Column Sylvia Witteman

‘Dat is vlees van een kikker’ zei de vader, zonder een spier te vertrekken

Het was druk bij de slager. Men bevond zich halverwege de zaterdagmiddag, het betrof een zogenaamde ‘goede’ slager, en het stond er vol met types die het beste voor hebben met de planeet, het klimaat en het welzijn van dieren, maar op gezette tijden tóch lamsbout willen eten of boerenpaté, of, zoals in mijn geval, allebei.

Naast mij stond een vader met zijn zoontje. De man was een flink eind in de vijftig, in spijkerbroek en T-shirt, met een grauwe driedagenbaard en een vlezige, cynische leeuwenkop. Hij zag er moe uit. Dat komt er van, als je op je oude dag nog kinderen verwekt. Het zoontje was een jaar of zes, met chocoladebruine kurketrekkerkrullen en een caramelkleurig snuitje dat een zeer knappe moeder deed vermoeden.

‘Wat is dat, papa?’ vroeg hij, wijzend op een varkenshaasje. ‘Vlees van een varken’ sprak de vader. Je hebt kinderen die van een dergelijke mededeling op slag vegetarische neigingen krijgen, maar dit ventje bekeek de uitgestalde waren met gretige instemming. ‘En dát vlees, papa? Waar is dat van? En die worstjes? En wat is dat bruine?’ De man gaf geduldig antwoord. Een koe. Een schaap. Lever. ‘Is lever lekker?’ vroeg het jongetje. ‘Ja.’ vond de vader. Hij gaapte, waarbij een geur van wijn en knoflook zich aan de atmosfeer mededeelde. Die had er al een uitgebreide lunch opzitten.

Het jongetje wist intussen van geen ophouden. Telkens weer wees zijn vingertje in de vitrine; ham, spek, tong, eend; schetterend vroeg hij bij alles naar de herkomst, en trok zijn vader telkens dringend aan zijn T-shirt. ‘Pap, papa! Waarom is dat vlees wit van buiten en roze van binnen? Pap? Wat zit er in die blauwe kom?’ Een vrolijk en leergierig ventje, maar wel een beetje druk. De vader bleef lijdzaam antwoorden, maar gaapte intussen, dat zijn ogen er van traanden.

‘En dat, pap? Papa! Wat is dat?’ riep het jongetje, midden in zo’n gaap, en stompte zijn vader fel in de zij. Gemelijk keek de man naar het betreffende vlees: een groot stuk entrecôte. ‘Dat is vlees van een kikker’ zei hij, zonder een spier te vertrekken. ‘Echt, pap? Van een kikker? Hoe weet je dat?’ riep het jongetje, nog steeds opgetogen. ‘Dat zie ik aan zijn pootjes.’ antwoordde de man gortdroog. Ik schoot in de lach. Om heen me hoorde ik gepruttel van ‘Nou já, zeg...’ en ‘arm kind...’

Maar het jongetje lachte nog even onbevangen als tevoren. ‘Gekke pappa, dat vlees hééft geeneens pootjes! Het ziet er lekker uit! Zullen we dat kopen? Dan eten we vanavond kikker!’

Dat kind gaat een zonnig leven tegemoet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden