Opinie

Dankzij die 'stervensdure' medicijnen ben ik mama voor mijn jongens

Kalshoven doet artsen tekort door ze neer te zetten als omzetdraaiers die geen medische ethiek hanteren.

Beeld RV

Frank Kalshoven bepleit (Ten eerste, 20 mei) dat de kosten van ons laatste levensjaar beteugeld moeten worden, omdat dit jaar 'stervensduur' is door het 'medicaliseren van ouderdomskwalen en echte medische problemen'. Hij bepleit dat we in dit laatste levensjaar geestelijke bijstand krijgen om maar zo snel mogelijk het onvermijdbare te aanvaarden, en dan snel dood te gaan. Dat scheelt tenminste weer pensioenkosten en zo wordt ook de lijdensweg voor nabestaanden lekker verkort: hoe sneller mama dood is, hoe beter?!

Kalshoven maakt een aantal denkfouten. Ten eerste gooit hij het medicaliseren van oudersdomkwalen en echte medische problemen op één hoop. Ik durf te stellen dat twee nieuwe heupen voor een 68-jarige vrouw die daarna nog 30 jaar leeft alvorens in haar slaap te sterven, een goede investering is. Terwijl tegelijkertijd een 67-jarige doodzieke man niet alleen geestelijk ondersteund wordt in zijn laatste levensjaar, maar ook palliatieve zorg krijgt zodat hij met zo min mogelijk benauwdheid en pijn rustig afscheid kan nemen van de mensen die hem lief zijn.

Laten we er als land trots op zijn dat dit kan. Kalshoven lijkt terug te verlangen naar de tijd dat mensen snakkend naar adem, en verteerd door pijn, ellendig heengingen. Dat zo'n stervensproces minder emotionele kosten voor nabestaanden met zich meebrengt, is een tweede denkfout van hem.

Ten derde zet Kalshoven artsen neer als omzetdraaiers, die alleen inhoudelijke deskundigheid hebben en zich niet met medische ethiek bezig houden en geen gevoel voor maatschappelijke kosten en baten hebben. Iedereen die wel eens een 'geen goed nieuws'-gesprek met een arts heeft gevoerd weet dat dit niet waar is en dat juist in toenemende mate de kwaliteit van het leven van de patiënt centraal staat. Bij welke leeftijd dan ook wordt er sterk op gelet dat medische ingrepen niet erger mogen zijn dan de kwaal.

Tot slot vergeet Kalshoven dat meestal pas achteraf is vast te stellen wat iemands laatste levensjaar is, zelfs bij ernstige ziekten, of aldus Kalshoven: echte medische problemen.

Ik bevind me halverwege mijn laatste levensjaar. Afgelopen november bleek dat mijn vermoeden dat er nieuwe uitzaaiingen waren terecht was. Opereren was geen optie meer. Mijn oncoloog gaf me in overweging om - met pijnstilling - te gaan genieten van mijn laatste maanden, in plaats van weer aan de chemo te gaan met alle bijwerkingen van dien. Precies wat Kalshoven zo graag ziet. Mijn kinderen zouden in dat geval nu een dode moeder hebben gehad, en een nabestaandenpensioen.

Ik koos anders; mijn oncoloog begreep dat. Erger nog, ik wilde zelfs een niet-standaardmedicijn hebben dat me mogelijk een paar maanden extra zou geven, maar waar ik volgens het protocol niet voor in aanmerking kwam, het was te duur. Een dag later, en een uur voordat ik de eerste chemo kreeg in Utrecht, heb ik met de juiste argumenten dit medicijn losgepraat in het Antonie van Leeuwenhoek in Amsterdam.

De oncoloog aldaar vond me 'zo'n charmante vrouw' vertelde mijn oncoloog lachend aan mijn bed; een paar minuten later keken we samen met tranen in onze ogen naar de foto's van mijn inaugurele rede als hoogleraar een week eerder; van mij in mijn toga met mijn beide jongens naast me.

Dankzij die dure medicijnen leef ik (nog), ben ik mama voor mijn jongens, run ik mijn huishouden, geef ik - af en toe met een chemo-bloedneus - colleges, begeleid ik studenten, schrijf ik artikelen met mijn promovendi, kon ik de bruiloft van mijn grote broer bijwonen en een wiegje kopen voor mijn 'nifje' dat ik in augustus in mijn armen zal houden, en doe ik leuke dingen met familie en vrienden.

Telkens voor 11 dagen, want elke twee weken lig ik drie dagen aan het infuus, meestal tussen de oude mannen, die overigens nog net zo vol levenslust zitten als ik.

Volgens de argumenten van Kalshoven was het voor mijn nabestaanden beter geweest als ik al dood zou zijn, maar mijn kinderen zijn - meestal tenminste; het blijven pubers - blij dat ik er nog ben. Ik hoop dus maar dat - in termen van Kalshoven - het medische bedrijf dankzij mij de komende maanden nog veel omzet draait, want ik leef liever dan dat ik sterf.

Leonie Janssen-Jansen is hoogleraar Ruimtelijke Planning, Wageningen University & Research.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.