CommentaarSander van Walsum

Corona is een nieuwsfeit dat men op straat meent te kunnen negeren

Spatschermen bij de bar in een populair café in Groningen.Beeld ANP

Er zijn twee parallelle werkelijkheden: die van het leven op straat en die van de actualiteit. In een land als Nederland staan die twee hoe dan ook ver af van elkaar.

Toen corona nog een jong nieuwsfeit was, waren Nederlanders niet eens zo ontevreden over zichzelf. De hamsterwoede werd door een adequate bevoorrading van de supermarkten betrekkelijk snel de kop ingedrukt. De voorzorgsmaatregelen werden stipt nageleefd in het land waarin men zich, aldus het zelfverheerlijkende lied uit de jaren negentig, ‘niet de wetten liet voorschrijven’. De bloemen en andere attenties voor het overbelaste zorgpersoneel waren op een zeker moment niet aan te slepen. En Italiaanse of Spaanse toestanden konden – met vereende inspanningen, zoals het heette – worden voorkomen.

Juist omdat het ergste uitbleef, kreeg de hang naar normaliteit al snel de overhand. En dat was ook hard nodig, want de economie had in de eerste coronaweken grote klappen moeten incasseren. De terrassen stroomden dus weer vol, eerst met inachtneming van (steeds veranderende) voorzorgsmaatregelen: plaatsen reserveren, alleen in gezinsverband consumeren, afstand houden van de andere gasten, handen reinigen bij binnenkomst, adressen achterlaten. Maar het regime verslapte zienderogen, net als op andere plekken waar het virus zich snel zou kunnen verspreiden, zoals supermarkten. Her en der staat nog een, al dan niet gevulde, flacon met handgel, maar verder is het weer business as usual. De tijdreiziger uit 2019 die nu door de Nederlandse binnensteden zou wandelen, zou vermoedelijk geen veranderingen zien ten opzichte van het jaar van herkomst. Afgezien misschien van het feit dat er opmerkelijk veel mondkapjes rondslingeren op straat.

Er zijn twee parallelle werkelijkheden: die van het leven op straat en die van de actualiteit. In een land als Nederland staan die twee hoe dan ook ver af van elkaar: wie in de ene werkelijkheid leeft, kan ervoor kiezen de andere werkelijkheid eindweegs te negeren. Maar tijdens deze slepende coronacrisis neemt de kloof tussen beide onwezenlijke vormen aan. In de week waarin ruim honderdduizend mensen positief zijn getest, weer meer dan honderd coronapatiënten op de ic’s zijn opgenomen en de status van acht veiligheidsregio’s tot ‘zorgelijk’ is opgeschaald, vieren supporters van Willem II – met instemming van het gemeentebestuur – de deelname van hun club aan het Europees voetbal, schreeuwt de Feyenoordaanhang zich de longen uit het lijf, en zeggen influencers op voorspraak van Willem Engel van Viruswaarheid de overheid de wacht aan omdat die het op de vrijheden van de burger zou hebben gemunt. Terwijl een grote, zij het slinkende, meerderheid van de Nederlanders de overheidsmaatregelen nog altijd zegt te steunen, wordt het tegengeluid kracht bijgezet met lawaai en omgekeerde Nederlandse vlaggen (die inmiddels bijna het nieuwe normaal lijken te symboliseren).

Dat de nationale consensus tijdens de coronacrisis niet duurzaam is gebleken, heeft meerdere oorzaken: het enigszins diffuse karakter van het virus (dat weliswaar veel mensen treft, maar betrekkelijk weinig mensen ernstig ziek maakt), het feit dat de pandemie in de zomermaanden redelijk onder controle leek te zijn gebracht, maar ook de haperende regie op kabinetsniveau. Aanvankelijk kwam premier Rutte nog wel weg met de (terechte) vaststelling dat ‘100 procent van de besluiten moet worden genomen met 50 procent van de kennis’. Maar inmiddels heeft het kabinet zo vaak moeten terugkomen op prognoses met betrekking tot – met name – de testcapaciteit, dat het met een serieus geloofwaardigheidsprobleem kampt. Dat ruim een half jaar na de uitbraak van de crisis een deel van de coronatests in Abu Dhabi moet worden uitgevoerd, is verdedigbaar maar evengoed genant.

Nog geniet Mark Rutte veel vertrouwen, opgebouwd in tien jaar premierschap. Hij heeft voldoende gezag om fouten te erkennen, en om het gevoel van urgentie te herstellen dat de laatste maanden verloren is gegaan. Niet door voetbalsupporters te manen ‘hun bek te houden’, maar door de Nederlanders van de onontkoombaarheid van een strenger regime te overtuigen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden