OPINIEDrugscriminaliteit

De bestrijding van drugscriminaliteit kan zonder doemscenario’s

Doen alsof de drugseconomie onkruid is dat je kan afknippen bij de stengel, is een simplistische visie, betoogt Thijs Jeursen.

Twee personen zijn gewond geraakt door een explosie en daarop volgende brand in een drugslab in Weert. Beeld ANP

Sensationeel nieuws rondom drugscriminaliteit in Nederland en kritiek op een lamlendige overheid krijgen een steeds groter platform. Met Pieter Tops en Jan Tromp voorop (Opinie, 10 oktober) kunnen we elke maand wel iets lezen over hoe groot het probleem zou zijn aan de achterkant van Nederland: de kant die beleidsmakers ogenschijnlijk expres niet willen zien. De ‘naargeestige drugswereld’, zo stellen de auteurs van Nederland drugsland, is zo omvangrijk, dat bestuurskundig optreden nu echt niet meer uitgesteld kan worden.

En dat is precies het probleem. Tops en Tromp, een bestuurskundige en een journalist, vatten drugs op als een probleem van een overheid die er geen greep op zou hebben. Het werk van deze twee is al regelmatig bekritiseerd, vooral vanwege de zwakke methodologische onderbouwing en de anekdotische beschrijving van een probleem waarvan volgens hun respondenten weggekeken wordt door de politiek. In dit recente werk rapen ze alle mogelijke onderliggende problemen en tegenstrijdige oplossingen bijeen met als doel een apocalyptische en schaduwrijke toekomst te schetsen, en op die manier de politiek te mobiliseren.

Maar een bestuurskundige utopie is geen criminologische werkelijkheid. De idealistische combinatie van ‘het kapotmaken van de criminele drugseconomie’, en ‘preventief naar gebruikers en ‘sociaal tegen kwetsbare groepen’, staat lekker op je beleidsvoorstel. In de realiteit is een criminele onderwereld nooit los geweest van een normale bovenwereld. Als je beleid maakt op basis van de veronderstelling dat de drugseconomie een onkruid is dat je kan afknippen bij de stengel, werk je vanuit een simplistische visie, zoekend naar wat wel en wat niet crimineel is.

Vorig jaar heb ik onderzoek gedaan naar drugscriminaliteit in Amsterdam-West in opdracht van de gemeente. Mijn onderzoek zou helpen om een beeld te schetsen van een specifieke wijk die regelmatig in verband wordt gebracht met drugshandel. Hier zouden jongens opgroeien met een criminele loopbaan in het verschiet, als koerier of mogelijk als moordenaar. Straatcoaches kennen iedereen bij naam. En inderdaad, jongeren zijn betrokken bij drugshandel en geweld. Daarnaast staan jongens op straat, maken herrie en gooien afval niet altijd in de prullenbak. Maar in mijn onderzoek ben ik ook vooral kritisch op de keuzes die gemaakt worden om drugscriminaliteit beter te begrijpen en te bestrijden.

Met name Amsterdam wordt regelmatig bekritiseerd vanwege zijn ­progressieve beleid en cultuur. Dit zou drugscriminaliteit in de hand werken. Maar in elke (hoofd-)stad is er drugshandel en gebruik, en Amsterdam is een relatief veilige stad, bij lange na niet een narcostad. Eigenlijk weet niemand hoe groot de drugscriminaliteit eigenlijk is en wat ondermijning precies inhoudt, maar toch worden de antwoorden al ingevuld vanuit een cultureel kader.

Juist deze beeldvorming ondermijnt een eerlijk beeld van drugscriminaliteit, een beeld waarin we ­bredere ontwikkelingen als ongelijkheid, gebrek aan investeringen in de publieke sector, en het ideaal van consumptie zien.

Hier is niks Amsterdams aan. Het dominante ideaal van vrije markt maakt geen onderscheid tussenlegale of illegale goederen, een onder- of bovenwereld. Dat cocaïne nog sneller dan pizza kan worden bezorgd, zegt niet zozeer iets over de drug, maar juist iets over dat de bevrediging van onze behoeftes te allen tijde binnen handbereik moet zijn.

Verweven

De ‘drugswereld’ is geen afzonderlijke plaats, maar onlosmakelijk verweven met onze eigen politieke en economische systemen. In The Politics of Heroin schreef Alfred McCoy al over de betrokkenheid van de CIA en de Amerikaanse overheid bij de mondiale drugshandel in de jaren zeventig. Staatinstituties hielpen bij de transport van heroïne via vliegtuigen en andere voertuigen.

Het beeld dat McCoy schetst is duidelijk: drugsgebruik is onderdeel van het dagelijks leven, drugshandel onderdeel van de wereldeconomie, en het bestuurskundig onderscheid tussen legaal en illegaal, crimineel of niet, is vooral een geruststellende illusie – de suggestie dat we moeten vechten tegen een groeiende onderwereld, met het geloof dat er iets te winnen valt, is een fijne gedachte.

Uiteindelijk pleiten Tops en Tromp vooral voor gecontroleerd legaliseren, een combinatie van repressief en sociaal beleid. En inderdaad, het zou een stap zijn om de realiteit van drugshandel en -gebruik, die ooit ­crimineel is gemaakt, mogelijk te sturen. Hiervoor zijn echter geen doemscenario’s nodig, die houvast geven aan een zonnige toekomst, maar juist de erkenning dat repressie en selectieve criminalisering de drugswereld een schaduw hebben gegeven.

Thijs Jeursen is criminoloog en universitair docent Recht, Economie, Bestuur en Organisatie aan de UU.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden