Opinie

De alwetende God van de economische markt bestaat niet

De spraakmakende Tsjechische econoom Tomas Sedlacek hield gisteren de 32ste Van der Leeuwlezing. Hier de ingekorte versie van zijn lezing.

Tomas Sedlacek in de Martinikerk. Beeld Harry Cock

Er is lang gezocht naar een manier om de economie van een ethiek te voorzien, alsof er in het midden van die wetenschap, in het midden van de kille, rationele, technische analyse een zwart gat was dat opgevuld moest worden. Het was de hoop op iets dat de theorie menselijk zou maken, een hart of een ziel zou geven, omdat hart en ziel ontbreken waar alleen mechanica heerst.

Maar economie heeft wel degelijk een eigen ethiek, een heel sterke zelfs. Economie is omgekeerd normatief, dat wil zeggen dat wij niet onze eigen waarden inbrengen, maar dat de economie ons haar waarden oplegt.

Economie schept ethiek

Uiteraard heeft elk ideologisch systeem zijn eigen ethiek. Ik gebruik het woord 'ethiek' hier als aanduiding van een verzameling algemeen aanvaarde regels volgens welke degenen die onder invloed van een specifieke ideologie staan, in de praktijk abstracte waarden beschermen die van groot belang worden geacht voor een bepaalde ideologie. Je had dus nazi-ethiek en racistische ethiek om de hogere belangen van die ideologie (een beter ras) te beschermen, net zoals je een communistische ethiek had. Het feit dat een systeem een bepaalde ethiek heeft, betekent niet dat die ethiek, beoordeeld vanuit een kader buiten die ideologie, moreel of te rechtvaardigen is.

Het is dus niet zo dat we waarden moeten toevoegen aan de economie. 'Economische ethiek' bestaat al, is zeer sterk en bij sommige implicaties ervan voelen we ons niet prettig. Mijn doel is het deconstrueren van economische beeldvorming, van overtuigingen, verhalen en mythes die we gebruiken om het hele veld in zijn huidige vorm mogelijk te maken. Een tweede doelstelling is dat ik me wil richten op hoe het heeft kunnen gebeuren dat de economie stilletjes is veranderd in een bron van ethiek, hoe de discipline tot een soort religieus en ethisch baken is geworden. Economie staat immers niet los van ethiek, los van vraagstukken van goed en kwaad, al wordt die indruk dikwijls gewekt. Integendeel, economie schept ethiek - een heel eigen ethiek.

Egoïsme

De gangbare economische wetenschap vraagt zich niet af of mensen egoïstisch zijn of niet, maar stelt gewoon dat dat zo is. Hoe de keuze op dat wereldbeeld is gevallen, is niet geheel duidelijk, maar tegenwoordig stellen bijna alle studieboeken dat mensen rationele wezens zijn die nut proberen te maximaliseren. Studieboeken en leraren economie dragen dit wereldbeeld (al dan niet bewust) uit: egoïsme is niet alleen een toelaatbare of legitieme levenshouding en niet alleen maar een optie of een mening. Nee, er wordt gesteld dat het de enige zinnige (rationele) manier is om naar mensen te kijken. Elk ander gedrag is niet rationeel.

De veronderstelling dat mensen egoïsten zijn, is een van de hoekstenen van de economische ethiek. De homo economicus is een kernbegrip. Als je daarin niet gelooft, slaat het grootste deel van de micro-economie zelfs nergens op. Het is een door economen zelf geschapen beeld, kunstmatig geconstrueerd. Dat is op zichzelf geen probleem. Wat wel een probleem is, is dat we het niet als model gebruiken, maar voor waarheid aanzien.

Het moet ongeveer zo zijn gegaan. Een paar economen gaan 's morgens het laboratorium in en zeggen: laten we een model maken. Laten we nu eens aannemen dat mensen zus en zo zijn (rationeel, ze weten wat ze waard zijn, proberen die waarde te maximaliseren, beschermen hun eigenbelang, et cetera). 's Morgens zijn dit nog technische aannames over een model. We weten dus dat die aannames niet echt of representatief zijn en al helemaal niet 'waar'. Maar dan gaat er iets mis. Later op die dag gaan deze economen naar een kroeg, waar ze hun vrienden, filosofen, antropologen, psychologen en theologen ontmoeten en zeggen ze: 'Weet je wat we vandaag ontdekt hebben? Dat mensen rationeel zijn, dat ze hun waarde willen maximaliseren en alleen maar oog hebben voor hun eigen belangen.'

Tomas Sedlacek. Beeld Harry Cock

Rationeel gedrag

Wat is hier gebeurd? We zeggen niet: we hebben aangenomen dat we mensen kunnen samenvatten met de term homo economicus; we bedenken dat ze homo economicus zíjn. Met andere woorden: onderweg naar de kroeg zijn we in onze eigen aannames, onze eigen mythes, gaan geloven.

Het probleem is dat we te dicht bij onze eigen overtuigingen staan, te dicht bij onze eigen mythes en fantasieën. Zo dichtbij dat we ze niet langer als overtuigingen zien. Iedereen die te dicht bij zijn overtuiging of geloof staat, wordt gevaarlijk. We gebruiken het woord 'fanatisme' als er geen afstand wordt bewaard tot de mogelijkheid van ons geloof. Alle geloofssystemen zijn uiteindelijk systemen van mogelijkheid. We kunnen ons geloof niet gelijkstellen aan de realiteit. Waarom zijn we er, terecht, zo beducht voor dat onze kinderen op school worden gehersenspoeld door religieuze of politieke ideologieën, maar maken we ons geen zorgen over economische ideologie?

De belangrijkste morele les van de economische wetenschap is dat de rol en de betekenis van de mens zijn gelegen in het maximaliseren van onze eigen mogelijkheden. Zoals Jacques Lacan al zei, is de morele imperatief van onze tijd: u zult genieten!

Nog zo'n morele les van de economie is dat het rationeel is alleen oog te hebben voor jezelf en alleen maar aardig te zijn voor anderen als die aardig zijn voor jou. Met andere woorden: investeer alleen als je er waarschijnlijk iets voor terugkrijgt. De onzichtbare hand van de markt leert ons vooral dat we ons niet moeten bekommeren om de impact die onze activiteiten op anderen hebben, omdat de onzichtbare hand van de markt daar wel voor zorgt. Rationeel gedrag staat gelijk aan winstmaximalisering en vice versa. Elk ander gedrag is niet rationeel. Elk ander gedrag is schadelijk.

Waarden

Een andere sterke filosofische overtuiging binnen de gangbare economische wetenschap is dat de wereld kan worden benaderd met wiskundige modellen en dat dat ook geldt voor mensen en de interactie tussen mensen. We krijgen te horen dat we alleen die waarden moeten respecteren die economisch nut hebben, waarmee je winst kunt behalen of die je op de markt kunt brengen.

De boodschap is dat buiten de economie, buiten de intentie van een rationele berekening, niets zin heeft. Niet-economische motieven zijn onbetrouwbaar. Van alle menswetenschappen is alleen de economie echte wetenschap. Er zijn eigenlijk geen waarden buiten economie, althans geen waarden waarop of waarmee we kunnen rekenen; hogere waarden zijn een illusie. Hoe lang hebben economen er niet over gedaan om te beseffen dat ook cultuur waarde heeft (dat noemen we nu cultureel kapitaal) en dat samenlevingen waarde hebben (sociaal kapitaal) en zelfs emoties (emotioneel kapitaal). Het is trouwens opvallend dat we het woord 'kapitaal' nodig hebben om deze 'onzinnige' noties enige economische betekenis te geven.

Economie is een discipline die alles wegdrukt wat niet kan worden opgeteld. We weten allemaal dat er vele waarden zijn in het leven. Sommige hebben een getal (een prijs), andere niet. Hoe goed of precies onze wiskunde ook is, de resultaten zullen altijd op één been hinken, omdat sommige waarden nooit in de vergelijkingen worden opgenomen. Rekenen is prima, maar het is verkeerd om de getallen die eruit komen de fetisjistische macht te geven die ze in het debat van tegenwoordig hebben.

Het standaardtrucje van economie is om acht pagina's te wijden aan een of ander minuscuul wiskundig bewijs om vervolgens zonder enig bewijs of debat een enorme aanname te doen. Bijvoorbeeld dat mensen vrij en rationeel zijn. Om dat te bewijzen, zou je duizenden pagina's filosofie, theologie en psychologie moeten doorwerken. Toch oogt het resultaat als een van God gegeven waarheid. En we geloven het. Zonder enige twijfel.

Een mooi voorbeeld hiervan is het werk van de Europese Centrale Bank, die in 2011 'crediteur van laatste toevlucht' werd. In het Latijn betekent credo 'geloof', dus je kunt deze nieuwe rol ook interpreteren als 'Gelover van Laatste Toevlucht'. Als niemand meer gelooft (in de markten, valuta, et cetera) moet de Ge-lover van Laatste Toevlucht dat doen, in plaats van de markten, en dat geloof moet demonstratief zijn.

Geloof

De economie houdt de schijn op dat het een positivistische, waardevrije wetenschap is, maar als je de cijfers weghaalt, is er toch iets mythisch en normatiefs gaande. Neem de basis-Drieëenheid van de economische debatruimte: de Onzichtbare Hand van de Markt, Homo Economicus en Animal Spirits (Instincten). Wat opvalt, is dat het alle drie erg mythische begrippen zijn. We beperken ons hier tot de bekendste: de onzichtbare hand van de markt. Als je er goed over nadenkt, is dat een heel mysterieus begrip. Maar we hebben het zo vaak gehoord dat het wetenschappelijk is gaan klinken.

Toch is juist dit geloof fundamenteel voor de economie. Het is een geloof, want de enige manier waarop we vragen kunnen stellen over de onzichtbare hand van de markt is: geloof je in de onzichtbare hand van de markt? En de enige mogelijke antwoorden daarop zijn ja, daar geloof ik in (en wel hierom) of nee, daar geloof ik niet in (en wel hierom). Het is een geloof, in het hart van de economische wetenschap.

En dan nog iets. Wat opvalt, is hoe absoluut het antwoord moet zijn. Je kunt niet zeggen in sommige gevallen wel, in andere niet, of: de onzichtbare hand van de markt werkt meestal, dat wil zeggen: hij coördineert goed voor 68 procent en de rest moet een zichtbare hand zijn. Nu we het er toch over hebben, waarom is de hand van de markt onzichtbaar (wat is er zo onzichtbaar aan?) en niet bijvoorbeeld de hand van de overheid. De hand van de markt mag dan onbedoeld goed doen terwijl die van de overheid bewust goed doet, maar dat zegt nog niets over de onzichtbaarheid ervan. Het antwoord lijkt religieus van aard te zijn. Mensen spreken erover met trots of schaamte, maar nooit neutraal, zoals je zou verwachten van een niet met waarden beladen veld als de economie wil zijn.

Tomas Sedlacek. Beeld Harry Cock

Onzichtbare hand

Overigens, en dat zal u misschien verbazen, geloof ik wel degelijk in een onzichtbare hand, maar dan niet in die van de markt, maar van de samenleving als geheel. De samenleving kent zelfregulerende mechanismen, maar niet alleen in de vorm van markten. Soms redt de kunst-kant van de samenleving de politiek, soms redt de politiek de economie of de financiële sector (zoals in 2008). Wanneer onze beschaving te veel een onderneming wordt, komt er vanzelf een generatie hippies; als de boel te hip wordt, kun je rekenen op een wederopstanding van de punk. Wanneer we te zeer gaan geloven in de macht van de bureaucratie, schrijft Kafka net het laatste hoofdstuk van Het Slot. Over het geheel genomen kunnen we elkaar reguleren en met de hulp van anderen onszelf ook.

Hoe echter dit geweldige zelfregulerende mechanisme is geprivatiseerd en gefetisjeerd tot alleen maar markten is een mysterie waarover volgende generaties van antropologen en theologen boeken zullen volschrijven. Waarom hebben we het niet over de onzichtbare hand van kunstenaars? Of van de politiek? Of van de geschiedenis?

En doet deze marktdialectiek van these, antithese en synthese (vraag, aanbod, prijs) niet sterk denken aan Hegels Zeitgeist? En zijn die eigenschappen niet ook door de onzichtbare hand van de markten geprivatiseerd? Zijn de markten niet het element dat ons verder zal voeren naar de toekomst van de geschiedenis? Wat zeggen de markten? (We hebben een hele priesterorde van analisten om de deels rationele, deels emotionele bewegingen van de markten te duiden; analisten die tegelijkertijd de spreekbuis van die markten worden). Wat leeft er in de markten? Hoe is de stemming? Hoe voelen de markten zich vandaag? Wat willen de markten (van ons)? Op welke manier zijn ze de maat geworden voor ons, voor onze stemmingen, zienswijzen, ons optimisme en pessimisme? Wat kunnen we voor de markten doen? Wat krijgen we ervoor terug? Waar brengen ze ons heen?

Zo zijn de markten de ongeorkestreerde orkestrator geworden. Ze leiden ons naar de toekomst, ze coördineren ons, ze verbinden ons. Wij mogen hen niet orkestreren, zij orkestreren ons. Laissez-passer, laissez-faire, laat het gaan, laat het zijn werk doen. Stel geen vragen, je hoeft niet in te grijpen! Wij economen weten hoe het zit, wij begrijpen het. Wij zien de toekomst, wij weten wat goed is (voor de markt) en wat goed is voor de markt is goed voor iedereen.

Mensenwerk

Tot het moment waarop het gebed van de blinden die de blinden leiden in 2008 opeens veranderde in: grijp alsjeblieft in! Los het alsjeblieft op (wij kunnen het niet)! Doe iets. We hebben geen idee wat er loos is. Maar het is nog erger. Wanneer de blinden de blinden leiden, weten de blinden tenminste dat ze blind zijn, en handelen daarnaar. Wij leven in een wereld waarin de blinden die de blinden leiden, denken dat ze kunnen zien.

Markten zijn niet van God gegeven, zoals we tot voor kort dachten. Het is allemaal mensenwerk. Er zijn geen onzichtbare handen, alleen maar onze eigen handen, en die kunnen zowel goed doen als kwaad.

Onze mythische godheid, de alwetende, buitenrationele en alomtegenwoordige markt, de God van onze geglobaliseerde wereld, onze goddelijke ongeorkestreerde orkestrator - die bestaat niet.

Vertaling: Leo Reijnen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden