Opinie Raad voor cultuur

Culturele participatie verdient gelijke kansen

De Raad voor Cultuur wil vernieuwing en verbreding van de kunstensector, maar creëert tegelijkertijd een ongelijk speelveld, betogen drie vertegenwoordigers van kleine theaters in Den Haag en Amsterdam. 

Scholieren in het Laaktheater te Den Haag. Beeld An-Sofie Kesteleyn

Terwijl afgelopen week de Raad voor Cultuur zijn advies voor de komende vier jaar (2021 – 2024) presenteerde aan minister Van Engelshoven, was daarbij een select gezelschap genodigd. De huidige door het rijk gesubsidieerde culturele instellingen van de Basis Infrastructuur (BIS), de Raad voor Cultuur met adviseurs zelf en natuurlijk de minister. De Raad presenteerde daar een advies dat een weerbarstige werkelijkheid weerspiegelt; heel veel mensen en hun cultuur maken na jaren participatiebeleid geen onderdeel uit van het culturele bestel, terwijl het maatschappelijk en cultureel belang daarvan bevestigd wordt. Waar de Raad zich in zijn eigen net vangt door alleen de BIS-instellingen uit te nodigen voor de presentatie, illustreert hij het probleem dat de cultuursector heeft met inclusiviteit en participatie.

De Raad baseert zijn advies voor de komende kunstenplanperiode op vier prioriteiten, samengevat: vernieuwing en verbreding van aanbod, genre- en talentontwikkeling, zorgen voor een goede afspiegeling van de bevolking en bijdragen aan een gezonde arbeidsmarkt. De Raad voor Cultuur stelt dan ook een herziening van het cultuurbestel en -beleid voor.

Wie verder leest, ziet dat deze herzieningsadviezen maar ten dele bijdragen aan de prioriteiten die de Raad schetst. De inzet op participatie is weliswaar 35 miljoen, maar dat hele bedrag wordt met een tijdelijke matchingsregeling verdeeld. Daar staat tegenover dat de BIS flink wordt uitgebreid en dat een deel van de huidige BIS buiten de vierjarige beoordelingscyclus zal gaan vallen. Daar komt bij dat de Raad adviseert om schaalvergroting binnen de BIS te ondersteunen.

Cyclus

Het is logisch dat beheer van kunst en erfgoed een andere cyclus gaat volgen, omdat dit werk van de lange termijn is. Maar schaalvergroting én het onttrekken van andere instellingen aan de vierjarige cyclus waarin de volksvertegenwoordiging een stem heeft, creëert een ongelijk speelveld. Juist voor cultuurparticipatie is dit funest, omdat met name veel grote en BIS-instellingen op dat vlak vaak matig presteren. Het feit dat instellingen die succesvol zijn met cultuurparticipatie met tijdelijke matchingsgelden worden versterkt terwijl ze nu al voor een groot deel afhankelijk zijn van incidentele middelen, steekt af tegen de versterking van de BIS-instellingen.

Onbedoeld verzwakt de Raad met haar advies de kracht die de middelen voor cultuurparticipatie kunnen hebben. Ons inziens wordt effectieve samenwerking aan participatie gestimuleerd door te zorgen voor evenwicht tussen instellingen onderling door gelijke schaal en beoordelingscriteria èn het opnemen van een landelijke uitvoeringsorganisatie voor cultuurparticipatie in de BIS. Wellicht door een deel van de participatiegelden daarvoor in te zetten. En zolang er geen alternatief is voor de Code Culturele Diversiteit, dient elke BIS-instelling op toepassing daarvan vierjaarlijks te worden beoordeeld. ‘Pas toe en leg uit’ is de aanpassing die minstens nodig is.

Schaalverschillen

In sommige steden merken we dat schaalverschillen tussen instellingen voorbijfietsen soms makkelijker maakt dan samenwerken. We merken ook dat eenmalige successen van samenwerking te vaak worden verorberd zonder vervolg. Juist duurzame samenwerking met experts in de uitvoering van participatie die daar ook structureel de financiële middelen voor hebben, zorgt voor een betere ontwikkeling. Want waar de Raad zegt dat heel veel mensen en culturen niet zichtbaar zijn in de culturele sector, noemt hij deze experts niet. De stap om de BIS te verrijken met een stevige landelijke uitvoeringsorganisatie voor cultuurparticipatie draagt bij aan duurzame groei, bewustwording en kennisdeling. En zo komen participatiegelden waar ze thuishoren, bij de basis en opgenomen in de top.

Cultuurparticipatie podia annex werkplaatsen in de grote steden zijn volwassen geworden en bundelen hun krachten op landelijk niveau. Deze experts bewijzen al een aantal jaren hun succes en reiken de minister de hand. De urgentie en het geld om hun expertise en effect te borgen in de BIS zijn er en deze instellingen sorteren daar nu op voor.

Harrie van de Louw, theater De Vaillant in de Schilderswijk te Den Haag
Ricky Middendorp, Laaktheater te Den Haag
Ernestine Comvalius, Bijlmer Parktheater te Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.