Column Peter Middendorp

Dat heeft Annie M.G. Schmidt níét goed gedaan, zei mijn dochter

Wiplala is niet het geweldigste boek van Annie M.G. Schmidt, maar dat gaan we haar niet kwalijk nemen. Misschien is ze nog wel altijd onze beste kinderboekenschrijver, of het moet zijn dat Bart Moeyaert, de winnaar van de Astrid Lindgren Memorial Award 2019, de ‘Nobelprijs voor kinderliteratuur’, haar intussen is voorbijgestreefd.

Het boek (1957) over een wat schetsmatige toverkabouter past helemaal binnen de schrijfregels die Thomas Roosenboom later zou opstellen in Aanvallend spel (2002). Daar ziet het althans lange tijd naar uit. Eerst worden de stukken netjes op het schaakbord gezet, de personages en de verhaalelementen, daarna begint het spel.

Belangrijk in de methode is dat je het doet met de stukken die je hebt en je dus niet, als je het spel eenmaal hebt opgezet, plotseling nieuwe, verhaalvreemde elementen toevoegt. Bijvoorbeeld door een aambeeld op het bord te laten vallen als je geen einde weet.

Ik loop niet altijd warm voor ‘rond’ geschreven verhalen – op het einde terugkomen op iets uit het begin. Rond geschreven verhalen redeneren niet van A naar B, maar staan alleen maar een tijdlang willekeurig te babbelen voor de deur van A, voordat ze weer naar binnen gaan – waar hadden we het over? Bart Moeyaert?

Maar kinderen geeft de ronde vorm houvast, wat belangrijk is. Rond is fijn, veilig, overzichtelijk en geruststellend: met iedereen komt uiteindelijk alles weer goed. Ook in Wiplala worden de verhaallijnen netjes uitgewerkt en afgehecht. Iedereen wordt gezien en aan iedereen wordt gedacht. Behalve, zo ontdekten mijn dochter (8) en ik onlangs met een schokje, Klaasje, het lieve arme dienstmeisje, ons lievelingspersonage.

Vlak voor het slot – de dingen waren allemaal al lang en breed op hun plaats gevallen – keek ze naar me op: ‘Waar is Klaasje, papa? Komt Klaasje nog terug? Annie M.G. Schmidt is Klaasje toch niet vergeten?’ In een reflex trok ik het gezicht waarmee ik haar in de veronderstelling probeer te laten dat de wereld heel is. ‘Nee joh’, zei ik. ‘Zo is ze vast niet.’

Toen we op de voorlaatste pagina lazen dat de huishoudster ervandoor ging, riepen we tegelijk: ‘Klaasje! Nu gaan ze Klaasje vragen of ze bij hen komt wonen!’ Maar nee. Het boek ging uit en Klaasje bleef vergeten. Iedereen in het boek komt tot zijn recht, iedereen is gelukkig – zelfs het meisje uit het ziekenhuis, op wie zeker in het begin voldoende aan te merken is, heeft weer zin in het leven. Maar Klaasje moet zichzelf maar zien te redden, om haar geeft niemand een zier.

Het eerste wat onze dochter de volgende ochtend zei, was: ‘Dat heeft Annie M.G. Schmidt niet goed gedaan, mama. Dat heeft Annie M.G. Schmidt níét goed gedaan.’

‘We gaan wat van Bart Moeyaert proberen!’, riep ik vanuit de gang. Ik was er ook klaar mee. Wat een gat, wat een omissie. En dan kon je nog niet eens uitsluiten dat ze het expres had gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden