Column Max Pam

Dat de Tour de France zwaar is, is de grote mythe van deze tijd

De successen van Tom Dumoulin en Steven Kruijswijk hebben aan ons chauvinistische oog onttrokken dat de Tour dit jaar een bijzonder saaie aangelegenheid is geweest. Door omstandigheden was ik in de gelegenheid zowel de Tour de France als de Giro d’Italia dagelijks te volgen. Mijn conclusie: de Giro won in alle opzichten. Die was spannender, gevarieerder, zwaarder en het publiek langs de weg gedroeg zich aanzienlijk sportiever.

Ook qua landschap is de Giro minstens zo mooi. Eerlijk gezegd kunnen die Franse chateaus, waarover tv-verslaggever Herbert Dijkstra vanaf zijn papiertje zo beeldend kan vertellen, mij zo langzamerhand gestolen worden. Herbert en Versailles, dat was geen geslaagd huwelijk – laat ik het zo zeggen. Overigens had ik met Herbert en zijn tv-collega Maarten Ducrot wel te doen. Urenlang de tijd volleuteren zonder dat er iets gebeurt en dan de volgende dag hetzelfde nog een paar keer te moeten herhalen, dat is een kruis dat alleen door de allersterksten gedragen kan worden.

In de Tour waren dit jaar twee soorten etappes. Bij de eerste soort ontsnapte een groepje, dat een paar kilometer voor de meet werd ingehaald. Dan volgde een massasprint. Bij de tweede soort wachtten de klassementsrenners tot de laatste klim en gingen dan voluit voor een paar seconden winst, waarvan de meeste nog bonificatie waren. Slaapverwekkend.

In Trouw heeft de ethicus Jan Vorstenbosch woensdag een paar voorstellen gedaan om de Tour eerlijker te maken. Nou weet je: wanneer een ethicus zich met sport gaat bemoeien, wordt het niks. De Tour zal pas werkelijk eerlijk zijn als je er een individuele wedstrijd van maakt, wat niet kan omdat er al sinds 1903 commerciële belangen mee zijn gemoeid. En dan nog. Sport is per definitie niet eerlijk, want de een heeft meer talent dan de ander, dus beginnen we al ongelijk. Dat Carlsen beter kan schaken dan ik – hoe hard ik ook train – vind ik vreselijk onrechtvaardig, maar zo is het nu eenmaal.

In de allereerste plaats moet de Tour de France weer een heroïsche krachtmeting worden. Ik wil niet zeggen dat iedere boerenlul op een omafiets de Tour kan uitrijden, maar het moet weer een loodzware ronde worden. Een beetje zoals in tijd van Fausto Coppi, die met twee vingers in de neus en een band om zijn nek etappes van 400 kilometer reed op een fiets die veel zwaarder was dan de huidige racemonsters.

In de koninginnerit van – naar ik meen – drie jaar geleden moest geen enkele renner opgeven, ondanks de hoge cols. Hoe kan dat? Van de 176 renners die dit jaar meededen, haalden slechts 31 de eindstreep niet. Dat is veel te weinig, zeker als je in aanmerking neemt dat de meesten niet moesten opgeven vanwege vermoeidheid of uitputting, maar omdat zij een ongelukkige val hadden gemaakt in een veel te groot peloton. Toen ik zag hoe de renners keuvelend en in blakende gezondheid Parijs binnenreden, moest ik denken aan die aangeschoten man op een Amsterdams terrasje die opschepte dat hij zo de marathon kon uitlopen, zijn veters strikte en het nog deed ook.

Dat de Tour de France zwaar is, is de grote mythe van deze tijd. Wees een held, Tom, en houd het op de Giro.   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.