ColumnManon Spierenburg

Dat ik Jeroen Pauw gewoon niet verstond, drong niet tot me door – wie denkt er nu aan doofheid op zijn 36ste?

Auteur en scenarist Manon Spierenburg schrijft wekelijks een column over hoe het steeds stiller wordt om haar heen nu ze doof wordt.

Beeld Douwe Dijkstra

‘Pas op, doe nou niet!’, zou ik tegen mezelf willen roepen met de kennis van nu. Maar ja.

Omdat er net een nieuw boek van mij was uitgekomen en mijn uitgever verwachtte dat ik dat zou aanprijzen in allerhande media, zei ik ‘ja’ tegen een uitnodiging voor Storing, een radioprogramma van BNN met Jeroen Pauw. Het interview zou niet in de studio zijn, maar telefonisch worden afgenomen. In die tijd had ik nog totaal niet in de gaten dat ik zo doof was als een kwartel, vandaar dat ik daar verder geen enkel probleem in zag.

Voorafgaand aan het interview legde een vriendelijke mevrouw uit dat, als ik met Jeroen aan het bellen was, het niet handig zou zijn om tegelijkertijd ook de radio aan zou hebben, omdat er enige vertraging op de lijn zat en ik mezelf dan in een storende echo zou horen. Achteraf is de ironie zo dik dat je er een lepel in kunt zetten, maar ja, dat is alles zo’n beetje, achteraf.

Natuurlijk werd het een ramp. Om het boek een beetje leuk voor het voetlicht te brengen sloeg ik een luchtige toon aan, grapje hier en daar, lekker losjes, maar het ging echt helemaal niet goed. Dat merkte ik zelf ook. Er zweette een kriebel langs mijn ruggengraat die me waarschuwde dat het de hoogste tijd was om mijn mond te houden, maar ga daar maar eens aan staan, midden in een livegesprek. Dat het een gruwelijk geforceerde vertoning werd, was wel duidelijk, maar waar dat nou aan lag, snapte ik niet. Dat ik Jeroen gewoon niet verstond, drong niet tot me door. Logisch ook, wie denkt er aan doofheid op zijn 36ste? Tandje erbij dan maar – het werd alleen maar erger. Zelfs de ervaren Pauw was inmiddels aan het worstelen. Ik weet niet meer hoe we afscheid hebben genomen, maar uiteindelijk was het voorbij. Uitgeput bleef ik achter. Daarna ben ik nooit meer uitgenodigd. Ik hoop oprecht dat God bestaat en een klunzige stagiair bij Beeld en Geluid het interview per ongeluk heeft vernietigd.

Ik bel nooit meer, maar dat hoeft ook niet, want ik heb een smartphone waarmee ik kan appen. Daardoor ben ik eindelijk niet langer constant in het nadeel bij elk gesprek. Schriftelijk merk je er niks van dat ik doof ben. En trouwens, schrijvend ben ik ook veel leuker dan in het echt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden