Dagvaarden Meijering door OM was terecht

Het was de plicht van justitie om onderzoek te doen naar de beweringen van Meijering bij Pauw.

De door het Openbaar Ministerie gedagvaarde advocaat Nico Meijering. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het dagvaarden van advocaat Meijering om in de beslotenheid van het kabinet van de rechter-commissaris een verklaring te komen afleggen naar aanleiding van zijn eerdere uitlatingen in het programma van Jeroen Pauw heeft tot de nodige opschudding geleid. De Volkskrant maakte er de voorpagina voor vrij en in het programma van Eva Jinek op 4 februari was het een belangrijk item. Daar zaten toen een kantoorgenoot van Meijering, Van Kleef, en de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, die weer een kantoorgenoot is van de advocaat van Meijering.

Er vielen zware woorden als stuitend en als de rechtsstaat hierdoor al niet roemloos ten onder was gegaan, dan was de dreiging daarvoor nabij. Het dagvaarden van Meijering als getuige zou ook mogelijk zijn leven in gevaar brengen. Waarom dat niet gold voor zijn eerdere uitlatingen in het programma van Pauw bleef duister. Waarom zijn leven in gevaar zou komen terwijl de hele clientèle van dat kantoor weet dat Meijering nooit iets zal verklaren, bleef ook duister.

Het hek was van de dam; zo zou het Openbaar Ministerie wel iedere advocaat kunnen dagvaarden en iedere priester waarbij is gebiecht, maar mij zijn daarvan geen gevallen bekend noch dat zij vertrouwelijke informatie naar buiten brengen, wat Meijering bij Pauw wel deed.

Justitie kon dus aarzelen of het om vertrouwelijke informatie ging omdat die zo open en bloot naar buiten werd gebracht in een druk bekeken programma. Meijering beschikte over aanwijzingen dat twee jonge knapen door de kroongetuigeregeling zich hebben laten verleiden tot moorden in de verwachting dat, mochten zij worden gepakt (en veroordeeld) ze altijd de mogelijkheid zouden hebben voor strafvermindering op basis van deze regeling. De kroongetuigeregeling lost geen moorden op, maar lokt moorden uit, aldus Meijering.

Als je zoiets beweert op tv dan kun je niet verwachten dat justitie achterover gaat zitten. Sterker nog, het is de plicht van justitie om naar die beweringen nader onderzoek te doen, om te beginnen bij Meijering die de beschuldiging doet. Want is het waar - we weten daar niets van -, dan zou de regeling heroverwogen moeten worden. Het is hoogst ernstig als wat Meijering zegt, waar is. Het doet er niet toe dat justitie kon weten of wist dat Meijering zich op zijn verschoningsrecht zou gaan beroepen. De kwestie is te ernstig. Natuurlijk, er is een plicht tot geheimhouding die slechts kan worden doorbroken bij dreigende levensdelicten, maar dan nog ter volledige beoordeling van de geheimhouder. Als de moorden al zijn gepleegd, is de dreiging er niet meer en speelt de doorbreking van de plicht tot geheimhouding geen rol. Of er bestaat nog dreiging tot nieuwe moorden.

Er was veel te doen over de wijze van benaderen door justitie van Meijering, namelijk door hem te dagvaarden in plaats van de mildere vorm van oproepen. Ik meen dat justitie in de redelijke veronderstelling mocht zijn dat Meijering op een oproeping niet zou verschijnen. Dagvaarden was dus logisch.

Er werd bij Jinek heel verbolgen gedaan over alle commotie die was ontstaan, maar door wie is de dagvaarding van Meijering naar buiten gebracht? Hierover moet duidelijkheid komen, want als bij justitie is gelekt, is dat zeer kwalijk.

Bij de rechter-commissaris is het verschoningsrecht van Meijering volledig erkend. Zo hoort dat in een rechtsstaat. Ik begrijp niet dat de rechtsstaat aan het wankelen is geweest, want de regels ervan zijn keurig nageleefd. Meijering heeft beslist een punt over de wijze van vastlegging van het verhoor door de rechter-commissaris.

Tot slot nog twee punten die aan het verschoningsrecht en de plicht tot geheimhouding voorbijgaan:

Ik acht het niet voorstelbaar dat mensen zich tot moorden laten verleiden met de gedachte dat, als ze worden gepakt (en veroordeeld), er mogelijk toch een deal met het OM valt te sluiten. Ik zou ook niet weten waarom het OM in geval van moorden zou willen dealen en dat ook nog eens zo demonstratief dat een potentiële moordenaar daarmee in redelijkheid rekening kan houden.

Het dubieuze karakter van bewijsgaring door middel van kroongetuigen die in een regeling komen, is een heel serieus punt. Al om ethische redenen kan de toelaatbaarheid worden betwijfeld. Fred R. had 30 jaar gekregen. Dat moeten dus zeer ernstige delicten betreffen. Ik acht het niet zonder meer inzichtelijk dat hij 15 jaar korting krijgt exclusief de hoge kosten die aan de regeling zijn verbonden, omdat hij informatie verstrekt die dan weer andere moorden zou oplossen.

Het is een crimineel dilemma. Hoe los je zaken op in het echt criminele milieu waar praten met justitie niet in hoog aanzien staat? Het is voorstelbaar dat naar onorthodoxe middelen wordt gegrepen omdat anders de ernstige criminaliteit niet is te bestrijden en ernstige delicten onopgelost blijven.

Pieter van der Kruijs is strafrechtadvocaat

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden