China's twijfelachtige economische macht

De Wereldbank kondigde onlangs aan dat de Chinese economie die van de Verenigde Staten dit jaar zal voorbijstreven, gemeten in koopkrachtpariteit. Maar dit is een allerminst holistische voorstelling van de mondiale economische positie van China.

Zeker, de totale omvang is een belangrijk aspect van de economische macht. China heeft een aantrekkelijke markt en is de grootste handelspartner van veel landen.

Maar zelfs als het totale bbp van China dat van de VS passeert, zullen de twee economieën zeer verschillende structuren en niveaus van verfijning behouden. Het Chinese inkomen per hoofd van de bevolking is slechts 20procent van dat in Amerika en het zal op zijn minst nog tientallen jaren duren om dit in te halen (als dit ooit al gebeurt).

Bovendien moet China, hoewel het in 2009 Duitsland qua volume inhaalde als 's werelds grootste exporteur, zich nog ontwikkelen tot een echt 'sterk' handelsland, als gevolg van een matige handel in diensten en een productie met weinig waardevermeerdering. Ook ontbreekt het China aan het soort sterke internationale merken dat handelskrachtpatsers als de VS en Duitsland hebben: 17 van de top 25 wereldmerken zijn nog steeds Amerikaans.

De achterblijvende economische verfijning van China wordt ook weerspiegeld in de financiële markten, die slechts eenachtste zo groot zijn als de Amerikaanse en waar het buitenlanders slechts is toegestaan om een piepklein deel van de Chinese schuld te bezitten. Alhoewel China zijn financiële invloed heeft proberen te vergroten door het internationale gebruik van zijn valuta aan te moedigen, vertegenwoordigt door de renminbi gedomineerde handel nog steeds maar 9 procent van het mondiale totaal; die van de dollar 81 procent.

Zelfs de gigantische Chinese buitenlandse valutareserves zullen niet afdoende zijn om zijn financiële invloed te vergroten, tenzij de autoriteiten een diepe en open obligatiemarkt creëren met geliberaliseerde rentetarieven en een makkelijk converteerbare munt. De verschillen tussen China en de VS in termen van economische verfijning strekken zich ook uit naar de technologie. Alhoewel China meer patenten dan ooit uitgeeft, vertegenwoordigen er maar weinig baanbrekende uitvindingen. Chinezen klagen vaak dat ze iPhone jobs produceren, maar geen Steve Jobs.

Groeiende ongelijkheid

In de komende decennia zal de groei van het Chinese bbp afvlakken, zoals in alle economieën gebeurt als ze een bepaald niveau van ontwikkeling bereiken; gewoonlijk is dit het inkomen per hoofd van de bevolking dat China nu nadert. China kan tenslotte niet voor eeuwig op geïmporteerde technologie en goedkope arbeid blijven vertrouwen om de groei te ondersteunen. De Harvard-economen Pritchett en Summers hebben geconcludeerd dat een regressie naar het gemiddelde de groei op 3,9 procent voor de komende twintig jaar plaatst.

Deze schatting neemt de serieuze problemen die China de komende jaren moet aanpakken niet mee, zoals een groeiende ongelijkheid tussen het platteland en de stad en tussen de kust en het binnenland. Andere grote uitdagingen zijn een opgeblazen en inefficiënte staatssector, achteruitgang van het milieu, enorme binnenlandse emigratie, een ontoereikend sociaal vangnet, corruptie en een zwak rechtssysteem.

Bovendien zal China te maken krijgen met steeds nadeliger demografische omstandigheden. Na meer dan dertig jaar een eenkindpolitiek te hebben opgelegd zal de Chinese beroepsbevolking in 2016 zijn piek bereiken en zullen er in 2030 meer afhankelijke ouderen zijn dan kinderen. Zal de bevolking oud zijn geworden voordat ze rijk heeft kunnen worden?

Het autoritaire Chinese politieke systeem heeft gedemonstreerd dat het een indrukwekkend vermogen heeft om bepaalde doelen te halen, van de constructie van hogesnelheidslijnen tot de creatie van geheel nieuwe steden. De Chinese overheid is echter nog niet klaar om effectief te reageren op de steeds luidere roep om politieke participatie die een stijgend per capita inkomen neigt te vergezellen.

We moeten nog zien of China een formule kan ontwikkelen om een groeiende stedelijke middenklasse, regionale ongelijkheid en - op veel plaatsen - weerspannige etnische minderheden in toom te houden. Zijn achterlopende economische verfijning kan de zaken nog verder compliceren. In elk geval betekent het dat het totale bbp, hoe het ook gemeten wordt, niet toereikend is om te bepalen wanneer en of China de VS in economische macht zal passeren.

Joseph S. Nye is hoogleraar aan Harvard
© Project Syndicate, vertaling Melle Trap

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden