ColumnSylvia Witteman

Dat heb ik nou nooit, dat ik citaten van Dante mompel als ik met iemand naar bed ga

‘Weet jíj wat Eros is?’, vroeg mijn jongste zoon, met zijn hoofd om de deur. Hij zit in de vierde klas van het gymnasium, dus het is een schande dat hij zoiets aan zijn moeder moet vragen. Anderzijds ben ik altijd blij als ik iets beter weet dan mijn kinderen, dus ik begon aan een uiteenzetting, waarbij ik ook Thanatos niet schuwde.

Na geduldig luisteren ging hij weer aan zijn huiswerk, maar hij kwam even later nog twee keer binnen, achtereenvolgens om te vragen ‘of Sappho lesbisch was, ofzo’ (‘Schijt een beer in ’t bos?’, was mijn antwoord) en wat een fallussymbool was (‘Iets dat lijkt op een lul, maar het niet is’).

Inmiddels was ik wel benieuwd geworden naar de aard van zijn huiswerk. Hij toonde een exemplaar van Twee vrouwen. Ach ja, een van Mulisch’ minder gewichtige werkjes, heel geschikt voor de rijpere jeugd. Ik had het indertijd ook gelezen, op de leeftijd van mijn zoon. Toen had ik Het stenen bruidsbed en Het zwarte licht al achter de kiezen, boeken die mij als puber voornamelijk verwarring hadden ingeboezemd.

Nee, daarbij vergeleken was Twee vrouwen een hapklaar brokje. Hoe zat het ook alweer? Van de ‘ik’ kom je er pas na een hele tijd achter dat het geen man is maar een vrouw, dat wist ik nog. Ook kon ik me een anekdote herinneren (‘Eens had mijn moeder water opgezet voor thee, maar wat later zei mijn vader dat hij liever koffie wilde. ‘Goed’, zei mijn moeder, goot het kokende water in de gootsteen en zette nieuw water op’) plus de naam van een van de bijrollen (‘Henny Hoenderdos’) en de rake constatering van het jonge kapstertje Sylvia dat ‘de meeste mensen alleen rotscharen hebben’. Merkwaardig, welke willekeurigheden er na veertig jaar van een boek blijven hangen.

‘Ik wil dat best nóg eens lezen’, zei ik tegen mijn zoon. Mooi, dan kon ik meteen even helpen met fallussymbolen tellen. ‘Is die fontein er ook een?’ ‘Ja, jongen. En die wortel ook, en die pen, en die pilaar van Hammoerabi, en ja, ook die spuitende fles champagne tussen haar benen, snap je?’

God allemachtig, dacht ik. Van dik hout zaagt men Freud. En Orpheus. En Oedipus. En Christus. Nou, die Harry liep er wel mee te koop dat hij niet van de straat was. ‘Ik raakte totaal gedesoriënteerd, als in een duister maar warm en vochtig en naar jasmijn geurend woud. Zonder haar aan te kijken stond ik op en trok de gordijnen dicht, terwijl ik mompelde: ‘Nel mezzo del cammin di nostra vita/ mi ritrovai per una selva oscura.’

Dat heb ik nou nooit, dat ik citaten van Dante mompel als ik met iemand naar bed ga. Wat kwastig ook van Mulisch om er geen vertaling bij te leveren. Bij dezen: ‘In het midden van onze levensweg bevond ik me in een donker woud.’ Aha! ‘selva’ is ‘woud’, het begeerde meisje heet dus niet voor niets ‘Sylvia’, en dat duistere, warme, vochtige, naar jasmijn geurende woud is natuurlijk niet alleen een kut, maar ook het ondoorgrondelijke karakter van die Sylvia! Knap gedaan, Harry!

En zo gaat het maar door; het lijkt het cryptogram in de NRC wel. Of nee, het doet denken aan zo’n gelikte animatiefilm van Pixar: leuk voor de kinderen, en voor de meekijkende ouders zitten er wat diepere lagen en knipoogjes in, zodat ze zich niet hoeven te vervelen. Vervelend is Twee vrouwen dan ook zeker niet. Lekker dun ook. Je hebt het zo uit.

En dan bedenk je: wat een draak eigenlijk. Een draak met kapsones.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden