Column Peter Buwalda

Clowns hebben dan wel flapschoenen, ze hebben ook lange tenen

Ik heb mijn school niet afgemaakt, ik bedoel mijn rijschool, een fout waarvoor ik al vele jaren leergeld betaal in het ‘openbaar vervoer’ – de bajes op wielen, geloof mij maar. Van de week zat ik in de 35, zo onopvallend mogelijk voor me uit te staren, toen er op mijn schouder werd getikt. ‘Ik heb uw boeken niet gelezen’, zei een vrouwenstem. ‘Te dik.’

‘Euh… tja’, zei ik.

‘Ach, er zijn genoeg andere boeken. Ik weet waar u woont.’

Toch maar even omdraaien. De dame zat boven het achterwiel en hing voorover uit haar stoeltje. ‘Ik ben 70’, zei ze, ‘maar dat zou je niet zeggen. Wij stonden een keertje naar binnen te kijken. Pas na een hele tijd zagen we dat u erin was.’

‘Erin?’

‘In uw mooie huis. Dit is mijn zoon. Ferry? Hier zit de meneer die er toch was. Mag ik naast u komen zitten?’

Dat bedoel ik. Dat vertellen ze niet, tijdens de rijles. Ferry’s moeder wipte naar me toe. Ferry, die doorschoof, kwam boven mijn kruin te hangen.

‘Op televisie kijkt u bozer’, zei de vrouw. ‘Bent u erg serieus?’

‘Soms.’

‘We zien u wel eens in de Albert Heijn, met uw partner. Knipt u zelf uw haar? Wij denken altijd: hij knipt het zelf, maar pas als hij er niet meer doorheen kan kijken.’

Ik zei dat ik gewoon naar de kapper ging. Dit leek de vrouw hoogst onwaarschijnlijk. ‘Je knipt het wel zelf’, zei ze. ‘Mama’, kwam Ferry tussenbeide, ‘meneer zegt toch dat hij naar de kapper gaat?’

Zijn moeder bracht haar grote, ronde gezicht dicht bij het mijne. Mijn prachtige kapsel raakte de busruit. ‘Weet u wat ik wil worden?’

‘Later?’, stamelde ik. Ze vergrootte haar ogen.

‘Clown’, zei ze.

Was ik jonger geweest, dan was ik misschien gaan gillen. Maar gelukkig had ik kunnen oefenen. Ooit sprak ik een vrouw die jarenlang advocaat op de ­Zuidas was geweest, we zaten aan een diner. Maar nu was ze clown, zei ze terwijl ze me ernstig aankeek. ‘Wat’, antwoordde ik rillerig, ‘bijzonder.’

Ferry’s moeder, ging ze verder, volgde een tweejarige clownsopleiding. ‘En weet je wie dat betaalt?’

Ik schudde van nee.

‘Ferry.’

Ferry knikte glimlachend.

‘En weet je wat daar zo leuk aan is?’, vroeg zijn moeder.

Ik dacht koortsachtig na. Baatte Ferry misschien een circus uit waarin zijn moeder stage mocht lopen? Was Ferry misschien acrobaat, zodat ze over twee jaar een duo konden vormen? Voor kinderen?

‘Het leuke is dat Ferry gelooft in de vitaliteit van zijn moeder’, zei de vrouw. Ze trok haar wenkbrauwen hoog op en knikte langzaam. Ik zag het wel voor me, witte schmink, rode plastic neus.

‘Mooi beroep’, stamelde ik meeknikkend, ‘ik hoop dat het gaat lukken.’ Ik drukte op de knop.

‘Het gaat me zeker lukken’, zei de vrouw. Clowns hadden dan wel flapschoenen, maar ook lange ­tenen. Die ene bijvoorbeeld – de Joker.

‘En dan het circus in? Ik moet er zo uit, overigens.’ Ferry en z’n moeder schudden tegelijk hun hoofden. Ik had weer iets doms gezegd. ‘Nee, nee, niet het circus’, zei de vrouw terwijl ze me er langs liet. ‘Op straat. Met kerst ga ik op straat optreden, met lichtjes.’

‘Dag!’ riep ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden