VERSLAGGEVERSCOLUMNToine Heijmans in Spijk

Code rood, code oranje, code geel: mensen blijven kleine krabbelaars als het aankomt op de wereld waarvan ze deel uitmaken

null Beeld

De Rijn komt het land niet bij Lobith binnen maar bij Spijk, zes kilometer verder naar het oosten, en het monument dat daar is opgericht heet ‘und so weiter’, een betonnen kunstwerk van Miranda Rikken over de eeuwige loop van het water en het leven. Aan beide is weinig te veranderen, al doet iedereen z’n best.

De rivier maakt zich onstuitbaar breed en het enige wat de mensen op de Spijksedijk kunnen doen is fotograferen of voorzichtig met laarzen aan in het water stappen, want de kade van Tolkamer staat blank. Hoogwater trekt altijd volk, gewoon even kijken naar iets waar je niets tegenin kunt brengen.

‘Ja’, vang ik een luidruchtig telefoongesprek op van een wandelaar, ‘liever had ik in Spanje gezeten.’

Hoogwater bij Spijk. Beeld Toine Heijmans
Hoogwater bij Spijk.Beeld Toine Heijmans

Volgens de permanente metingen van Rijkswaterstaat bedraagt het debiet 7302,13 kubieke meter per seconde, het hoogtepunt wordt vandaag verwacht. De dijk lijkt stevig maar is al afgekeurd over de hele lengte, 27 kilometer, het versterken duurt twee decennia. Eenderde van alle Nederlandse dijken moet hoger en breder, opnieuw een machtig vertoon van grondverzet, maar als je het van bovenaf bekijkt is het ook een vorm van machteloosheid.

Code rood, code oranje, code geel: mensen blijven kleine krabbelaars als het aankomt op de wereld waarvan ze deel uitmaken. Zo snel zijn ze uit het veld geslagen: een sneeuwjacht, een coronavirus, rijzend water is genoeg. Hoe kwetsbaar het leven is, en hoe ontkoppeld van de natuur, dat wordt dan duidelijk.

Extreme omstandigheden: min 4 graden, 15 meter boven NAP, en zorgwekkende ziekenhuisstatistieken.

Sneeuw bedreigt de bevoorrading van de supermarkten, treinen rijden ‘mondjesmaat’, de krant verschijnt niet, voor het eerst in veertig jaar, vaccinatielocaties blijven gesloten. Elf miljoen kilo zout is over de wegen gestrooid en nog zijn ze alleen voor durfals begaanbaar, het spoor heeft verwarmde wissels maar niet warm genoeg. Er geldt een avondklok. De uiterwaarden zijn preventief van vee ontdaan, maar de schepen varen.

Een duwbak worstelt zich stroomopwaarts tussen de verdwenen kribben door, het water duwt de boeg omhoog. De andere kant op gaat het harder. Een rijnaak parkeert achteruit tegen drijvend remmingwerk, sturend op de stroom. Niet de hoogte van het water is bijzonder maar de kracht ervan, dat heeft de schipper goed gezien: laten meevoeren, niet ertegenin boksen, dat is het beste.

Het water is bijna zwart, en achter de dijken staan de fabrieken. Zij maken kabaal, niet de rivier: staal op staal, stortingen uit kiepwagens. Hier wordt goed van de economische mogelijkheden gebruikgemaakt.

Vlakbij lijkt een huis in het water te drijven, een zandpad voert erheen, het is natuurgebied, nog wel. Het huis is verlaten, de grote schuur in onbruik maar in een onopvallend ander huis erachter zit een echtpaar aan het avondeten, en of ik even binnen kom. Ze wonen hier al meer dan veertig jaar samen met het water, dit was een melkveebedrijf maar dat moet wijken.

Het water lijkt de huiskamer binnen te stromen, zo dicht zitten ze erop. ‘Maar het staat niet extreem hoog hoor, wat je ziet is heel gewoon.’

Natuurgebied of niet, hun plek is geofferd aan een ‘overnachtingshaven’ voor de binnenschepen die almaar groter worden, nooit kleiner. Aan de economie die nergens rekening mee houdt. Boskalis is al bezig bomen te verwijderen, de slachtoffers zijn voorzien van blauwe stippen. Archeologen en biologen lopen rond om het verlies in kaart te brengen.

Het is een stikstofproject, uiteraard voorzien van ‘natuurcompensatiemaatregelen’, want elke waterstater weet dat een aflaat nodig is om aan de slag te gaan. Vijftig ligplaatsen, ook voor kegelschepen en hun gevaarlijke lading, een radargebouw voor het ‘scheepvaartmanagement’, parkeerplaatsen. De rivier krijgt hoge pieren om de stroom te temmen.

Bij Lobith is al een recente overnachtingshaven, maar daar groeiden de schepen uit, dus moet er nog één komen. En oja: Boskalis gebruikt ‘duurzame biobrandstof’ bij de bouw dus dat komt goed.

‘Vijftig voetbalvelden’, zegt de veeboer gelaten. ‘We denken steeds: waarom moet het op dit stukje?’

Waarschijnlijk omdat de mens de wereld niet als z’n meerdere ziet, maar als z’n mindere.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden