De allochtone patiënt; lastpak of uitdaging?

Veel medici hebben zich laten meesleuren in de maatschappelijke golf die van ‘de allochtoon’ een karikaturale lastpak heeft gemaakt.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de manier waarop wij (toekomstige artsen) worden onderwezen hoe om te gaan met deze groep patiënten. Er wordt ons een ruimte gegeven waarin we vrij zijn onze eigen normen te hanteren als het gaat om zorg aan allochtone patiënten.

Zo wilde een student uit mijn werkgroep patiënten pas te woord staan als ze goed Nederlands spraken. Een andere student zei geen zorg te willen verlenen aan illegale patiënten. Mijn docent greep vreemd genoeg niet in om nog eens de eed van Hippocrates toe te lichten, die artsen absoluut geen ruimte geeft onderscheid te maken tussen patiënten op basis van nationaliteit, taal, afkomst, religie of sekse wat betreft het bieden van zorg.

Negatieve stempels
De samenwerking tussen arts en patiënt wordt bemoeilijkt als er maatschappelijke vooroordelen bestaan over groepen in de samenleving, want deze beïnvloeden de persoonlijke voorkeuren van artsen (immers ook gewoon mensen) en daarmee ook hun empathie voor patiënten. Teneinde de patiëntenzorg zuiver menselijk te houden, moet de geneeskunde weerstand bieden tegen de maatschappelijke en politieke tendensen die in dit tijdperk etnische minderheden negatieve stempels opdrukken.

Om de kwaliteit van de zorg te waarborgen is er een inspanningsverplichting nodig van artsen om het universaliteitsbeginsel van de geneeskunde (opgenomen in de Eed van Hippocrates) te handhaven. Dit kan alleen als de arts zélf overtuigd is van dit fundament en dus onder elke omstandigheid handelt in het belang van de gezondheid van zijn patiënt ongeacht zijn achtergrond. Het bewaken van deze dit fundament gaat helaas vaak mis, blijkend uit o.a. de falende ‘interculturele’ gezondheidszorg en de manier waarop deze wordt onderwezen.

Eisen
Tegelijkertijd worden artsen in toenemende mate geconfronteerd met lastige dilemma’s waarover met veel moeite standpunten worden ingenomen. Zo zijn er moslima’s die mannelijke artsen weigeren, was er de ontwikkeling van een ‘maagdenpil’ en is er commotie over een vernieuwde manier om meisjes te besnijden. Deze discussies laaien weliswaar incidenteel op en hebben betrekking op een (nu nog) relatief kleine groep patiënten, toch zijn deze dilemma’s deel van een tijdperk waarin specifieke eisen op basis van de religieuze en culturele overtuigingen van patiënten ook specifieke vaardigheden van artsen verlangen.

Trouw blijven aan de universele fundamenten van de geneeskunde is uitermate moeilijk als sommige patiënten juist eisen om behandeld te worden als bijvoorbeeld ‘een moslim’, ook als deze behandeling betekent dat hun gezondheid in het gevaar komt. Dat sommige Jehova’s getuigen bij operaties van hun kinderen bloedtransfusies weigeren (met kans op levensgevaar) is een aan religie gebonden probleem waar artsen mee kunnen worden geconfronteerd.

Er zijn veel bekwame artsen die deze kinderen toch kunnen ‘redden’ zonder in conflict te komen met de ouders, de wet, of hun eigen geweten. Dezelfde bekwaamheid is nodig om met de behoeften van streng islamitische patiënten om te gaan zonder hen daarmee in zorg tekort te doen, zonder persoonlijke waardeoordelen een rol te laten spelen bij de bejegening van deze patiënten, en zonder direct te knielen voor de wil van deze patiënten. Deze balans zoeken en vinden is geneeskunst en vormt in de multiculturele samenleving een enorme uitdaging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden