Columnbert wagendorp

De avondschemer van een boze premier

null Beeld
Bert Wagendorp

Het zal vermoedelijk altijd een raadsel blijven hoe het werkt in het hoofd van Mark Rutte. Lang nadat Rutte de pijp aan Maarten heeft gegeven, en zelfs nadat hij het tijdelijke voor het eeuwige heeft verwisseld, zullen politieke historici zich buigen over de vraag hoe het brein van Mark Rutte in elkaar zat, hoe de werkelijkheid die zich daar had gevormd zo kon verschillen van de echte werkelijkheid, zonder dat Mark Rutte zelf in de gaten had dat er een verschil wás. Hoe hij de werkelijkheid vormgaf naar zijn eigen voorkeuren – zoals zoveel politieke leiders voor hem.

Gisteren zei Mark Rutte dat hij het graag zou horen als de Kamer geen vertrouwen meer in hem had, ‘dan ga ik iets anders doen’. Rutte had voor het debat over de verdwenen sms’jes besloten dat hij ditmaal de aanval als beste verdediging zou gaan hanteren. Bij voorgaande gelegenheden waar zijn betrouwbaarheid ter discussie stond paste hij meestal een andere tactiek toe: toegeven, excuses aanbieden en beterschap beloven – en als dat niet voldoende was om de meute af te schudden de definitie van het begrip waarheid zo’n reusachtige slinger geven dat iedereen in de Kamer in verwarring achterbleef en de premier triomfantelijk naar huis fietste.

Een leugen heette dan bij Rutte bijvoorbeeld geen leugen, maar was een ‘verkeerd herinnerde waarheid’, met de nadruk op waarheid: er was weliswaar iets onjuist voorgesteld (bijvoorbeeld het niet noemen van de naam Omtzigt), maar daarmee was het nog geen leugen; wat de premier zich herinnerde als de waarheid was bij nader inzien iets anders, maar zeker geen leugen; hoe kon een getroebleerde herinnering een leugen zijn?

Mark Rutte weet na bijna twaalf jaar als premier perfect welke woorden hij uit de kast moet trekken om zijn critici van weerwoord te voorzien. Hij wist dat hij niet wéér kon aankomen met semantisch gegoochel of met revolutionaire definities van waarheid en vertrouwen. Ditmaal moest de beuk erin.

Het ging donderdag niet zozeer over de vernieuwende wijze waarop de premier zijn sms’jes had gearchiveerd – meestal door op de delete-knop te drukken. Het ging over het groeiende wantrouwen tussen de Kamer en de premier. Een wantrouwen dat de afgelopen jaren keer op keer werd gevoed en dat nu over de rand van de emmer klotste. Het ging niet over toeslagen, aardbevingen of bombardementen, maar over een gammele Nokia – maar het was de druppel.

De ruimte voor vindingrijke fratsen was op, besefte ook Rutte. Je zag hoe hij zich langzaam maar zeker stond op te winden. Er was, constateerde hij, een einde gekomen aan ‘een basale relatie van vertrouwen’, een vorm van respect zoals die een halve eeuw geleden nog bestond tussen Den Uyl en Wiegel en zoals die er zelfs twintig jaar geleden nog was, toen hij zelf zijn entree maakte.

Allemaal weg en vervangen door eeuwig wantrouwen.

De samenleving, zei Rutte, had daar schoon genoeg van. Die wilde niet eens meer naar dit soort debatten kijken. De leden van zijn kabinet waren er ook klaar mee: prachtige baan, de politiek, maar de debatten waren ronduit onaangenaam.

De woede van Mark Rutte was authentiek, hij had zichzelf ervan overtuigd dat hij gelijk had – dat was het zorgwekkende. Het was misschien wel het beste bewijs dat we zijn aanbeland in de nadagen van een premierschap, bij de avondschemer van een boze minister-president.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden