OpinieChinese Censuur

Daan Heerma van Voss, laat je niet fêteren in China

De schrijver van De laatste oorlog wringt zich in rare bochten, na een ontluisterend bezoek aan China. 

Daan Heerma van Voss (midden) in China. Beeld Chen Wenbi

In ‘Pennestreken’ vertelt Daan Heerma van Voss over de gecensureerde Chinese vertaling van zijn roman De laatste oorlog. Er zijn sekscènes uitgehaald en een moslim-personage is geheel verwijderd. Heerma van Voss hierover: ‘Het verwijderen van seksscènes is erg genoeg maar het in mijn naam uitgummen van een in werkelijkheid door de Chinese staat sterk gemarginaliseerde groep vind ik onvergeeflijk.’ In zijn omvangrijke stuk stelt hij daarop enkele vragen die hij onbeantwoord laat. Als voormalig uitgever van een huis waarin politiek lange tijd een voorname rol speelde, moge ik deze antwoorden geven.

Heerma van Voss komt de eerste ‘indringende kwestie’ ­– hoe in culturele zin om te gaan met problematische regimes? – op het spoor naar aanleiding van het verwijt, gemaakt door Marcel Möring aan collega’s die in 2011 tijdens de boekenbeurs in Beijing weigerden te voldoen aan het verzoek van Amnesty International om het ‘Empty Chair’-speldje te dragen dat symbool staat voor de destijds in gevangenschap levende Chinese Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo – en die dit ‘labbekakkerig cynisme’ had genoemd.

Heerma van Voss spaart kool en geit: ‘De schrijvers van 2011 lieten zich misschien wat makkelijk voor de Chinese kar spannen. Anderzijds is de Nederlandse kritiek ook vaak gemakzuchtig, selectief of beperkt; want waar was soortgelijke kritiek bij Amerikaanse boekenbeurzen, ten tijde van mensenrechtenschendingen in de Abu Ghraib-gevangenis of Guantánamo Bay?’

Wel, de beelden van Abu Ghraib zijn door geschokte Amerikaanse soldaten doorgespeeld aan de media, de kritiek was internationaal, de daders zijn in de VS berecht en tot fikse straffen veroordeeld, verantwoordelijken werden ontslagen, president Bush en zijn minister van Defensie Rumsfeld boden openlijk excuses aan. Het recht had hier dus zijn beloop. Guantánamo Bay telt vandaag nog steeds een aantal gevangenen, mede omdat te weinig andere landen bereid zijn gevonden een aantal van hen op te nemen, waaronder Nederland. Niet volgehouden kan echter worden dat de Amerikaanse regering door niemand hevig is bekritiseerd om dit gevangenkamp.

Martelaren

Heerma van Voss stelt als volgende vraag: ‘Waarom zouden schrijvers zich moeten opstellen als martelaren, als het Nederlandse bedrijfsleven (en de regering) alles doet om een warme relatie met China te onderhouden?’ Die vraag beantwoordt hij evenmin, terwijl dit toch een kolfje naar de hand kan zijn van iedere zindelijke intellectueel, zeker een die zich ongerust schijnt te maken over gebrek aan kritiek op mensenrechtenschendingen door de VS. Want, mijn beste Heerma van Voss, u behoort immers tot het penvoerdersgilde waar politieke en andere machthebbers voor dienen te vrezen? Stelt u zich soms liever op als schoothondje van het bedrijfsleven en uw regering, terwijl u van hen niets te vrezen heeft voor uw gezondheid en vrijheid van meningsuiting? Uw beroepsgroep hóeft niets en mag alles, zélfs engagement tonen. Sterker, niets verhindert u inderdaad om, op bezoek en te gast in China, welke kwestie dan ook aan de orde te stellen. Het ergste wat u kan overkomen is dat u op een vliegtuig naar huis wordt gezet. Of kreeg u signalen dat men u daar wel eens zou willen vasthouden omdat u openlijk protesteerde tegen het uitgummen van een moslim in uw boek?

Banden verbreken

Dan stelt Heerma van Voss wat hij noemt ‘de belangrijkste vraag’: zouden we alle culturele banden met landen met problematische regimes dan moeten verbreken?

Dat werd door het geëngageerde volkje inderdaad gevonden toen in Zuid-Afrika nog het apartheidsregime heerste. Uw collega Willem Frederik Hermans werd na zijn bezoek aan dat land door het gemeentebestuur van Amsterdam (die vrije stad!) als persona non grata gebrandmerkt en samen met Gerard Reve, die er ook geweest was, op een zwarte lijst van de Verenigde Naties geplaatst. Datzelfde volkje wilde destijds wél de culturele banden blijven onderhouden met de Sovjet-Unie, land vol monddood gemaakte en opgesloten schrijvers en wetenschappers die hun stem hadden durven verheffen.

Maar de vraag stellen is haar beantwoorden, dus dat moest Heerma van Voss dan maar eens doen. En hij behoeft daartoe slechts zijn eigen Chinese observaties terug te lezen: ‘… ik kreeg geen ge- en verboden opgelegd – al werden gespreksonderwerpen als homorechten en de Culturele Revolutie niet aangemoedigd, kwam er soms een mannetje langs om onze laptops te inspecteren en verdween er wel eens een e-mail terwijl je hem las’.

Het kan in dat geval ook geen kwaad wanneer hij de interesse van Chinese uitgevers voor zijn werk alleen positief beantwoordt als hij de garantie krijgt dat hijzelf de drukproeven mag laten corrigeren en toezien op het drukken van die door hem gefiatteerde versie. En omdat hij die garantie niet krijgt, zich niet wéér laten fêteren (‘writers-laundering’) en zich in ruil daarvoor opnieuw te laten bedriegen. Zijn antwoord kan dan ook slechts zijn dat hij bedankt voor de eer zolang er geen Chinese herdruk van De laatste oorlog verschijnt mét alle seksscènes en zijn moslimpersonage erin. Dán, alleen dán hebben zijn lezers in de vrije landen reden om trots op hem te zijn.

Wouter van Oorschot is uitgever.

In een eerdere versie van dit artikel werd gesproken over de ‘in gevangenschap levende’ Chinese Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo. Daarmee wordt gerefereerd aan een solidariteitsactie in 2011. De schrijver overleed op 13 juli 2017 in een ziekenhuis in Sjanghai aan leverkanker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden