GastcolumnAnouk Boone

De als wandelende-fallus-verklede toerist symboliseert nu mijn vrijheid

Beeld Darrel Hunter

Terwijl de regelgeving omtrent woningverhuur wordt aangescherpt – vanaf 1 juli is het in drie wijken in de Amsterdamse binnenstad verboden om woningen aan te bieden via vakantieverhuursites als Airbnb – hoor ik al weken geen rolkoffers meer in de stad. Een paradoxaal gegeven: wij Amsterdammers snakten naar minder toeristen, maar nu die wereldreizigers er niet zijn, verliest ‘de stad van vrijheid’ ook enigszins haar kleur.

Precies een jaar geleden was ik op de Aprilfeesten van de Nieuwmarkt. Een jaarlijkse traditie vol vertier, dit jaar had de 33ste editie moeten zijn. Ik waande me kind met mijn toenmalige lief in de oude zweefmolen, dronk lauw bier in de zon en luisterde naar lokale bandjes. Bij café De Zon op de hoek van de Zeedijk, parelt het stof nu op de opgestapelde barkrukken in het zonlicht.

Supermarkt Amazing Oriental is open. Op het lege plein voor de Waag staan een paar marktkramen. Groente, fruit, kaas, poffertjes of ‘California smoothies’ voor 1 euro: het is een dankbaar aanbod. Iets verderop een kraampje met ‘Hollandsche Nieuwe’. ‘Even een harinkje pakken, een blokje om’, zegt een man daar tegen een onbekende voorbijganger, half verontschuldigend, half opgewekt.

Daarachter zijn de grachten nagenoeg uitgestorven. Verschoten rode gordijnen in velours hangen gesloten achter de ramen. Achter sommige ramen bungelt een geprint ‘hart voor de zorg’ in een plastic insteekhoesje voor het gordijn. Niet eerder hoorde ik de vogels tjirpen op de Amsterdamse Wallen. Een dakloze tokkelt op een gitaar in de Warmoesstraat. In de vitrines van de Condomerie staat het glijmiddel klaar voor gebruik.

Ik loop langs Antiquariaat Kok en zie Memoires van Boontje van Louis Paul Boon in de etalage staan. Het roept een glimlach op, van dwaze herkenning. In de etalage staat ook een biografie over Ramses Shaffy: Door alles heen. Ik zet zijn nummer Het is stil in Amsterdam op op mijn telefoon en loop richting de Dam. ‘De auto’s en de fietsen / Zijn levenloze dingen / De stad behoort nu nog / Aan een paar enkelingen / Zoals ik / Die houden van verlaten straten.’ 

Daar staat een vrouw, sigaret in de hand, te wapperen met een bellenblaaskoord in een zee van leegte. Tientallen bellen scheren door de lucht richting het Koninklijk Paleis. Een paar kinderen rennen er achteraan.

De stad snakte naar minder toeristen. Maar nu ze er in het geheel niet meer zijn – en ik geen wietlucht meer ruik, niet scheld op plots laverende fietsers – mis ik ze. Ik ergerde me aan de vele groepen die Amsterdam als podium van hun vrijgezellenfeest kozen. Maar die, als wandelende-fallus-verklede, bruidegom of bruid-in-spe symboliseerde ook mijn vrijheid om te gaan en staan waar en met wie ik wilde.

Ik weet niet meer hoeveel dagen we nu ‘intelligent afgezonderd’ zijn. Soms zoek ik naar de datum of dag van de week: verloren in de tijd. Om daar wat meer grip op te krijgen, lees ik A field guide to getting lost van Rebecca Solnit. ‘Verloren’ heeft volgens haar twee verschillende betekenissen: het bekende valt weg en het onbekende verschijnt.

Tijdens mijn ochtendwandeling bezie ik Amsterdam met andere ogen. Voorlopig zullen die rolkoffers nog niet komen – verhuurverbod of niet – en moeten wij afstand nemen van het idee van op vakantie gaan. In een stil Amsterdam denk ik over mezelf en over later. Of zoals Shaffy bezingt: ‘Ik kijk naar de wolken / Die overdrijven / Ik ben dan zo bang / Dat de eenzaamheid zal blijven / Dat ik altijd zo zal lopen / Dat ik eraan zal wennen / Dat dit zal blijven duren.’

De lege stadsgezichten zijn al herhaaldelijk vergeleken met de schilderijen van de Amerikaanse kunstschilder Edward Hopper. ‘Zelfs als hij de mensen weglaat houdt het decor iets noodlottigs, alsof die dingen meer willen betekenen dan wat ze zijn, een onderliggend, in de gewone werkelijkheid afwezig en onzichtbaar element van verdriet, melancholie en massief isolement’, schrijft Cees Nooteboom over diens werken in Wat het oog je vertelt. Kijken als avontuur.

Ik voel meer voor Shaffy’s interpretatie: de stilstaande auto’s en de fietsen, zijn levenloze dingen. En hoezeer ik ook verlang naar het leven in de stad, met ‘kijken als avontuur’ als leidraad, geloof ik niet dat ik de vakantie dit jaar echt zal missen.

Anouk Boone is journalist en ondernemer en in april gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden