opinie Urgenda-uitspraak

Critici van het ‘Urgenda-vonnis’ zien de privaatrechtelijke dimensie van de zaak over het hoofd

Jonge toeristen bij hoog water op San Marco-plein in Venetië. Beeld EPA

Consternatie onder rechtsgeleerden. Het hof in Den Haag oordeelde vorige week dat de Nederlandse staat zijn klimaatdoel moet aanpassen naar minimaal 25 procent broeikasgassenreductie in 2020 ten opzichte van 1990. Hiermee zou het hof beleid maken en dus politiek hebben bedreven. Deze kritiek is echter aanvechtbaar. Mogelijk is dit te verklaren vanuit het rechtsgebied waarin de bezorgde juristen opereren.

Mijn gewaardeerde collega-promovendus Europees Recht Wiebe Hommes toonde zich gisteren in de Volkskrant ongerust. Het hof rekt volgens hem de mensenrechten te veel op door ze toe te passen op gevaarlijke klimaatverandering. Zo zou het ten onrechte hebben gelegitimeerd een uitspraak te doen over het ‘door en door politieke’ ideale broeikasgassenreductie-pad voor 2020 en een ‘discussie doodslaan’.

Hommes sluit zich aan bij een reeks eminente rechtsgeleerden die de afgelopen week in de media traden. In deze krant stelde staatsrechtjurist Geerten Boogaard dat de democratie met de Urgenda-uitspraak ‘onder curatele’ wordt gesteld. In Trouw uitte de hoogleraar staatsrecht Wim Voermans de zorg dat de uitspraak Nederland met een ‘onmogelijke last’ zou opzadelen. Hoogleraar Roel Schutgens voorspelde bij Nieuwsuur dat na de Urgenda-uitspraak rechters vaker beleid zullen gaan maken.

Maar staatsrecht en Europees recht zijn geen privaatrecht. De critici lijken de privaatrechtelijke dimensie van de Urgenda-zaak over het hoofd te zien. De rechter gaat in het privaatrecht uit van de feiten waar de strijdende partijen het over eens zijn. En dat waren er nogal wat in het privaatrechtelijke Urgenda-proces.

Neem die ‘onmogelijke last’ van Voermans. Die valt mee. Bij de rechtbank had de staat immers erkend dat het economisch gezien mogelijk is meer te reduceren. Dan: het ideale reductiepad. De Staat onderschrijft dat geïndustrialiseerde landen een doel tussen 25 en 40 procent moeten hanteren voor 2020. Dat neemt de rechter voor waar aan in het privaatrecht.

Voor de duidelijkheid alles op een rijtje. De juridische vraag van het Urgenda-proces luidt: is het mensenrecht op leven en een thuis geschonden? Het hof buigt zich vervolgens over de feiten: de staat vindt klimaatverandering levensgevaarlijk. Daarom is Nederland sinds 1992 partij bij het VN-Klimaatverdrag. Om het levensgevaar af te wenden, moeten geïndustrialiseerde landen 25 tot 40 procent reduceren in 2020. Dat blijkt uit wetenschap die de staat de afgelopen tien jaar tijdens internationale conferenties heeft onderschreven.

Het hof concludeert: minder dan 25 procent reduceren leidt tot levensgevaar. Dit betekent schending van mensenrechten. Nederland moet als geïndustrialiseerd land minimaal 25 procent reduceren in 2020 om het recht op leven van de Nederlandse burgers te beschermen. Dat is geen rechtersbeleid, dat is de staat houden aan zijn eigen doelen om onze mensenrechten te beschermen.

Er werd ook geen ‘discussie doodgeslagen’, want die was er nauwelijks. In het recht moet degene die stelt, bewijzen. De staat wees als noodgreep op reductiepaden waarin zogenaamde ‘negatieve emissies’ waren ingecalculeerd. Dat zijn technieken om CO2 later uit de lucht te halen, zodat we nu veel kunnen blijven uitstoten. Urgenda wees erop dat die technieken nog niet zijn uitgevonden – wat de Staat toegeeft. De rechter achtte negatieve emissies daarom niet realistisch.

In lijn met het milieurechtelijke voorzorgsbeginsel – een uitgangspunt van de staat zélf – zei het hof: nu reduceren is beter dan later rommel opruimen met een stofzuiger waarvan onzeker is of hij ooit wordt uitgevonden. Helaas komen we er niet alleen door ‘meer in technologie te investeren’ of ‘een dijk te bouwen’, zoals Hommes (als ik zo vrij mag zijn: lichtelijk naïef) voorstelt.

Nederland is een democratische rechtsstaat. Daarbinnen garandeert de machtenscheiding dat noch de wetgevende, noch de uitvoerende, noch de rechtsprekende macht tiranniek wordt. De politiek mag doen waartoe ze democratisch gelegitimeerd is, zolang ze de mensenrechten – die ook via democratische weg tot stand zijn gekomen – niet schaadt. Waar ze dat wel doet, hebben rechters de macht om de politiek te corrigeren.

Nu klimaatverandering levensbedreigend wordt, stelt het hof terecht vast dat de staat mensenrechten schendt met ontoereikend beleid: het recht op leven en het recht op privéleven inclusief een thuis, neergelegd in de artikelen 2 en 8 Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Leven is een noodzakelijke voorwaarde voor participeren in de democratie. Anders dan Boogaard vreest, wordt de democratie hier dus niet ‘onder curatele gesteld’, maar juist beschermd.

Kortom, de storm van kritiek op de Urgenda-uitspraak is misplaatst. De staat hoeft niet in hoger beroep, maar kan het Nederlandse belastinggeld beter besteden aan een scherper klimaatbeleid. Om ergere stormen te voorkomen. 

Laura Burgers promoveert op de democratische legitimiteit van klimaatrechtszaken aan de UvA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.