Column Bert Wagendorp

De beste manier om humor zoals in De Luizenmoeder finaal om zeep te helpen, is hem te analyseren

De eerste aflevering van het nieuwe seizoen van De Luizenmoeder trok zondagavond bijna vier miljoen kijkers, de kijktellers van de SKO sluiten niet uit dat met de terugkijkers erbij het totale kijkcijfer uitkomt op vijf miljoen. Dat was lang geleden normaal voor een tv-programma, maar lang geleden is héél lang geleden en voor 2019 is het krankzinnig veel.

Briljant kun je de serie niet noemen. Clichés worden gekoesterd en grappen uitgemolken. De Luizenmoeder leent zich wel prima voor sociaal-culturele analyse. Het is, lees ik overal, niet de bedoeling dat je een beetje ongegeneerd gaat zitten schateren. Ook de lach moet in domineesland worden geduid: wat zegt hij over de lacher en wat zegt hij over óns? Waarom liggen we en masse (leden van de Bond Tegen het Vloeken uitgezonderd) in een deuk om schoolhoofd Anton, Juf Ank en de andere merkwaardige types op en rond De Klimop?

Het meestgehoorde antwoord op die vraag is, dat er in De Luizenmoeder dingen worden gezegd die in deze tijden als erg politiek incorrect gelden en waarvoor je wordt geslacht door de sociale-media-schanderoepers. Maar in De Luizenmoeder hebben ze lak aan de twittermeuk en anders kunnen ze zich verdedigen met ‘satire’. En wij eindelijk weer eens onbekommerd en opgelucht lachen.

In De Luizenmoeder komt een nieuw Marokkaans jongetje op school. Rijkelijk laat, maar misschien is De Klimop gesitueerd in een dorp even buiten Staphorst. Juf Ank spreekt zijn naam Achmed zo Marokkaans mogelijk uit en niet op z’n plat-Hollands, en dat is grappig. (Zoals ik het hier opschrijf niet, maar in de serie wel.) Als de vader van Achmed hem komt ophalen, wordt hij aangezien voor een zelfmoordterrorist en tegen de grond gewerkt. (Dat klinkt niet grappig en dat was het ook niet.)

De Luizenmoeder bevrijdt ons uit de politiek-correcte dwangbuis. Het zou kunnen dat daarom vijf miljoen mensen er eens lekker voor gaan zitten. Maar dat het politiek-correcte juk inmiddels op zoveel schouders drukt dat je naar een comedy moet kijken om er heel even van verlost te zijn, wil er bij mij niet in. Als dat wel zo is, wordt het tijd voor een comedy over vijf miljoen sneue sukkels.

De Luizenmoeder neemt ook de mores in ons basisonderwijs op de hak. Omdat iedereen met kinderen die herkent, werkt het op de lachspieren als die gewoontes worden uitvergroot – de hyperbool. Maar als het inderdaad zo erg is gesteld met het softe kinderen pleasen en de absurde bureaucratisering, kun je ook gewoon in de ouderraad van de school van je kind gaan zitten en je gek lachen om de andere mafkezen aan tafel. Toch doen vrij weinig mensen dat. Overigens komen Nederlandse basisschoolkinderen uit elk onderzoek naar voren als de gelukkigste kinderen ter wereld – dus de lachwekkende onzin werkt.

Was De Luizenmoeder alleen leuk vanwege het incorrecte gedrag van de hoofdrolspelers – of juist het zéér correcte gedrag – en ging het er verder om het schoolstelsel belachelijk te maken, dan was het een armzalige serie voor armzalige kijkers die hun onmacht, onvrede en frustraties hebben uitbesteed aan de comedy-schrijvers.

Ik vermoed dat De Luizenmoeder zo populair is, omdat je erom kunt lachen. Je zou elke grap die erin voorkomt humoristisch-wetenschappelijk kunnen ontleden, maar dan nog weet je niet waarom je moet lachen om de onweerstaanbare lapzwans Anton en de aandoenlijke bitch Juf Ank. Je moet dat ook niet willen weten. De beste manier om humor finaal om zeep te helpen, is hem te analyseren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.