Dalen we allemaal voorgoed af naar het niveau van Trump over wat aanvaardbaar gedrag is?

Witte Huis We zien niet dat er in het gekke Witte Huis veel tot stand wordt gebracht buiten de president om.

David Brooks is columnist voor The New York Times. Foto getty

Laat ik beginnen met drie ongemakkelijke observaties, gebaseerd op gesprekken in en rond Washington in het afgelopen jaar. Ten eerste: mensen die naar het Witte Huis gaan voor een vergadering met president Trump komen meestal blij verrast weer naar buiten. Ze komen erachter dat Trump niet de razende gek is die ze verwachtten gezien zijn tweet-stormen of de verslagen in de media. Ze zeggen over het algemeen dat hij innemend is, al herhaalt hij zichzelf. Hij leidt een gewone, goede vergadering en lijkt voldoende geïnformeerd om mee te doen.

Ten tweede: mensen die werken in het Witte Huis hebben zeer uiteenlopende visies op hun baas. Sommigen vinden hem een achterlijk kind, zoals Michael Wolff (auteur van het geruchtmakende boek Fire and Fury, red.) beschreef. Maar anderen zien hem louter als een stoorzender, die zij bij hun werk kunnen ontwijken. Sommigen denken dat hij raar is maar niet onmogelijk. Sommigen bewonderen Trump oprecht. Velen filteren zijn gekkigheden weg en doen net alsof die niet bestaan.

Mijn indruk is dat de regering-Trump een onprettige plaats is om te werken, omdat er veel onderling wordt gevochten en er vaak geen richting wordt aangegeven door de top. Maar dit is geen regering vol personen wier handen jeuken om de president af te zetten.

Ten derde: het Witte Huis wordt professioneler. Stel u voor dat Trump niet zou twitteren. De gekte van de afgelopen weken zou niet bestaan en we zouden een Witte Huis zien dat vlijtig zijn doelen najaagt: de koerswijziging in ons Pakistan-beleid, de koerswijziging in ons beleid over olieboringen op zee, de resultaten van ons IS-beleid, de nominaties voor rechtersposten en het opstellen van beleidsvoorstellen voor de infrastructuur.

Melania en Donald Trump bellen op 24 december voor een goed doel in hun buiten Mar-a-Lago. Foto Reuters

Het is bijna alsof er twee Witte Huizen bestaan. Er is een potemkin-Witte-Huis, waarop we onze aandacht richten: Trump malend voor de tv, de juristen die zich het hoofd breken over het Rusland-onderzoek en de pers. En er bestaat een onzichtbaar Witte Huis, waarover u nooit hoort, dat effectiever wordt in het besturen buiten de afgeleide baas om.

Soms vraag ik me af of dat onzichtbare Witte Huis misschien heeft geleerd het potemkin-Witte-Huis in te zetten om ons af te leiden, en ondertussen het land verandert.

Ik maak deze ongemakkelijke observaties omdat de anti-Trump-beweging, waarvan ik een trots lid ben, dommer lijkt te worden. Zij lijkt zelfvoldaan genoegen te nemen met een sprookjesversie van de realiteit die afwijkende informatie negeert. Meer anti-Trumpers lijken zichzelf een verhaal van 'de gekte van koning George' te vertellen: Trump is een gekke semi-analfabeet omringd door ja-knikkers die moreel, intellectueel en psychologisch inferieur zijn aan mensen zoals wij.

Ik denk liever dat het mogelijk is een fervent tegenstander van Trump te zijn zonder alles tot een sprookje te reduceren.

De anti-Trump-beweging heeft last van lowbrowism. Fox News is de moderne pionier op het gebied van lowbrowism. De moderne lowbrow gaat voorbij aan gewone journalistieke of intellectuele gebruiken. Hij schept een stijl van communiceren die je niet verder aan het denken zet, maar die je minder laat denken en zien. Hij biedt een vast dieet van bevestiging, richt zich op eenvoudige onderwerpen die weinig achtergrondinformatie vergen en kijkers verslaafd maakt aan dagelijkse doses van hooghartige minachting en verrukkelijke gelijkhebberij.

Wij anti-Trumpers hebben ook ons lowbrowism, meestal in de late tv-shows. Anti-Trump-lowbrowism kwam tot volle bloei met het boek van Michael Wolff. Die pretendeert niet dat hij zich aan gangbare journalistieke regels houdt. Hij geeft grif toe dat hij vooral geruchten opdient, die te leuk zijn om te checken.

In elke oorlog gaan naties op hun vijanden lijken, dus ik denk dat het normaal is dat de anti-Trump-beweging zou gaan lijken op de pro-Trump-beweging. Maar het is niet goed. Het valt me op dat veel jongeren kijken naar de dagelijkse hysterie van ons anti-Trumpers en dat ze het stom vinden.

Het gaat niet alleen om een strijd over een president. Het is een strijd over welke regels zullen gelden na Trump. Dalen we allemaal voorgoed af naar het niveau van Trump over wat aanvaardbaar gedrag is?

Of zullen we het onderscheid tussen voorbeeldigheid en middelmatigheid, tussen waarheid en leugen herstellen? Zullen we hameren op het verschil tussen een echte deskundige en een slecht geïnformeerde schreeuwlelijk? Zullen we onderscheid maken tussen instellingen als het Congressional Budget Office, die werken volgens professionele normen en met verdiend gezag spreken, en de propagandamolens die dat missen?

Er bestaat op elk vlak een hiërarchie in excellentie. Er is een enorm verschil tussen William F. Buckley en Sean Hannity, tussen de verslaggevers van The New York Times en roddelverspreiders. Onderdeel van deze strijd is die onderscheiden te behouden, niet om bij te dragen aan hun uitholling.

Meer over