ColumnSylvia Witteman

Dat Connie Palmen en Ischa Meijer het tegelijk in hun broek deden, getuigt waarschijnlijk van bedorven babi pangang

Ischa Meijer is 25 jaar dood, las ik, vergezeld van de obligate verbazing: ‘Waaat? Is dat alweer 25 jaar geleden?’ Hij stierf op zijn 52ste. Indertijd trof mij dat niet als jong, want ik was zelf nog veel jonger, en jonge mensen zijn nu eenmaal egocentrisch.

Connie Palmen schreef kort daarop een boek over haar verhouding met Ischa Meijer, I.M. en iedereen las dat boek. Dat had je toen nog, boeken die door iedereen gelezen werden en schrijvers met een bijna goddelijke status, zoals Connie Palmen.

De eerste alinea van het boek werd meteen berucht. Ischa en Connie komen elkaar op straat tegen. ‘Zonder me van te voren te waarschuwen wijkt mijn kringspier uit elkaar en ik doe het in mijn broek. Tegenover me spreidt hij zijn benen, grijpt naar zijn kont en roept verbaasd dat hij in zijn broek heeft gepoept.’

Nou, dat hakte er wel in. Er waren een heleboel mensen die het een prachtig symbool vonden van zielsverwantschap, samen in je broek poepen. Tevens waren er een heleboel mensen die het óók een prachtig symbool van zielsverwantschap vonden, maar het toch liever niet hadden willen weten. Gisteren herlas ik het boek en vroeg me af: was het zielsverwantschap, of hadden Ischa en Connie toevallig allebei bij dezelfde frauduleuze Chinees bedorven babi pangang gegeten? Ze woonden ten slotte bij elkaar om de hoek. Ik meen zelfs te weten welke Chinees dat geweest moet zijn.

Ook de rest van de alinea is verontrustend. ‘Ik zeg tegen hem dat ik dit keer wel met hem naar boven ga.’ Serieus, met die twee volgepoepte broeken? ‘Het is 12 februari 1991, zeven dagen na ons interview. Onder mijn kleren draag ik die dag een veel te wijde boxershort.’ God allemachtig! Het is jammer dat we de uitdrukking ‘too much information’ indertijd nog niet gebruikten, want ik zie die boxershort nu voor me, en wat daar precies in plaatsvond. Alles kwam natuurlijk door die pijpjes naar buiten. Laten we in godsnaam hopen dat Connie geen rok aanhad, maar gelukkig was ze geen echt rokkentype. Ze zag er meer uit als een weekendpunkje. Die laatste uitdrukking is geloof ik gemunt door Joost Zwagerman, ook alweer 5 jaar dood (Waaat? 5 jaar alweer?). Ook over hem is trouwens een boek in de maak, van zijn ex-vrouw. Ook haar zal ongetwijfeld het verwijt ‘lijkenpikkerij’ ten deel vallen, net als indertijd Connie.

Het zat Connie niet mee: na Ischa kwam Hans van Mierlo, en ook hij ging dood, alweer 10 jaar geleden. (Waaat?) Zo kwam Connie een twééde BN’er te ontvallen, ook over hem schreef ze een boek, en ook in dat boek kwamen intimiteiten aan bod die ik inmiddels gelukkig ben vergeten. Ik weet nog wél dat ik indertijd dacht: ‘Als ik een man was zou ik niet met Connie naar bed durven, want voor je het weet lig je, dood en wel, met je lul bij de AKO’.

Maar is I.M. een fijn boek? Even afgezien van de gewichtigdoenerij, incrowd-name dropping, de driestuiverige stijl, dat schmalzige gedweep met E.T., de nogal potsierlijke poging tot ‘road novel’, de voortdurende emotionele erupties, het schreeuwen, krijsen, grommen, schateren, snikken en kotsen van geluk, verdriet, angst of verrukking; het aanstellerige, intellectualistische gefilosofeer, de nauw verholen trots van de schrijfster op haar eigen eruditie (en dan toch het woord ‘middels’ gebruiken!); je leest het ondanks alles wél uit. Behalve als je nog nooit van Ischa, Connie of de literaire grachtengordel gehoord hebt: dan zal het je een worst wezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden