Media in Curaçao Kees Broere

Curaçao voelt mee met de pijn van Nederland na aanslag in Utrecht

Waar hebben de media het deze week over op Curaçao? Welnu, over de aanslag in Utrecht natuurlijk, constateert onze correspondent Kees Broere.

De maandagochtendfile op de Caracasbaaiweg staat er nog in al haar kleine glorie, de mensen hebben hun werk nog niet bereikt en zitten dromerig achter het stuur, als via sociale media de eerste melding binnenkomt. Zoals van Yves Cooper, de Curaçaose journalist die per dag zo’n 25 uur aan het werk lijkt.

‘Atentado terorístiko’, terroristische aanslag ‘na Utrecht Hulanda’, meldt Cooper. Of dat ook klopt, dat ‘terroristische’, is op dat moment allesbehalve zeker. Maar feit is dat de voor Nederland schokkende gebeurtenis ook duizenden kilometers westwaarts in het koninkrijk bepaald niet onopgemerkt blijft.

Vroeger ging het ongeveer zo. Stel, je bent op Curaçao de correspondent voor het ANP, het Algemeen Nederlands Persbureau. Je tikt ’s avonds, lokale tijd, een stukje. Je belt dat door. De nachtredacteur in Den Haag zet dat ‘op het net’. De volgende ochtend, zo rond je ontbijt, krijg je al de eerste Curaçaose reacties op je schrijven, omdat het nieuws ervan via de korte golf is gemeld door Radio Nederland Wereldomroep.

Zo zong het rond binnen het koninkrijk. Nu hebben we Twitter en Facebook, en kunnen we als het moet op de overzeese eilanden het NOS-verslag van Simone Weimans over de gebeurtenissen rond een Nederlandse tram ook live op de televisie volgen.

In de media van Curaçao valt het buitenland grofweg in drie categorieën uiteen. Er is regionaal nieuws, zoals dat over buurman Venezuela, dat luttele kilometers verderop, aan de andere kant van de Caribische Zee ligt. Er is de grote, soms verre wereld, desnoods tot aan Fiji toe. En er is Nederland.

Er zijn veel redenen waarom het nieuws uit Nederland voor Curaçao interessant kan zijn. De misschien wel belangrijkste is deze: in Nederland wonen al bijna net zo veel mensen die hun oorsprong op Curaçao hebben als op het eiland zelf. Vergelijk het hiermee: als op Curaçao pakweg veertien miljoen mensen van Europees-Nederlandse komaf zouden wonen, zou men ook in Utrecht willen weten wat in Willemstad aan de hand is.

Maar er is nog een andere, nog wel eens onderschatte reden. Noem die gerust: compassie. De pijn van Nederland, zoals tijdens een monsterlijke maandagochtend in het hart van dat land, wordt in het Caribische deel van het koninkrijk oprecht gevoeld.

De dag was ook ‘in de West’ nog niet voorbij, of de regering van premier Eugene Rhuggenaath op Curaçao kwam via de e-mail met een persbericht waarin medeleven werd uitgesproken met de mensen die rechtstreeks of indirect het slachtoffer waren van een ‘gruwelijke daad’. Op het Bovenwindse Sint Maarten, net als Curaçao en Aruba een autonoom land binnen het koninkrijk, bleef premier Leona Marlin-Romeo niet achter. Aruba had een nationale feestdag achter de rug, maar dan wel een met een rouwrandje.

Natuurlijk vallen dergelijke uitingen van sympathie binnen de diplomatieke plichtplegingen. Vanuit Talinn of Windhoek hebben mogelijk vergelijkbare verklaringen geklonken. Maar zeker voor Curaçao geldt dat de regeringswoorden gemeend zijn. Rhuggenaath is een empathische man. Als in Christchurch moskeegangers worden afgeslacht, is hij het die via Twitter laat weten dat de islamitische gemeenschap op zijn eiland, ongeveer bestaand uit de spreekwoordelijke anderhalve moslim en een paardenkop, er een is waarop hij ‘trots’ is. En dat meent-ie.

Waarna het eiland uiteraard overgaat tot de orde van de dag. Een orde waarbinnen ook gescheld op Nederland maatschappelijk alle ruimte krijgt. Maar toch. Compassie in het koninkrijk. Het bestaat.

Kees Broere is correspondent in Willemstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.