Column

Dacht nou geen van die honderden hulpverleners: dit klopt niet, hier moeten we wat aan doen?

null Beeld

De CBS-cijfers van uithuis­geplaatste kinderen van toeslagenslachtoffers sloegen in als een bom. Alleen al tussen 2015 en 2020 zijn 1.115 kinderen uit hun gezin gehaald. Een topje van de ijsberg: de toeslagenaffaire begon al tien jaar eerder. En ook de kinderen die onder grote druk ‘vrijwillig’ uithuisgeplaatst zijn, zijn niet meegenomen.

Duizenden kinderen die, vaak onder politiebegeleiding, op een traumatiserende manier bij hun ouders zijn weggehaald. Als baby, als kleuter, als puber. Van hun broertjes en zusjes gescheiden. Omdat hun ouders straatarm waren door een misdadig invorderende Belastingdienst die hen onterecht als fraudeur bestempelde.

‘Ik word platgebeld’, zegt Karin van Opstal, het toeslagenslachtoffer dat ik een paar weken terug voor deze column sprak, en van wie vijf kinderen uit huis zijn geplaatst. ‘Hart van Nederland, de NOS, Jinek’, aldus een overdonderde Van Opstal. Ze is pardoes een bekende Nederlander. Enig zicht op wanneer ze haar kinderen mag zien, is er niet. ‘Maar misschien zien ze dat ik voor ze vecht, op tv. ’

Van Opstals kinderen zijn uit elkaar gehaald, van pleeggezin naar pleeggezin naar instelling gesleept. Een dochter is seksueel misbruikt in de ene instelling en in de volgende instelling in een isoleercel gestopt. Moeder Karin mag sommige kinderen al jaren niet zien, zelfs geen kaartje sturen. Toen ze een tijd geleden erachter kwam waar een dochter basketbalde, er stiekem naartoe ging om haar een briefje te geven, werd ze door haar dochter en haar pleegouders herkend. Als ze niet vertrok, belden ze de politie. Het briefje kon ze niet geven. ‘Mama mist je en houdt van je. Dit is niet mijn keuze.‘’

Een nieuwe dimensie ongekend onrecht. Andermaal toont het feit dat bij zoveel toeslagenslachtoffers kinderen zijn weggehaald aan dat de zorgvuldigheid bij uithuisplaatsingen niet vanzelfsprekend is. De, vaak bekritiseerde , usances in de Jeugdzorgpraktijk (makkelijk verlengen van een uithuisplaatsing, het op last van de rechter verbieden dat kinderen nog contact hebben met hun ouders) zijn dringend aan herziening toe.

Iedereen is het erover eens dat jeugdbescherming noodzakelijk is. Maar de structurele slordigheid, willekeur en het gebrek aan verantwoording in de breedte van de sector – van jeugdbeschermers, gecertificeerde instellingen tot familierechters – zijn onverdedigbaar. Het arme meisje Sharleyne, in beeld bij hulpverleners, werd níét uithuisgeplaatst. Met fatale gevolgen. Duizenden kinderen van wie de ouders ten onrechte van toeslagfraude werden verdacht, wél. De wereld op zijn kop.

Jeugdhulpverleners zijn als sociaal werkers in contact gekomen met duizenden kinderen van toeslagenslachtoffers en in plaats van hen te ondersteunen, hebben ze de gezinnen met nog grotere trauma’s opgezadeld. Van al die honderden hulpverleners – een uithuisgeplaatst kind heeft in de pleegzorg gemiddeld 12,3 en in de instellingszorg gemiddeld 64,6 hulpverleners – was er niemand die dacht: dit klopt niet, hier moeten we wat aan doen. Het toeslagenschandaal was dan veel eerder aan het licht gekomen. Was er echt geen andere manier om hulp te bieden dan een kind uithuisplaatsen, daar waar pedagogische onmacht het gevolg was van armoedestress, dankzij de overheid?

Rechters gingen, terecht, diep door het stof voor hun kwestieuze rol in de toeslagenaffaire. Zij, belast met de even eervolle als gewetensvolle taak het recht van burgers te bewaken, hebben gedupeerde burgers in de kou laten staan. Datzelfde verwijt kan ook worden gemaakt in vele familierechtzaken. Al jaren zijn er signalen dat rechters op basis van rammelend bewijs ingrijpende jeugdbeschermingsmaatregelen nemen.

De rechtspositie van ouders en kinderen is onvoldoende gewaarborgd in het familierecht, zei hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning onlangs in Argos (VPRO). Niet voor niets pleitten de Raad voor de Strafrechts­toepassing en Jeugdbescherming voor structurele verbetering van de rechtsbescherming van kinderen en ouders die te maken krijgen met een uithuisplaatsing. Dat is zo ingrijpend, daarover mag geen rechter zonder gedegen onderzoek, zonder advocaten, zonder tijd een beslissing nemen. In instellingen lopen kinderen bovendien meer kans op geweld dan thuis, aldus Bruning.

Hoog tijd voor een meldpunt voor ouders en kinderen die door de toeslagenaffaire met een uithuisplaatsing te maken kregen. En de gezinnen zo snel mogelijk begeleiden en herenigen.

Harriet Duurvoort is publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden