InterviewCharlie Koolhaas

Charlie Koolhaas: ‘Vertel migranten niet hoe ze van hun nieuwe thuis moeten houden’

In steden als Guangzhou en Dubai krijgt de multiculturele samenleving een heel andere invulling dan in het Westen, ontdekte kunstenaar en socioloog Charlie Koolhaas. In haar boek City Lust onderzoekt ze wat we daarvan kunnen leren. 

De Nederlandse kunstenaar en schrijver Charlie Koolhaas groeide op in Londen , maar woont en werkt momenteel vanuit haar studio in Rotterdam.Beeld Jiri Büller

Ze moest wel even wennen, toen ze neerstreek aan de rand van de Rotterdamse volkswijk Het Oude Westen. Het was 2011 en kunstenaar en socioloog Charlie Koolhaas kwam rechtstreeks uit China. De Nederlandse Koolhaas had, na te zijn opgegroeid in Londen, over de hele wereld gewoond. Haar laatste thuis voor Rotterdam was Guangzhou, een stad met 16 miljoen inwoners in het hart van de Chinese productieregio Guangdong, die circa 120 miljoen mensen telt. 

Was het een harde overgang?

‘Het voelde even alsof Rotterdam ver achterliep op China. De winkels gingen ’s avonds dicht en dan kon je geen eten meer kopen. Er was nog niet eens een Starbucks. Maar ik ontdekte al snel dat Rotterdam ook een heel verbonden stad was, ook met Guangzhou! Een havenstad, working class, heel urban. En er werd in hoog tempo gebouwd. De verandering gaat hier bijna net zo snel als in China. Nu heb je twéé Starbucksen in het nieuwe Centraal Station.’

En wat was die verbondenheid met Guangzhou?

‘Het zijn twee havensteden, ze zijn historisch verbonden als twee van de belangrijkste hubs ter wereld. Goederen stroomden zo heen en weer tussen Azië en Europa. Je kan wel zeggen dat de wereldeconomie in zijn huidige toestand deels door hen is gevormd.’

U vond China ook terug in Rotterdam?

‘Ik ontdekte dat veel van de eerste immigranten in Rotterdam Chinese scheepsbouwers waren. En ik woon dichtbij Chinatown, in een straat met een Chinees bejaardenhuis en een Chinese school. Als ik over straat loop, hoor ik het getiktak van oude mensen die mahjong spelen. Ik sta versteld van hoe het authentieke Chinese leven in zo’n kleine bubbel wordt gereconstrueerd.’

Op 7 februari lanceert Koolhaas in het Nederlands Fotomuseum City Lust, een boek vol fotografie en tekst over de steden waar ze tussen 2001 en 2011 leefde: Londen, Guangzhou, Lagos, Dubai en Houston. In de Rotterdamse OMI-galerie zijn de foto’s vanaf 17 januari te zien. Het is haar persoonlijke verhaal over verschillende wijzen van multicultureel samenleven. ‘En een indirect pleidooi voor een andere omgang met multiculturalisme, waarbij de markteconomie een motor wordt voor creatieve, multiculturele oplossingen in plaats van voor gentrificatie, waarbij verschillen worden uitgewist en een homogene cultuur overblijft.’

Dat pleidooi vindt zijn oorsprong in de straten van Noord-Londen, waar ze opgroeide als kind van Nederlandse ouders: kunstenaar Madelon Vriesendorp en architect Rem Koolhaas.

‘Mijn ouders kwamen naar Londen in de jaren zeventig. Engeland was toen nog vooral een monocultuur, je had niet eens kruiden.

‘Maar ik groeide op met andere buitenlanders en migranten. Die heel expliciete entree van de multicultuur in Londen maakte ik mee op straat, waar een diverse, urban cultuur heerste. Ik groeide op tijdens de opkomst van videoclips, raves, popcultuur, massacultuur, digitale revolutie – het voelde allemaal lineair: meer, meer, meer.’

Op haar 18de ging ze sociologie studeren in New York. Ze woonde er in een van de vele gebouwen van de NYU en werd zo onderdeel van de gentrificatie, precies op het moment dat de verstrekkende gevolgen van globalisering voelbaar werden. Gemeenschappen werden uiteengerukt doordat vastgoedeigenaren zoals haar eigen universiteit de huizen opkochten. Via omzwervingen in Houston en weer Londen belandde ze in 2004 in wervelend Guangzhou, waar de economie als experiment even vrij spel had gekregen. De grootste Afrikaanse gemeenschap van Azië woonde er: handelaren die de Chinese productie naar het Afrikaanse moedercontinent geleidden. Je had Afrikaanse markten, Afrikaanse restaurants, een Afrikaanse levensstijl. Er was geen ideologie van integratie of samenleven, zoals in het Westen. 

Zo zag Koolhaas vaker dat elders anders met migratie wordt omgegaan. ‘In de snelst veranderende, én meest ondemocratische, steden, speciaal in Guangzhou en Dubai, zag ik een collage van nationaliteiten die participeerden in de ontwikkelingen en nieuwe zakelijke mogelijkheden. Maar die wereldse mix aan culturen was vlug bij elkaar gegooid en de meeste mensen hadden kortetermijndoelen. Er was helemaal geen tijd om te assimileren –meestal was burgerschap natuurlijk ook helemaal niet mogelijk. Die immigranten reconstrueerden een soort knip-en-plakversies van hun oude huizen en gingen heel pragmatisch om met het samenleven. Erg anders dan in Londen: niet gebaseerd op idealisme. Het was heel praktisch en gaf ook een andere vorm van tolerantie: samenzijn zonder bemoeien of oordelen. Iedereen kon een eigen ruimte bezetten, alleen de economieën raakten verstrengeld.’

Ze zag extreme culturele verschillen op dezelfde fysieke plek, zonder identiteitsconflicten zoals in Nederland. Op een van haar foto’s lopen een vrouw in bikini en een vrouw in boerka schijnbaar onbezorgd langs elkaar op een Arabisch strand.

‘In de kern was er natuurlijk verhoogde politieke repressie, tegelijk was het een sociaal samenzijn dat minder expliciete culturele dominantie nodig had van de meerderheid over de minderheid. In Dubai vond ik Ierse pubs, Indische vissersnederzettingen en grote villa’s naast elkaar, in dezelfde straat heersten radicaal verschillende culturen, geloofssystemen en normen.’

In Guangzhou woont een grote Afrikaanse gemeenschap in wat ze daar Chocolate City noemen, een Afrikaanse Chinatown dus. Dat soort homes away from home maken de stad leefbaar voor de outsiders.

‘Natuurlijk zie je dat ook hier gebeuren, maar in Europa zijn we bang voor die segregatie, omdat het tegen onze politieke ideeën over integratie ingaat, terwijl het in China eerder wordt aangemoedigd.’

Ze is een eigenzinnige fotograaf. Op de foto’s gaat haar blik voorbij façades: geen klassieke portretten van mensen, gebouwen en landschappen maar terloopse doorkijkjes, slordig, alledaags en van binnenuit. Zoals mensen kijken. Haar beelden smelten samen met de perspectieven van de mensen in al die werelden: zoals iedereen ziet ze scheef, krom, ze ziet grauwheid, details, grapjes, kansen, hebbedingetjes. Overal verschillen, op een gegeven moment weet je niet meer naar welk land je kijkt.

‘Ik hoop dat mijn foto’s tonen dat de markteconomie multicultureel stedelijk leven kan versterken. Op mijn foto’s zie je de nieuwe culturele hybride’s: Chinese restaurants in Nigeria en Shishalounges in Guangzhou. City Lust is het verhaal van hoe de wereldeconomie in tien jaar definitief de global culture bestendigde: een set van gedeelde referenties aan dezelfde modes, eten, muziek, dansen, gadgets, design en technieken. Dat bevordert onze verhouding tot elkaar. Tegelijk zag je ook ideologische vraagtekens bij de globalisering en een terugkeer naar populisme en nationalisme. In het boek onderzoek ik de weerslag daarvan in het dagelijkse leven: wat van die nieuwe connectiviteit maakt ons bang? Ik interviewde en fotografeerde bijvoorbeeld in Guangzhou handelaren vanuit de hele wereld. Hun persoonlijke ervaringen vormen een nuance: hun realiteit staat tegenover het politieke gebral over handelsoorlogen.’

Staan zij dan positief tegenover China?

‘Over het algemeen waren de handelaren die ik sprak positief over China, omdat China enorm veel nieuwe  mogelijkheden bood om rijk te worden en te handelen – en de Europese en Amerikaanse tussenpersonen te elimineren die de wereldhandel eerst beheersten.

Natuurlijk waren het diezelfde mensen die zich in China het meest vervreemd voelden, ze streden met de beperkingen en vooroordelen van het systeem. Je kunt het een haat-liefdeverhouding noemen. Maar het belangrijkste is dat ze er niet waren omdat ze wilden participeren in het land of de cultuur. Ze waren er uit noodzaak en zouden hoogstwaarschijnlijk weer vertrekken. Het was puur utilitair multiculturalisme. Daarom trokken mensen zich terug in hun eigen enclaves.’

In China en Afrika fotograferen: heet dat trouwens niet culturele toe-eigening?

‘Ik ben natuurlijk Westers. In City Lust heb ik het expliciet over mijn Westerse blik. Ik wil laten zien dat we hier kijken vanuit zelfrechtvaardiging. Wij verwachten de rest van de wereld beter te maken met onze tolerante en democratische ideologieën. Ik onderzoek met omgekeerde blik: van welke vormen van openheid, tolerantie en samenleven kunnen wij Westerlingen leren van de rest van de wereld?’

En wat leerde u zo? Leven ze elders dan beter samen?

‘Ik leerde te denken buiten die Westerse parameters van goed en slecht. Ik leerde een wereld in beweging te observeren zonder de waardeoordelen die ik in mijn culturele opvoeding leerde. Ik word vaak gevraagd of mijn foto’s iets laten zien dat goed is of slecht, en om te zeggen wat beter is of slechter, maar mijn boek is een poging die polariserende concepten te vermijden.’

Wilt u zeggen dat het multiculturalisme op een meer economische manier kan worden benaderd?

‘Multiculturalisme heeft economische drijfveren. De meeste immigranten zijn op zoek naar geld, hun eerste toegangspunt tot een vreemde cultuur is de economie. Dat is waarom je in ongeveer elke stad op Curaçao of Kaapverdië, Italië of Polen, een Chinese discountwinkel kunt vinden, waar een Chinese familie spullen uit China verkoopt – dat is niet omdat die mensen van het weer of het eten houden. Het probleem begint wanneer je aan migranten gaat vertellen hoe ze van hun nieuwe thuis moeten houden. Het enige dat ze nodig hebben is een ­manier om geld te verdienen. En het simpele effect daarvan: hoe meer mogelijkheden om geld te verdienen, hoe gelukkiger de immigranten ­worden.’

In 2017 maakte ze het boek What Happened in Rotterdam, met foto’s en teksten over de bloeiende immigrantenstad en de gentrificatie. Nu is Rotterdam ook de stad waar het bureau van haar vader, OMA, werkt aan de stadsvernieuwing met en rond het nieuwe Feyenoordstadion. Dat kent een sociaal programma, maar een groot deel van de appartementen zal worden verkocht.

‘Mijn vader bespreekt zo’n project niet met mij, ik weet er gewoon niet veel van. City Lust gaat ook niet over Rotterdam en het Rotterdamboek gaat over mijn persoonlijke ervaring. Ik ben bezig met mijn eigen rol als kunstenaar. Ik heb moeten erkennen dat kunstenaars zoals ikzelf werken in het voordeel van de ontwikkelaars, als wij binnentreden in de goedkopere immigrantenwijken en er de huizenprijzen opjagen. Als ik met de vinger wijs, dan alleen naar mezelf. Ik ben niet op zoek naar een schuldige, maar het is constructief om mijn verantwoordelijkheid te erkennen.’

Gevraagd naar haar mening over het Nederlandse multiculturalisme, blijkt ze niet geporteerd te zijn voor het gelijkheidsdenken. Met haar zware, Londense accent wordt ze zelf vaak voor buitenlands versleten en laatst vroeg een 8-jarig meisje met Marokkaanse achtergrond haar of ze wel wist dat de Nederlanders Marokkanen haten.

‘Dat meisje begrijpt dus precies wie ze is in deze samenleving. Ze is niet gelijk. Maar het tolerante multiculturalisme ontkent haar ervaring en zegt: nee hoor, jij bent gelijk en als je maar heel hard werkt…’

‘Praat met de mensen en, o, dan is bijna iedereen aardig, antiracistisch, voor gelijkheid, tolerantie, fijn samenleven en heus van goede wil. Wij zijn gelijk, zeggen ze. Maar racisme ook bestríjden? Nee. En daarom houdt het wij-zijn-gelijkdenken een ingebakken racisme juist in stand.’

Wat moet je dan doen?

‘In een nieuw model zouden we bijvoorbeeld tegen de kinderen op de zogenaamde ‘zwarte scholen’ kunnen zeggen: jullie zijn met die Cito-toetsen hier op een zwarte school al verneukt. Vertel ze de waarheid. En zeg: wij gaan je op een andere manier de markteconomie binnenloodsen. We gaan je helpen gebruik te maken van je kansen en ingang verschaffen tot die global cultures.’

Wat stelt u concreet voor?

‘De laatste paar jaar heb ik ‘visual culture’-theorie gegeven aan universiteiten hier en in het buitenland. Ik heb me er altijd over verwonderd waarom we niet ook 8-jarigen meer mediatheorie en ondernemerschap  leren, nu ze al de mogelijkheid hebben om miljoenen te bereiken op YouTube. Daarom ben ik hier in Rotterdam in het Oude Westen met een kunstinstelling en een basisschool een reeks lessen aan het ontwikkelen die kinderen moet leren over media en culturele theorie. Niet met gedateerde ideeën over een zogenaamde ‘regenboogwereld’ maar met begrip van nieuwe manieren van ondernemerschap en zelfredzaamheid die beschikbaar zijn dankzij de global culture.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden