Column Aaf Brandt Corstius

De agressieve marketing van Fortnite, ik ben er volledig ingetuind

Toen mijn zoon het spel Fortnite wilde gaan spelen (het is geen bordspel, maar een game, dus het involveert op een stoel zitten met een controller en langdurig naar een scherm staren), dacht ik: laat ik nou eens een goede moeder zijn en me hierin verdiepen.

Ik las een avond recensies over Fortnite op internet, bekeek er diverse items over op het Jeugdjournaal en kwam toen uit op een conclusie die zo luidde: ‘De hoofdfiguren zien er schattig uit, ze leren je ook dansjes, en het Jeugdjournaal besteedt er ontzettend veel aandacht aan, dus zo erg kan het niet zijn dat je af en toe ook met een groot uitgevallen geweer op anderen moet schieten.’

Vervolgens gaf ik mijn zoon toestemming om Fortnite te spelen, net als de driehonderdduizendtriljard andere kinderen op de wereld die het momenteel aan het spelen zijn. Met elkaar. Soms speelt hij tegen een jongen in een heel ver land, en dan hoor ik de moeder van die jongen op de achtergrond iets schreeuwen in het Arabisch.

Ik begrijp niets van het spel, maar dat is niets nieuws, want ik ben van vóór 1985. Ik weet alleen dat je het met honderd mensen tegelijk kunt spelen en dat mijn zoon soms een man is, soms een vrouw, maar ook weleens een wandelend struikje. Dat wandelende struikje nam me nog meer in voor Fortnite.

Maar ik ben er volledig ingetuind, samen met de ouders van die driehonderdduizendtriljard andere kinderen, want het is gewoon een keihard schietspel. Als ik mijn zoon vraag hoe zijn dag was, zegt hij niet zoals vroeger ‘Saai’ of ‘Gewoon’, maar: ‘Ik heb drie kills gemaakt’. Verder klinken er op de tijden dat hij Fortnite speelt steeds doffe knallen door het huis, alsof je in een belegerde stad woont, niet ver van de plek waar de bommen vallen.

En dan kun je nog wel een wandelend struikje zijn, maar als je een wandelend struikje bent dat de hele tijd mensen aan het vermoorden is, is daar niks schattigs meer aan.

‘Dat spel leek me zo leuk omdat ze van die dansjes deden’, zei ik deze week tegen mijn zoon. 

‘Ze doen die dansjes bijna nooit’, zei hij.

‘Maar daar adverteren ze wel mee’, zei ik. Hij keek me aan met een blik die zei: dacht jij dat je slimmer was dan de agressieve marketing van een superpopulaire internationale game met wandelende schietende struikjes?

Nee, dat ben ik natuurlijk niet.

Gisteren speelde hij het met twee vrienden. Aan het begin van het spel klinkt altijd het ijle gefluit van een trein die in de verte voorbij rijdt.

‘Ik word altijd zo gelukkig als ik dat geluid hoor’, zei zijn ene vriend.

En dat je het dan toch allemaal wel weer prima vindt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.