mee weg te komen.

Nederland-Fietsland, wereldwijd een monsterhit, fietst jaarlijks 15 miljard ­kilometer, gemiddeld 880 kilometer per persoon: goed voor het milieu en voor onze eigen gezondheid, maar o, wát een stress elke dag. Als het Sociaal en Cultureel Planbureau constateert dat de Nederlander vooral bezorgd is over het toekomstige ‘samenleven’, pak er dan ook de ‘verkeerssamenleving’ bij. Iemand nog zin in de (e-)fiets en zijn stadse berijder?

Ook Divera Twisk, net terug uit Brisbane, waar ze hoogleraar fietsveiligheid was, beaamt dat haar collega’s in Amsterdam niet durfden te fietsen. Te ‘agressief’ hier. En zelfs Saskia Kluit, directeur van de Fietsersbond, erkent dat in sommige steden de dominantie van de automobilist is vervangen door die van de fietser – met soms bijbehorend gedrag.

Auto op de Dam

Zo, die politiek-incorrecte fietsergernis is er uit. Nu even terug in de tijd, want was het zo’n ideale samenleving, toen mijn ­vader eind jaren zeventig vanuit hartje Amsterdam, de auto gewoon lekker geparkeerd op de Dam, in krap 20 minuten naar ons Utrechtse dorp scheurde, zonder gordel, de Caballero in de mondhoek en met te veel receptie-jenever achter de kiezen, een King of the Road in een Audi voor wie no limits golden?

Welnee, goed dat aan dit naoorlogse vooruitgangsfeestje een einde is gekomen, met dank aan pressiegroep ‘Stop de Kindermoord’, opgericht in 1973. Een bres was er geslagen in het ook toen al vervuilende en binnensteden verruïnerende autofront. Applaus voor de activistische Fietsersbond, opgericht in 1975 en – pesterig verwijzend naar de autovriendelijke ANWB – toen nog ENWB (Eerste, Enige, Echte Wielrijdersbond) geheten, die de afgelopen decennia zo veel publieke ruimte en rust herwon voor en via het fietsersbelang. De internationale loftrompet wordt niet zomaar gestoken over de ongekende ­Nederlandse fietsvoorzieningen.

Oké, het is veel en veel te druk op tal van plaatsen en er komen nog steeds meer fietsachtige voertuigen bij, van wisselende zwaarte en snelheid. Met steeds meer ­menstypen erop, de steeds oudere ouderen die worden aangezet vooral actief te blijven, en ook jonge kinderen moeten blijven bewegen, graag per fiets. Dat is dringen in een klein land met een groeiende bevolking. Dus, zegt Saskia Kluit van de Fietsersbond: ‘Gedragscampagnes om de fietser galanter en aardiger te maken, prima. Maar wat echt helpt voor de veiligheid is als de overheid investeert in een betere infrastructuur.’ Nog altijd vallen er jaarlijks zo’n tweehonderd fietsdoden, ongeveer evenveel als doden bij auto-ongevallen. Een fietstunnel onder het spoor in Utrecht kost alleen wel tientallen miljoenen euro’s.

Zwakkere partij

En Tons geknakte rechtvaardigheidsgevoel? Je kunt het ook een vorm van beschaving noemen dat in Nederland sinds jaar en dag de zwakkere partij, fietser en voetganger, worden beschermd, kinderen onder 14 jaar zelfs honderd procent. De Groningse hoogleraar Personenschade Arvin Kolder legt uit: ‘Als gemotoriseerde verkeersdeelnemer aanvaard je een bepaald risico, ook dat je betrokken kunt raken bij een ongeval buiten je schuld. Daar ben je volgens de wet soms dan toch verantwoordelijk voor.’

Voelt niet altijd fair, wel iets dat na jaren samen praten is overeengekomen. En die schadejaren? Ook niet leuk, maar de zogeheten schadelast in het verkeer zet de verzekeringspremies onder druk, zegt Kolder, en door scherpe concurrentie zijn die premies volgens verzekeraars vaak al niet kostendekkend. ‘Die treffen dan maatregelen om te proberen de schadelast beheersbaar te houden.’ Ja, dan voel je als niet-veroorzaker behoorlijk in een hoek ­gezet, of vogelvrij. Maar dat fietsers om die reden maar hun goddelijke gang gaan en onverantwoorde ­risico’s nemen? Kluit vond in nog geen enkel onderzoek grond voor deze, in boze autokringen populaire, stelling.

Systeemsprong

De hooggeprezen ­én gestresste Nederlandse fietssamenleving staat met z’n hoverboards, (elektrische) steps, pedelecs (40 km/uur), bak- en vrachtfietsen (soms 600 kilo zwaar ), wielrenners en al die andere fietsvarianten voor een noodzakelijk ‘systeemsprong’, zoals Twisk het uitdrukt. Zo gewoon doorgaan, kan niet. Moderne step- en fietsachtigen vragen aangepaste wetgeving en ook de infrastructuur moet drastische aangepakt worden om de binnensteden bereikbaar en leefbaar te houden.

Let wel, voor u en mij, meestal meer-pettendragers, fietser en automobilist op een en dezelfde dag, die geregeld een innerlijke ‘ik eerst voor me eige’-stem moeten onderdrukken, graag de Ander hufterigheid verwijten en met de digitale snelweg in het hoofd ook nog een gehaast menstype zijn. Een lastige opgave dus, want bij leefbare binnensteden, zegt Twisk, gaat het niet alleen om met een cappuccino op een terras zitten. Nee, daar rijdt ook de zelfsturende auto rond, die je wel op 30 km kan laten rijden, maar die de fietser die zijn hand niet uitsteekt, ook (nog) niet begrijpt.

Ondertussen moeten we het in de hectische binnensteden met elkaar zien te rooien. En dan liever goedschiks: je kunt ook zonder verkeersbord vaart minderen, een hand uitsteken kost niks en vergevingsgezindheid – ook voor de automobilist die zich vergist – is gratis.

Kortom, eerst in de (eigen) spiegel kijken, want ondanks het chagrijn en tig verbeterpunten, vindt Twisk dat de Nederlandse fietscultuur bescherming verdient. Dat hier snelheidsduivels en brekebenen, van zeer jong tot zeer oud, állemaal fietsen: ‘Dat is echt zó uniek.’ Klinkt goed, de schuimende stress zakt alweer.

M.m.v. Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden