Commentaar Raoul du Pré

De bestuurlijke middenpartijen doen er goed aan Remkes’ analyse tot zich te nemen

Brengt de staatscommissie eindelijk momentum voor het referendum?

Oud-vicepremier Remkes, voorzitter van de Staatscommissie Parlementair Stelsel, overhandigt een adviesrapport over de vernieuwing van het parlementair stelsel aan minister Ollongren van Binnenlandse Zaken. Beeld ANP

Debatten over bestuurlijke vernieuwing krijgen algauw het karakter van een gezelschapsspel. Iedereen doet vol overgave mee, waarna er niets verandert. Dat geldt zeker voor het debat over invoering van het correctief bindend referendum, het meest ingrijpende voorstel dat de staatscommissie-Remkes doet om de democratie van nieuwe zuurstof te voorzien. De vorige staatscommissie deed hetzelfde, in 1985.

Toch hebben de voorstanders de tijd aan hun zijde. Alle nieuwe politieke stromingen die sinds de jaren ­negentig opkwamen, van SP tot aan Forum voor Democratie, hebben het referendum omarmd. Het voornaamste verzet zit bij de bestuurlijke middenpartijen VVD, CDA en PvdA, wier invloed afkalft.

Om te voorkomen dat zij op den duur worden geconfronteerd met iets wat zonder hen wordt besloten, doen vooral die partijen er goed aan Remkes’ analyse tot zich te nemen. De commissie betoogt met overtuiging dat ons huidige parlementaire stelsel steeds slechter in staat is om alle burgers inhoudelijk te vertegenwoordigen. Nederland dreigt een diplomademocratie te worden waarin lager opgeleiden de politiek de rug toekeren. De fractie- en coalitiedwang op het Binnenhof leidt er bovendien toe dat ingrijpende ­besluiten soms evident tegen de zin van de meerderheid van de bevolking ingaan. Juist iemand als CDA-leider Buma, die zichzelf manifesteert met zijn strijd voor de ‘gewone Nederlander’ die in de vergetelheid raakt, zou zich daardoor aangesproken moeten voelen.

Het voornaamste bezwaar tegen het referendum – het brengt complexe problemen terug tot een te simpele vraag – weegt niet op tegen de voordelen, mits het goed wordt ingekleed. Bindend dus, zodat er geen verwarrende discussies ontstaan over wat de Kamer met de uitslag moet doen. En correctief, zodat de volksraadpleging het parlementair proces niet doorkruist en er geen besluiten kunnen worden opgedrongen aan de volksvertegenwoordiging.

Het parlement mag niet worden gepasseerd, wel gecorrigeerd. Het ergste wat kan gebeuren is dat kabinet en Kamer worden gedwongen een voorstel in te trekken. In die vorm is het referendum een nuttig overdrukventiel bij maatschappelijk ongenoegen. De vraag is nu alleen nog: waar wachten we eigenlijk op?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.