Column Daniela Hooghiemstra

Dat je van begrotingen niet wakker hoeft te liggen, is volgens mij het fijne van 16 zijn

Net nu ik begon te wennen aan het idee dat pubers een speciale breinstructuur zouden hebben waardoor ze bepaalde dingen gewoon niet kúnnen, kondigt de regering aan dat zij overweegt 16-jarigen stemrecht te geven.

GroenLinks en D66 willen het graag en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), die de regering adviseert, juichte het plan onlangs toe.

De kiesgerechtigde leeftijd daalde in de vorige eeuw tussen 1946 en 1972 van 25 naar 18 jaar. Dat illustreert de flitsende snelheid waarmee jongeren zich na de oorlog van hun ouders emancipeerden.

Terwijl ze vóór de oorlog nog als trammetjes over hun rails reden, wilden zij twintig jaar later alles anders. Omdat jeugd, synoniem voor dwarsheid en verandering, botste met ouderlijk gezag, ontstond niet alleen de behoefte om de kiesgerechtigde leeftijd aan te passen, maar ook om de grens van wettelijke meerderjarigheid te verlagen van 21 naar 18 jaar.

Van die kloof is nu geen sprake meer, integendeel, jongeren blijven juist langer thuis wonen omdat zelfstandigheid vaak meer na- dan voordelen oplevert.

In 2010 werd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzocht wat de consequenties zouden zijn van stemrecht voor 16-jarigen. De conclusie luidde: géén.

Toch waren GroenLinks en D66 er niet vanaf te brengen. De zegeningen, zo beweerde de Raad voor het Openbaar Bestuur, zitten hem in de bevordering van ‘inclusiviteit’ en ‘burgerschap’.

Niet de oplossing van een actueel probleem is dus de motor achter het plan, maar een abstract ideaal. Net zoals het perspectief van eeuwige zaligheid voor sommigen een reden kan zijn om dagelijks te bidden.

Uitsluiting van 16-jarigen zou volgens de Raad ook leiden tot ‘machtsmisbruik’ door oudere generaties. Niet alleen vind ik dat een wel zeer negatieve uitleg van de democratische gewoonte om volwassenen hun stem uit te laten brengen, ook vraag ik me af waar dat ‘misbruik’ zou stoppen, aangezien de 16-jarigen op hun beurt ook hun wil weer zouden opleggen aan de 0- tot 15-jarigen.

Als opvoeder van een aantal kinderen vraag ik me bovendien af hoever de Raad in het doorvoeren van het principe van gelijkheid wil gaan. In mijn huis leidt de aanname dat meer- en minderjarigen gelijke rechten hebben, regelmatig tot fikse crises, die pas eindigen als de harde woorden: ‘en wie betaalt dat dan?’ of: ‘dan ga jij toch lekker een eigen huis zoeken’, gesproken zijn.

16-jarigen betalen geen, of weinig belasting. Omdat hun ouders financieel verantwoordelijk voor hen zijn, hoeft dat ook niet. Dat je van begrotingen niet wakker hoeft te liggen, is volgens mij het fijne van 16 zijn. Zelf lijken 16-jarigen dat trouwens ook in de gaten te hebben, want slechts een minderheid, zo blijkt uit onderzoek, zit op stemrecht te wachten.

De Raad erkent dat jongeren weinig belangstelling hebben voor politiek. Maar, zo redeneert zij, juist om ‘burgerschap’ te laten ontwaken, moeten ze stemrecht krijgen.

Zo redeneren ouders die hun gamende zoon op zijn verjaardag een abonnement op de sportschool cadeau doen, ook. Niet alleen is het een klassieke opvoedingsfout, ook doet de Raad er afbreuk mee aan het ‘burgerschap’ dat zij juist zegt te willen bevorderen. Democratie is namelijk geen educatief project, zoals museumbezoek, maar een precair middel om macht te verdelen.

De Raad kent in haar rapport aan 16-jarigen karaktereigenschappen toe waar menig volwassene een puntje aan kan zuigen. Zo zouden op hun leeftijd ‘zelfcontrole’ en ‘zelfreflectie’ de kop opsteken en zouden zij ‘vooruit’ kunnen denken en ‘betekenis’ willen hebben voor anderen.

Omdat over pubers iedere keer wat anders gezegd wordt – vorige week werd in deze krant nog beweerd dat ouders zich tegenover hen dienen op te stellen als ‘kamerplant’– ben ik het spoor zo langzamerhand een beetje bijster.

Maar dat de Raad al die goede eigenschappen opsomt ter ondersteuning van haar pleidooi voor uitbreiding van het stemrecht, vind ik bezwaarlijk. Zo wekt zij namelijk de indruk dat aan het recht om te stemmen bepaalde karakterkwaliteiten zouden zijn verbonden, terwijl de essentie van onze democratie nu juist is dat ook kortzichtige, impulsieve egoïsten mee mogen besluiten.

LEES OOK:

Een experiment in Gent wijst uit dat 16- en 17-jarigen prima in staat zijn een doordachte stem uit te brengen, vertelt onderzoeker Dieter Stiers. Of ze dat ook echt willen, is nog maar de vraag.

‘Kinderen laten zien dat ze gehoord willen worden – geef ze stemrecht,’ betoogt Asha ten Broeke in haar column.

Ook Caesar Bast, voorzitter van de Nationale Jeugdraad, is duidelijk in dit opiniestuk: ‘Geef de 16- en 17-jarigen middels het stemrecht invloed op de beslissingen die hun toekomst bepalen.’

Minister Kajsa Ollongren vindt het idee van een verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd interessant: ‘We vragen al best veel van 16-jarigen. Je kunt op die leeftijd al heel veel en we willen mensen heel graag laten meedoen en meedenken en meebeslissen.’ Lees hier het hele interview.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden