Columnmax pam

Daags na Zomergasten reed ik naar Almere, om te zien wat Floris Alkemade er zelf van heeft gebakken

null Beeld -
Beeld -

De eerste Zomergast, rijksbouwmeester Floris Alkemade, voldeed in alle opzichten aan wat ik van een moderne architect verwacht. De moderne architect is ernstig en serieus. Hij kijkt altijd somber en lichtelijk gekweld, ongeveer zoals Rem Koolhaas, de godfather van de Nederlandse architecten.

De zorgelijke blik van de moderne architect staat in dienst van zijn manier van spreken. Zoekend naar woorden moet hij anderen kunnen overtuigen. Zijn projecten kosten vaak vele miljarden en degenen die dat moeten financieren, willen graag van de architect horen dat zij hiermee – behalve hun eigen belangen – ook de wereld vooruithelpen. Maar uiteindelijk is de architect zelf evenzeer een ondernemer, een vrije jongen, die lucratieve opdrachten moet binnenhalen, al komt hij er niet graag voor uit dat hij zijn opdrachtgevers in kwesties van leefomgeving, natuur en klimaat naar de mond moet praten.

De moderne architect ontvouwt idealen en zou zich het liefst met kunstenaars omringen. Zelf is hij te bescheiden om zich kunstenaar te noemen, want architectuur blijft toegepaste kunst, een gebruiksmiddel voor burgers. Een stedenbouwkundige als Alkemade, die zijn opleiding heeft gekregen bij OMA (Office for Metropolitan Architecture) moet daarom niet alleen een socioloog zijn, maar ook een futuroloog en zelfs een filosoof. Wellicht is het u ook opgevallen dat Alkemade drie van zijn vier zinnen begint met de frase ‘ik denk’ en dat hij ons bovendien voortdurend op het hart drukt over zaken na te denken. De moderne architect als de denker van Rodin.

Bovenal heeft hij (of zij) alles in zich van een ziener. Hij moet weten hoe mensen zich in de toekomst gaan gedragen. Hij moet de richting van de wereld kennen. De mens heeft de betreurenswaardige neiging steeds verkeerd af te slaan, daar moet de architect voor waarschuwen. Meer dan welke politicus ook is de moderne architect gemachtigd te pleiten voor weidse vergezichten en radicale veranderingen. Daarom wordt hij ook altijd omringd door een bewonderaar; wat dat betreft kweet presentatrice Janine Abbring zich uitstekend van haar taak. En ten slotte: zoals iedere ziener is de moderne architect humorloos.

Het eerste fragment van Alkemade toonde het namaakkasteel dat twintig jaar geleden bij Almere werd gebouwd als trouw- en feestlocatie, maar dat is vervallen tot een ruïne. Op zichzelf grappig, en zeker een aanleiding om je af te vragen waarom veel mensen liever in oude huizen wonen dan in moderne. Helaas bleef het daarbij. Jammer dat wij niet even gingen kijken in Almere zelf. OMA heeft daar, onder leiding van dezelfde Alkemade, het stadshart ingericht – ‘een winkel-, woon- en vertierwijk’ – dat uitloopt op de plas Weerwater. Was het na de beelden van kasteel Almere niet aardig geweest als wij hadden kunnen zien wat de rijksbouwmeester er zelf van heeft gebakken?

Algemeen wordt het centrum van Almere beschouwd als een stedenbouwkundige ramp. Sinds de inrichting van 2007 is het al aan zijn tweede grootscheepse renovatie toe. Nog vorig jaar gaf Bernard Hulsman in NRC Handelsblad een verwoestende beschrijving van de ‘Esplanade’ die de ontwerpers in gedachten hadden. De Esplanade moest een soort strand worden, of in elk geval een grote vlakte. Gebruikers daarentegen ervoeren de ruimte vooral als ‘een provocerende leegte’, waar niets te beleven viel. Uit het oog was verloren dat ‘de jeu-de-boulesachtige grindlaag’ regelrecht de stad in woei.

Hoge schotten van groen glas moesten worden opgericht om te voorkomen dat het in het centrum van Almere altijd tocht. De Esplanade werd ten slotte geasfalteerd, zodat zij er volgens Hulsman tegenwoordig uitziet als ‘een kartbaan waarop het verboden is te karten’. Hulsman spreekt van ‘een moeilijk koloniseerbare zandwoestijn’ en verder is er sprake van ‘zandkleurig betonplak’, waardoor het plein oogt als een parkeerterrein dat niet bedoeld is om op te parkeren. Na vijftien jaar is de gebruiksvriendelijkheid nog ver te zoeken.

Daags na de uitzending reed ik er zelf heen. De zon scheen en de wind was matig. Het gangetje omhoog van de parkeergarage was zo smerig en vervuild dat ik blij was toen ik mijn hoofd boven de grond kon steken. Op de Esplanade lagen wat tieners op de plukjes gras tussen het asfalt. In de plas was geen zwemmer te bekennen. Omdat de maag begon te knagen, zette ik koers naar de Food Passage. Daar was de keus tussen KFC en Burger King. Het McDonald’s Centrum verderop had ik toen nog tegoed. De bioscoop heet hier Kinepolis, ongetwijfeld naar analogie van Metropolis, want alleen een knoeier heeft geen grootse ambities. Het plaatselijke Apollo Hotel bleek ramen niet wijder dan schietgaten te hebben. Toen ik wilde vertrekken, was het nog verdomd moeilijk de ingang te vinden van de parkeergarage. Reikhalzend kijk ik uit naar de volgende ziener in Zomergasten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden