Commentaar Het laatste woord

De autonomie van de rechter is een groot goed

De rechter is niet onfeilbaar en hij heeft private meningen. Toch is zijn autonomie een groot goed.

De president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden neemt het in een verklaring op voor de bekritiseerde, voormalige rechter Rinus Otte in de zaak rondom Anne Faber. Beeld ANP

Rechters genieten een grote autonomie en kunnen, anders dan leden van de meeste andere beroepsgroepen, niet voor een raad van discipline worden gedaagd. Advocaat (en voormalig plaatsvervangend rechter) Gerard Spong uitte in de Volkskrant van zaterdag kritiek op deze uitzonderingspositie. En hij sprak ongetwijfeld namens velen. Een vonnis of arrest waarvan achteraf kan worden vastgesteld dat het de samenleving onvoldoende bescherming heeft geboden tegen een dader − zoals onmiskenbaar het geval was bij Michael P., de moordenaar van Anne Faber − blijft zonder gevolgen voor de betrokken rechters. Die zouden, betoogde Spong, makkelijker en vaker ter verantwoording geroepen moeten worden.

Met de suggestie dat rechters ‘straffeloos fouten kunnen maken’ miskent Spong echter dat een rechter, doorgaans behept met een zekere beroepstrots, niet lichtvaardig voorbij zal gaan aan een fout. Ook niet als hij die fout vooral in de perceptie van de burger heeft gemaakt. Verder is de rechter onderdeel van een systeem van checks and balances. Hij kan zich niet te ver verwijderen van de consensus in de raadkamer en zijn uitspraak kan in hoger beroep worden vernietigd. Rechters die dit te vaak overkomt, lopen promoties mis of kunnen binnen de professie worden verbannen. Dat dit zich buiten de openbaarheid afspeelt, wil niet zeggen dat er geen zuiverend effect van uitgaat.

De (betrekkelijke) autonomie van rechters is er niet zonder reden. Ze moeten worden gevrijwaard van politieke en maatschappelijke druk en van de vrees dat zij naderhand ter verantwoording kunnen worden geroepen voor onvoorziene gevolgen van een vonnis of arrest. Deze waarborgen stellen hen in staat om de wet, met de interpretatieruimte waarover ze beschikken, te laten spreken.

Voor de rechter brengt dit met zich mee dat hij zijn uitspraak duidelijk en ‘in gewone mensentaal’ toelicht, zeker als hij een strafzaak anders beoordeelt dan de officier van justitie of − in het geval van een beroepszaak − een lagere rechter. Bovenal moet de rechter zich onthouden van publieke uitspraken waarmee hij twijfel kan wekken aan zijn neutraliteit. Ook in dat opzicht onderscheidt hij zich van de leden van de meeste andere beroepsgroepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.