Opinie

Corrigeer grote fout in referendumwet

Weet u al of u op 6 april gaat stemmen in het referendum over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne? De keuze is niet alleen lastig omdat de politieke gevolgen lastig te voorspellen zijn. Het probleem zit dieper, het zit in de Wet raadgevend referendum zelf.

Beeld anp

Het referendum op 6 april is alleen geldig als de opkomst minimaal 30 procent van de kiesgerechtigden is. Stel dat u een voorstander van het verdrag bent, dat een ruime meerderheid van de stemmers tegen het verdrag is en dat de opkomst net onder de 30 procent zit.

Als u in dit voorbeeld niet gaat stemmen, dan is het referendum ongeldig en gaat het parlement het verdrag goedkeuren. Als u daarentegen voor het verdrag gaat stemmen, dan zal uw ja-stem ervoor zorgen dat het referendum geldig wordt, doordat de opkomst net boven de 30 procent komt. Met als gevolg dat het verdrag wordt afgekeurd, precies hetgene wat u niet wilde!

In deze situatie blijkt het voor de voorstander van het verdrag uiteindelijk beter om niet stemmen. Tegenstanders van het verdrag zitten niet met dit strategisch probleem: voor hen geeft stemmen hoe dan ook meer kans op de afwijzing van het verdrag dan thuis blijven.

Verhoogde kans op afwijzing associatieverdrag

Het probleem van strategisch gedrag bij een referendumprocedure met een opkomstquorum is in de wetenschap al langer bekend (zie mijn artikel in Openbaar Bestuur, november 2010). Gelukkig is de oplossing van dit probleem ook bekend: als je al een geldigheidsdrempel wil, kies dan geen opkomstquorum, maar een meerderheidsquorum.

Bij een meerderheidsquorum stel je geen eisen aan de hoogte van de opkomst, maar aan de grootte van de meerderheid. Voor een geldig referendum zou je bijvoorbeeld kunnen eisen dat de meerderheid van de stemmen tenminste 20 procent van de kiesgerechtigden moet omvatten, of een willekeurig ander percentage. Bij een dergelijke procedure is er geen mogelijkheid voor strategisch gedrag: stemmen kan voor de voorstanders niet averechts uitwerken.

Wat bovenstaande laat zien is dat met de huidige Wet raadgevend referendum er voor de voorstanders meer redenen zijn om niet te stemmen dan voor de tegenstanders. Dit is een probleem voor het kabinet, omdat het de kans op een afwijzing van het associatieverdrag verhoogt.

Daarnaast is het ook een probleem voor de democratie. Ten eerste wordt het neutraliteitsbeginsel geschonden, omdat aan de ja-keuze strategische overwegingen hangen en aan de nee-keuze niet. Ten tweede kan de referendumwet participatie verlagend werken, terwijl een democratische institutie als het referendum de participatie juist zou moeten aanmoedigen.

In eerdere gevallen heeft onderzoek laten zien dat een opkomstquorum inderdaad participatieverlagend werkt, in tegenstelling tot een meerderheidsquorum. En paradoxaal genoeg kan juist de aanwezigheid van een opkomstquorum ertoe leiden dat de vereiste opkomst niet wordt gehaald.

Marc Pauly is hoofd Kenniscentrum Filosofie, RU Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden