COLUMNMARTIN SOMMER

Corona maakt een eind aan illusies over eigen politieke koers

Er komt dus toch een onafhankelijk onderzoek naar de lessen van de coronacrisis. Wat de onderzoeksvraag ­precies wordt, weten we nog niet. Initiatiefnemers Asscher (PvdA) en Marijnissen (SP) hielden het keurig onpolitiek. We moeten fouten bij een eventuele tweede uitbraak vermijden. De regeringspartijen voelden nattigheid zodat de stemmen vorige week staakten. Maar tegenhouden zou de indruk wekken van een slecht geweten, en zo stemde dinsdag de voltallige Tweede Kamer voor het onderzoek.

Toeval of niet, dezelfde dag begon in Frankrijk een heuse parlementaire enquête naar de pandemiebestrijding. De Franse Jaap van Dissel heet Jérôme Salomon. Net als Van Dissel legde hij week in week uit onvermoeibaar uit waarom de confinement noodzakelijk was en waarom mondkapjes ‘een vals gevoel van veiligheid’ zouden kunnen geven. En net als Van Dissel wees hij veelvuldig naar ‘de wetenschap’ om beslissingen te onderbouwen.

Een verschil is wel dat Salomon aanzienlijk politieker is dan zijn poldercollega. Hij is directeur-generaal volksgezondheid, verbonden aan de staf van de Franse president. Op zijn Frans is ook die parlementaire enquête erg politiek. De voorzitter van de enquêtecommissie zit voor de rechtse oppositie in de Assemblee, en de angst van de regering dat rechts hier een slaatje uit wil slaan is tastbaar.

Ook de Nederlandse regering was huiverig voor een onderzoek ‘terwijl de brandweer nog aan het blussen is’. Nu komt er dus (nog) geen parlementaire enquête, maar gaan onafhankelijke experts vragen stellen. Toch zijn de overeenkomsten met de Fransen groter dan de verschillen. Want zijn er nog wel onafhankelijke experts in Nederland? Ook hier is de bestrijding van de pandemie inmiddels behoorlijk politiek geworden, en heeft iedere viroloog zijn stelling betrokken.

Premier Rutte zei dat voor hem de wetenschap heilig is. Maar wat het RIVM heeft laten zien, of liever zijn ­televisiegezicht Van Dissel, was meer op de politiek afgestemde kennis dan wetenschap. Dat blijkt uit de gerezen disputen over de effectiviteit van mondkapjes, over het advies om ze in verpleegtehuizen niet te gebruiken, over de ontkenning dat het woord groepsimmuniteit ooit is gevallen. ­Allemaal begrijpelijk misschien, maar met onafhankelijke wetenschap had het weinig te maken.

Niet lang geleden was er ophef over het WODC, ook zo’n onafhankelijk ­wetenschappelijk rijksinstituut. Het departement had zich met het drugsonderzoek van het WODC bemoeid, minister Opstelten had zich veroorloofd om ‘daar moet wel sturing op zitten’ te zeggen. Er kwam een forse rel van. De ene onafhankelijkheid is klaarblijkelijk de andere niet, want in corona­tijden is het volstrekt normaal dat politiek en wetenschap het ­podium delen.

Soortgelijke kwesties spelen in Frankrijk. Waarheidsvinding en politieke noodzaak raakten nauw verstrengeld. En dat geldt voor alle EU-landen, aldus de bekende politicoloog Ivan Krastev in zijn nieuwe boek dat ik vandaag in het katern Boeken & Wetenschap bespreek. De gelijkenis is opmerkelijk, aangezien de Europese landen zich aan het begin van de crisis juist van elkaar afwendden. Grenzen gingen dicht, elk land ging zijn ­eigen weg. Volgens Krastev leek de EU op dat moment wel het Heilige Roomse Rijk in zijn nadagen, toen geen mens zich nog realiseerde dat hij daar deel van uitmaakte.

Elke lidstaat ging zijn gang, en toch bleek dat de regeringen zich geen grote afwijkingen konden veroorloven. De problemen waren dezelfde: te weinig mondkapjes en plaatsen op de ic’s. Belangrijker was dat de bevolkingen angstvallig naar prestaties van de buurlanden keken. Iedereen hield nauwgezet bij of de Belgen, de Duitsers of de Denen het soms beter deden dan wij. Niet wetenschap maar politieke concurrentie leidde ertoe dat de lidstaten steeds meer hetzelfde gingen doen. Krastev spreekt van de Europese paradox – geen Europese gevoelens, wel gelijksoortig beleid.

De angst voor de afwijking was de angst voor de straf. Precies zo is het gegaan met de Zweden. Zij hielden als uitzondering vast aan de groepsimmuniteit. Nu heeft Zweden een hoog aantal slachtoffers en is het ook al niet gelukt de economie op gang te houden. Zweden wordt gezien als potentiële haard van besmetting en de buurlanden houden de grens dicht.

Krastev vraagt zich in zijn boek af wat de succesformule kan zijn bij de pandemiebestrijding. Hij komt uit op vertrouwen en stevige instituties. Dan is Zweden de ontkrachting van zijn stelling, met een bovenmatig geloof in het eigen kunnen van bureaucratie en wetenschap. Vijf jaar geleden kregen de Zweden ook al het deksel op de neus, toen ze als gidsland zeer ruimhartig waren in de vluchtelingencrisis en tot hun verbazing te maken kregen met een forse politieke terugslag. Ik vermoed dat ook de Zweden zich voortaan meer op het grijze gemiddelde zullen richten.

Daar bevindt zich Nederland. Uit het onafhankelijke onderzoek zal straks komen dat Nederland het niet fantastisch heeft gedaan, ondanks de politieke borstklopperij over zeventien miljoen coronabestrijders. Meer dan 350 slachtoffers op een miljoen bewoners is geen bijzondere prestatie. Tegen de tijd dat in de Kamer over het onderzoeksresultaat wordt gedebatteerd, zijn we zoveel maanden dichter bij de verkiezingen. Dan wordt corona pas echt een politieke kwestie. Precies wat de oppositie uitkomt en de regeringspartijen vrezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden