ColumnAaf Brandt Corstius

De auto naar de garage of de kat naar de dierenarts: altijd vinden ze wel iets

Met je kat naar de dierenarts gaan, stel ik me zo voor als autoloze, is zoiets als met je auto naar de garage gaan. Je gaat voor een klein dingetje, maar eenmaal daar vertellen de experts je dat er nog veel meer aan de hand is, op plekken en met onderdelen waarvan jij nog nooit had gehoord.

Mijn kat Bremton is een klassieke rode kater: hij kan zich niet meer voortplanten, hij heeft de vorm van een theemuts en hij is mijn allerbeste vriend. Ik ben ook zijn allerbeste vriend, dat weet ik zeker. We beginnen ook steeds meer op elkaar te lijken, laten we wel wezen.

Bremton moest een prikje tegen de mysterieuze kattenziekte die de niesziekte heet – als die ziekte niet zo vervelend was, zou ik hem best eens willen meemaken, want het lijkt me leuk Bremton te horen niezen, maar goed. De dierenarts keek bij de algehele check even in Bremtons bekje en trof daar een griezelkabinet aan, dat, eenmaal geopend, niet meer met een goed geweten kon worden afgesloten.

Mijn kat bleek te lijden aan een syndroom waarbij de tanden en kiezen vanzelf verbrokkelen. Vaak komen daarbij zenuwen bloot te liggen. Bremton, vertelde de dierenarts, had hierdoor waarschijnlijk al heel lang hoofdpijn. Onvruchtbaar, dik en altijd hoofdpijn: het lot van de middelbare kat is zwaar.

Maar goed, de remedie was simpel: de verbrokkelde tanden en kiezen moesten worden getrokken, dat deed pijn, maar hij had die tanden en kiezen niet nodig. Daarna zou Bremtons leed voorbij zijn en zou hij, volgens de dierenarts, ‘enorm opleven’. Ik probeerde het me voor te stellen, mijn midlifer van een kat die, dik en onhandig, geheel opgeleefd door de kamer rent. Een tweede jeugd. Ik zag het niet voor me.

We brachten hem ’s ochtends, en ’s middags haalden we hem weer op. Het raadselachtige syndroom had veel van Bremtons tanden en kiezen getroffen, de helft van zijn gebit was eruit. De rekening bedroeg – dat ga ik niet precies vertellen, want het is niet netjes om over geld te praten, maar reken ongeveer 50 euro per tand of kies en dan dus heel veel tanden en kiezen.

Twee dingen zei ik toen. Meteen. ‘Dan hadden we het beter niet kunnen laten doen’ en daarna ook nog: ‘Dan had ik het liever zelf gedaan.’

Spijt van die uitspraken, natuurlijk, en nog meer toen Bremton ’s avonds weer luid spinnend op mijn schoot lag. Hij verweet me niets. Hij had geen hoofdpijn meer, of misschien nooit hoofdpijn gehad. Dat zouden we nooit weten.

Hij leefde ook helemaal niet op in de dagen erna. Hij was nog even sloom en vriendelijk als voor zijn ingreep. Hij was nog gewoon Bremton. Daar heb ik heel veel geld voor over.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden