Opinie

CPB-advies geeft blijk van economische tunnelvisie

Het pleidooi voor vroege selectie van leerlingen heeft een erg smalle onderzoeksbasis en negeert dat daarmee ongelijkheden worden vergroot.

Beeld Arie Kievit

Het Centraal Planbureau (CPB) publiceerde onlangs Kansrijk Onderwijsbeleid, een literatuurstudie naar effecten van allerlei onderwijsmaatregelen op de leerwinst van leerlingen en studenten.

Het rapport omvat veel verschillende maatregelen, maar een van de maatregelen sprong er nogal uit in de media: het zou verstandig zijn om leerlingen al op de basisschool te plaatsen in verschillende klassen op basis van hun leerprestaties. Dit zou de gemiddelde prestaties ten goede komen.

De bevinding dat selectie al tijdens de basisschool effectief is, is gebaseerd op twee studies die de kwaliteitstoets van het CPB konden doorstaan: één in Kenia en één in Zuid-Korea. Maar de Zuid-Koreaanse studie gaat helemaal niet over het basisonderwijs maar over het voortgezet onderwijs. We moeten dus vertrouwen op één Keniaanse studie.

Zoals de auteurs van deze Keniaanse studie schrijven, droeg de beleidsverandering van selectieve klassen ertoe bij dat docenten vaker daadwerkelijk in de klas te vinden waren. Dat dit leerwinst oplevert, lijkt ons niet verwonderlijk.

Er bestaat een heel veld aan westerse longitudinale studies naar de effecten van parallelle klassen (ability grouping) op de basisschool waarbij rekening wordt gehouden met eerdere leerprestaties. De conclusie is vaak dat de leerwinst zich hooguit voordoet aan de bovenkant, maar zeker niet aan de onderkant. De minst presterende leerlingen hebben vaak juist last van een homogene groep.

Maar deze rijke schat aan studies uit de onderwijskunde en sociologie was voor het CPB niet zo belangrijk als dat ene Keniaanse experiment waar de leerkracht opeens op komt dagen. Gaan we daar ons onderwijsbeleid op baseren?

Wat komt dichter bij de werkelijkheid in Nederland, honderden studies naar schoolloopbanen in westerse landen of één Keniaans experiment?

Een tweede makke van de CPB-studie is dat het compleet negeert dat vroege selectie ongelijkheden tussen sociale milieus vergroot. Het CPB kijkt uitsluitend met een economische 'efficiëntie-bril' naar het onderwijs, zonder andere centrale taken van het onderwijs te beschouwen, zoals het bieden van gelijke kansen en het bevorderen van burgerschap. Juist deze taken zijn de reden dat vroege selectie weer op de politieke agenda staat.

De economische tunnelvisie van het Centraal Planbureau is echt onacceptabel voor dit invloedrijke instituut. Het CPB heeft langzaamaan zijn werkterrein uitgebreid en onderzoekt al lang niet meer uitsluitend de macro-economie. Maar als het zich met het onderwijs wil bezighouden, zou het meer oog moeten hebben voor de evidentie die in andere vakgebieden wordt aangedragen. Juist in een literatuurstudie van een nationaal adviesorgaan verwacht je dat de diversiteit aan vakgebieden en onderzoeksdesigns aan bod komt.

Alleen met veelzijdige informatie uit verschillende disciplines kan het CPB tot degelijke conclusies komen ten behoeve van het beleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden