ColumnArthur van Amerongen

Dat ik sterfelijk ben, moet eerst maar eens bewezen worden

Arthur van Amerongen.

Van al dat wandelen word je gezond. Tijd dus voor een ouderwets bacchanaal.

Eigenlijk denk ik alleen maar aan de dood tijdens een delirium tremens. De rest van de tijd kan Magere Hein mijn kloten kussen. De waarheid gebiedt mij te schrijven dat ik tijdens zo’n delirium echt de zeis hoor zoeven en zijn stinkende adem ruik. 

Laatst was het weer zover.

Ik voelde me door het wandelen van de Via Algarviana te gezond, dus was het tijd voor een ouderwets bacchanaal. Vermoedelijk huist in mij een Slavische ziel. Het is in ieder geval geen Japanse ziel, want Jappen kunnen niet drinken vanwege een slap enzymsysteem en gaan al van hun stokje na één glaasje Zwarte Kip-advocaat.

Het zwelgen begon met een vrolijke vislunch op het strand. Het is nog steeds 30 graden in de Algarve en dat klokt lekker weg. Na twee flessen wijn werd het tijd voor een hartversterkertje en toen was het hek van de dam. Tegen de dageraad geraakte ik thuis. Het geheugen was een gatenkaas.

Op dag twee geen kater: ik werd gewoon dronken wakker. Dat overkwam me vaak in Polen en dan at ik zwart brood met reuzel. Een prima bodem voor ochtendwodka. Ik had geen potje gesmolten varken bij de hand, maar wel een kruik medronho. De rest van de dag verliep dan ook chaotisch. Krampachtig zocht ik naar drinkebroeders en het eten schoot erbij in. Opnieuw tegen het ochtendgloren huiswaarts, maar vraag niet hoe.

Dag drie bleef ik wijselijk thuis, bij de hondjes. Met sloten drank en een slof sigaretten plaatjes draaien op Twitter en Facebook. Eerst Zuid-Amerika: Violeta Parra, Mercedes Sosa, Chico Buarque, Tom Jobim, Roberto Goyeneche, Julio Sosa en Carlos Gardel. Ik huilde tranen met tuiten en het werd tijd voor fado en flamenco. Heel de wereld luisterde mee, dacht ik, en anders de hondjes wel.

Daarna mijn Turken: Dario Moreno, Zeki Müren en Bülent Ersoy. Bijna comateus draaide ik Fairuz, Dalida, Arik Einstein, Umm Kulthum en eindigde reutelend met Algerijnse raï, Jaap Valkhoff, Louis Davids en Leo Fuld.

Himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt, want ’s anderendaags kwam het aangekondigde delirium. Dat moet je net als een gevangenisstraf uitzitten en verder niet zeuren. Ik propte me vol met Chinees voer, chocola, koekjes, drop, zetpillen paracetamol en liters priklimonade. Overdag ging het wel, maar ’s nachts kwamen de demonen. En toen dacht ik aan de dood. De uitspraak van dilettant-filosoof Harry Mulisch hield me op de been: dat ik sterfelijk ben, moet eerst maar eens bewezen worden. 

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden