Commentaar

Dat slavernij overal voorkwam, is geen reden om er in Nederland níét bij stil te staan

Een nationale herdenkingsdag is het eindpunt van de emancipatie van slavernij als thema.

Een militair haalt de Nederlandse vlag neer bij het monument in het Oosterpark na het officiële programma rond Keti Koti op 1 juli 2020. Er gaan stemmen op het een nationale feestdag te maken. Beeld
Een militair haalt de Nederlandse vlag neer bij het monument in het Oosterpark na het officiële programma rond Keti Koti op 1 juli 2020. Er gaan stemmen op het een nationale feestdag te maken.

In de Nederlandse annalen had 1 juli 1863, de dag waarop de slavernij op de Antillen en in de toenmalige kolonie Suriname werd afgeschaft, tot voor kort hoegenaamd geen betekenis. Deze historische gebeurtenis werd in de kroonjaren 1963 en 1988 niet herdacht. Althans: niet op een zodanige wijze dat de media er nota van namen. Dat veranderde geleidelijk na de laatste eeuwwisseling. In 2002 werd in het Oosterpark in Amsterdam het Nationaal Monument Slavernijverleden onthuld – achter dranghekken die hoogwaardigheidsbekleder scheidde van de nazaten van slaven. Sindsdien zijn ook elders in Nederland slavernijmonumenten verrezen. En nu dringen de burgemeesters van de vier grote steden van Nederland erop aan 1 juli tot nationale feest- of herdenkingsdag te verheffen. Met dit voorstel oogstten zij bijval bij de potentiële regeringspartijen D66, PvdA en GroenLinks.

Het voorstel van de vier burgemeesters lijkt dan ook een hamerstuk, schreef Karwan Fatah-Black – docent geschiedenis aan de Leidse Universiteit – in NRC Handelsblad. En vermoedelijk heeft hij gelijk. Al was het maar omdat de invoering van zo’n herdenkingsdag recht zou doen aan de huidige samenstelling van de Nederlandse bevolking, en aan de grote betekenis van deze dag – Keti Koti, ‘Ketenen gebroken’ – voor Nederlanders met een Surinaamse of Caribische achtergrond. Een feestdag zou het voorlopige eindpunt vormen van de emancipatie van het thema slavernij in de wetenschap en ‘het publieke debat’.

Over de invulling van Keti Koti als nationále feestdag, lopen de opvattingen nogal uiteen (wat overigens ook het geval is bij andere nationale feestdagen). Komt de nadruk te liggen op het specifiek Nederlandse aandeel in slavernij en slavenhandel – zoals bij de veel besproken slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum – of moet hij herinneren aan slavernij als een verschijnsel dat gedurende vele eeuwen op alle continenten onderdeel was van de normaliteit?

Over met name de laatste vraag heeft op de opiniepagina’s van de Volkskrant vorige week een verhit debat gewoed. Een consensus tekende zich daarbij niet af. Voor de invoering van Keti Koti als nationale feestdag is dat ook geen voorwaarde. Evenmin zou de erkenning van het feit dat slavernij en slavenhandel geen Nederlandse uitvindingen waren een herdenking van het Nederlandse aandeel in de weg moeten staan.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden