COLUMNIbtihal Jadib

Daar zat ik, met een in het Arabisch hakkelende Nijntje

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Ik werd vorige week geattendeerd op de Internationale Dag van de Moedertaal. Daar blijkt een dag voor te zijn uitgeroepen, en wel 21 februari. Het was voor het eerst dat ik ervan hoorde, want het ontbreekt mij aan aanleg voor het bijhouden van dergelijke evenementen. Verjaardagen gaan nog net, dankzij een groezelige kalender op onze wc, en op Moederdag verwacht ik een Nobelprijs voor mijn inzet en toewijding voor de volgende generatie, maar de rest gaat aan mij voorbij.

Afijn, naar aanleiding van de heugelijke dag zijn gratis vertalingen beschikbaar van het boek Coco kan het! in het Turks, Arabisch en Pools. De campagne ‘Lees voort!’ van de Leescoalitie wil daarmee zoveel mogelijk (groot)ouders stimuleren om hun (klein)kinderen voor te lezen, ook als die een andere moedertaal hebben. Een prachtig initiatief, sowieso juich ik alles toe wat te maken heeft met boeken.

Maar van een afstandje toejuichen is een eenvoudige opgave, daar hoeft geen fronsopwekkende arbeid aan te pas te komen. Zo houd ik hartstochtelijk van mijn moedertaal, zonder ook maar íets met die hartstocht te ondernemen. Ik verslind thuis met de kinderen het oeuvre van Annie M.G. Schmidt, we zuchten theatraal mee met de moppereend van Joyce Dunbar en dansen geregeld de kamer rond met Het wilde dierenorkest van Dan Brown. Voorleespret genoeg. Er zit alleen geen woord Arabisch tussen.

Toen mijn eerste net was geboren, ging ik ijverig op zoek naar Arabische kinderboeken. Al snel wist ik drie vertalingen op de kop te tikken: Nijntje in de dierentuin, Oom vliegenier en De kleine ijsbeer. Voldaan zette ik de boeken in de kast, om ze er vervolgens nooit uit te halen. Want ja, dat Arabisch lezen vind ik toch wel lastig, zonder klinkers. Toen mijn tweede werd geboren vroeg ik mijn ouders om met een zwarte stift de tekst van klinkers te voorzien. Nu stond niets mijn voornemen meer in de weg, dus daar zat ik, aan het bed van mijn zoontje, met een in het Arabisch hakkelende Nijntje. Hij keek me stomverbaasd aan.

Strikt genomen is Marokkaans-Arabisch inderdaad mijn moedertaal; ik heb pas Nederlands geleerd toen ik naar de kleuterschool ging. Vanaf dat moment werd die moedertaal rap ingehaald door mijn ‘tweede’ taal en steeds vaker antwoordde ik mijn ouders in het Nederlands. Bij familie in Marokko moest ik vaak naar woorden zoeken en werd ik geregeld uitgelachen om mijn accent. Dat duurde meestal een week of twee, daarna was ik omgeschakeld. Tegen de tijd dat we terugkwamen naar huis was de situatie omgekeerd en voelden juist Nederlandse woorden traag en hoekig, totdat m’n harde schijf na een paar dagen weer was opgestart.

Ik heb die tweetaligheid als een groot voordeel ervaren; ik schaamde me nooit voor mijn gehakkel en vond het juist leuk om twee totaal verschillende talen te leren. En door onze jaarlijkse vakanties in Marokko pikte ik ook wat Frans op, waardoor ik op de middelbare school moeiteloos de Franse overhoringen doorkwam.

Nu spreek ik met mijn eigen kinderen de taal die het makkelijkst van mijn tong rolt, en dat is níét mijn moedertaal. Ik probeer het wel, af en toe, maar echt van harte gaat het niet. Doodzonde natuurlijk. Ik heb de Arabische vertaling van Coco dan ook maar moedig opengeslagen en me erdoorheen geworsteld. Het waren nog aardig wat bladzijden, gelukkig is het boek voorzien van schitterende prenten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden