opiniestuk armeense genocide

Dat Nederland de Armeense genocide zou erkennen, klopt niet, helaas en schandalig genoeg

Het kabinet spreekt nog steeds van ‘de kwestie van de Armeense genocide’, terwijl er wetenschappelijke consensus is, constateert Inge Drost, secretaris van de Federatie Armeense Organisaties Nederland.

Beeld Joris van Gennip

In het positief gestemde en hoopgevende artikel ‘Terug naar Armenië in de euforie van de revolutie’ (Ten eerste, 26 februari) – terecht en noodzakelijk na alles wat er in het kader van asiel en kinderpardon over Armenië is geschreven – is een fout geslopen. Dat Nederland een van de ongeveer dertig landen zou zijn die de Armeense genocide erkennen, klopt niet, helaas en schandalig genoeg.

In veel betekenissen erkent ‘Nederland’ zeker de genocide. Zoals in de betekenis van het parlement, het hoogste orgaan van onze democratie, dat de genocide dubbel en dwars erkent sinds de unanieme motie-Rouvoet in 2004. Ook ‘Nederland’ in de zin van de wetenschap, de media en het Nederlandse publiek erkent vrijwel unaniem en overduidelijk de genocide.

Voor het Nederlandse kabinet is het echter nog altijd de ‘kwestie van de Armeense genocide’. Dat zou alleen een juiste formulering zijn als daarmee de Turkse ontkenning van de Armeense genocide wordt bedoeld. Men durft zelfs te schrijven over ‘de herdenking van de kwestie van de Armeense genocide’. Dat is absurd en kwalijk.

Dit standpunt is nergens op gebaseerd, want er is geen kwestie: er is wetenschappelijk internationale consensus over de Armeense genocide. Ze wordt door het Niod onderwezen, naast de Holocaust en de genocide in Rwanda.

In het door het kabinet gevraagde wetenschappelijke volkenrechtelijke advies van 2017 (over het gebruik van de term genocide door politici) is ook geen enkele grond te vinden om de term genocide te beperken tot gebeurtenissen waarover een internationaal tribunaal heeft geoordeeld en waarover de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een uitspraak heeft gedaan. Geloof het of niet, het kabinet gebruikt juist deze twee anachronistische argumenten om nog altijd van een kwestie te spreken en niet van de Armeense genocide, zoals zoveel andere landen. Daar is dus géén grond voor.

Het standpunt leidde onder andere tot een ‘lege stoel’ bij de 100-jaar-herdenking van de genocide in 2015 in de Armeense hoofdstad Jerevan en tot consequente uitvluchten van Nederlandse ministers om tijdens de landelijke herdenking bij het ooit fel omstreden monument in Assen te verschijnen.

Het werkt bovendien integratie tegen, want het leidt tot genoegzaamheid in bepaalde Turkse kringen, die zich door het kabinet in hun ontkenningsbubbel gesteund voelen; vaak mensen met slecht onderwijs, blind gelovend in de Turks alternatieve ­geschiedenis en/of ingezet bij de felle ontkenningspolitiek van het Turkse ministerie van Ontkenningszaken.

Kortom: in de aanloop naar de Herdenkingsdag Armeense Genocide op 24 april doe ik een oproep aan het kabinet onder het motto ‘Geen Kwestie Van’: spreek normaal over de Armeense genocide en stuur om te beginnen de minister van Sociale Zaken, die over integratie gaat, dit jaar naar Assen.

Inge Drost, secretaris van de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON).

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden