Sander Donkersin 150 woorden

De bejaarde meneer S. redt zich nog altijd handig uit netelige situaties

De bejaarde meneer S., in wiens brein het soms mistig is, had een aanvaring gehad met ‘die jongens uit de buurt’. In de eetzaal van het zorghuis hield een sociaal werkster zijn beide handen vast en keek hem diep in de ogen. ‘Dat had u niet moeten zeggen’, sprak ze zacht. ‘Wat niet?’ baste hij. ‘‘Vuile hond.’ Die jongens hadden beter uit moeten kijken, maar zulke woorden gebruiken wij niet.’

In de stilte die viel besefte meneer S. dat hij ooit inderdaad een man was geweest die zulke woorden niet gebruikte. Schuldgevoel daalde in, hard, onaangenaam. ‘Ik zei dat niet’, koos hij de vlucht naar voren. ‘Het klonk alleen zo.’ In zijn hoofd vinkte hij zijn opties af – rond, bont, kont, grond – totdat hem een licht opging. ‘Grote mond, dát zei ik.’

De vrouw zuchtte en wendde haar blik niet af. Toch vond meneer S. dat hij zichzelf handig uit een netelige situatie had gered.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden