ColumnSander Schimmelpenninck

De belangrijkste les van de toeslagenaffaire is dat we eens werk moeten maken van verstandig gezinsbeleid

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Een simpel tweetje van GroenLinks-Kamerlid Laura Bromet vatte de ellende van de toeslagenaffaire treffend samen: ‘Er is een simpel alternatief voor de kinderopvangtoeslag: gratis kinderopvang’. Een simpele constatering, die niettemin voor veel mensen als een nieuw inzicht zal komen. Wie kan zich immers een debat over gratis kinderopvang in de media of politiek voor de geest halen?

De simpele constatering van Bromet laat exact zien wat er voortdurend misgaat in deze gekmakend kortzichtige tijden; we houden ons al ruim een jaar bezig met de toeslagenaffaire, die ik hier overigens geenszins wil bagatelliseren, maar niemand lijkt geïnteresseerd in de kern: onze gezinspolitiek. Want waarom bestaat de kinderopvangtoeslag überhaupt? En waarom bestaat de kinderbijslag eigenlijk?

Wanneer ik door het woud van toeslagen en regelingen heen kijk, bekruipt mij één fundamentele vraag: waarom zou een overheid moeten bijdragen aan de keuze van mensen om kinderen te krijgen, en mensen er dus voor betalen? Die discussie wordt niet gevoerd, met een conservatieve staande praktijk als gevolg. De kinderbijslag en kinderopvangtoeslag vormen zo het waardeloze compromis van confessionelen die de vrouw achter het aanrecht willen houden en linkse partijen die iedereen aan de onderkant als steunbehoevend slachtoffer zien.

Toch is verstandig gezinsbeleid niet ingewikkeld, als je tenminste bereid bent een paar simpele zaken onder ogen te zien. De eerste is dat we in een even overbevolkte als drassige polder wonen, en er dus geen enkele reden is om mensen aan te moedigen kinderen te krijgen. Verder bepaal je zelf of jouw kinderen in armoede opgroeien; als je het niet al te breed hebt, moet je niet drie kinderen nemen. Kinderen kosten namelijk geld. Geld dat, zoals we allemaal weten, te verdienen valt door te werken. Wanneer de overheid voor gratis kinderopvang zorgt, kunnen beide ouders werken. Dat vergt een investering, waarvan de opbrengsten de kosten al snel overstijgen. Zo, probleem opgelost.

Maar omdat een Nederlander op een wijnkaart met een goede, middelmatige en goedkope wijn nu eenmaal de middelmatige kiest, tuigen we liever een gedrocht van een toeslagenstelsel op dan een duidelijke keuze te maken. En is Den Haag nu al ruim een jaar bezig met tijdverspillende symboolpolitiek, met geneuzel over poppetjes, en met institutioneel racisme bij ambtenaren.

In de economie bestaat er zoiets als opportuniteitskosten, ook wel alternatieve of opofferingskosten genoemd. Dat zijn de kosten van de gemiste kans: het zijn de gederfde netto baten van het beste, niet gekozen, alternatief. Die opportuniteitskosten bestaan ook in de politiek. De kinderopvangtoeslag is daar de perfecte illustratie van: de gederfde netto baten van het beste, niet gekozen alternatief – gratis kinderopvang – lijken mij enorm. Financieel, doordat ouders in Nederland te weinig werken en we daardoor flinke belastinginkomsten missen. Daarnaast moeten de gedupeerden van de toeslagenaffaire nu weer gecompenseerd worden. Maar zeker ook moreel, doordat we ouders hadden kunnen ontlasten in plaats van hen afhankelijk te maken.

Van het toeslagenstelsel tot het coronabeleid, ons gepruts is het voorspelbare gevolg van onze huivering om duidelijke keuzes te maken. We kiezen steevast voor de middenweg, die vrijwel altijd blijkt dood te lopen. Elk groot idee in Nederland, van een vliegveld op zee tot gratis kinderopvang, wordt door kleine geesten en de kruideniersmentaliteit vermorzeld. Waarna we opgescheept zitten met een compromis dat door alle uitzonderingen, regels, reparaties, willekeur en enorme gedoe onderaan de streep duurder is dan de beste optie, die in eerste instantie als te duur werd weggewoven.

Nederlanders zijn weliswaar handige handelaars, maar toch ook vooral gierige rommelaars die het vertikken groot te denken. Na een week van plechtige symboolpolitiek is de teneur dat de toeslagenaffaire vooral de gevolgen van het afbreken van de verzorgingsstaat laat zien, en dat de val van het kabinet nodig was omdat ‘symbolen ertoe doen’. De belangrijkste les van de toeslagenaffaire lijkt mij dat we eens werk moeten maken van verstandig gezinsbeleid.

Sander Schimmelpenninck is journalist en ondernemer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden