opinie

CBS verpakt politieke keuzen als cijfers, maar kan zich beter bij de feiten houden

Het Centraal Bureau voor de Statistiek bestrijdt het idee dat de inkomens van Nederlandse burgers de afgelopen vijftig jaar achterblijven bij de economische groei, maar met een foutieve redenering, meent Dirk Bezemer.

CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen tijdens een presentatie van de CBS-cijfers.  Beeld ANP
CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen tijdens een presentatie van de CBS-cijfers.Beeld ANP

Donderdag verscheen er een curieuze studie van het CBS.

Er is brede maatschappelijk bewustwording dat veel huishoudinkomens de laatste decennia achterblijven bij de economische groei, uitgedrukt in het bruto binnenlands product (bbp), terwijl ook de ongelijkheid in de verdeling van inkomens toegenomen is. De hele Tweede Kamer was in de Algemene Beschouwingen van 2020 vóór een hoger minimumloon. Zelfs de voorzitter van werkgeversclub VNO-NCW, Ingrid Thijssen, zei in februari dat werknemers meer moeten profiteren van bedrijfswinsten. De maatschappelijke kloof staat hoog op de agenda.

Tegen deze achtergrond publiceerde het CBS een document waarvan de boodschap is dat de inkomens tóch niet achterblijven bij de economie. De auteur van de CBS-studie is Peter Hein van Mulligen, tevens schrijver van het boek Met ons gaat het goed (Prometheus, mei 2020). Daarin, in vele tweets, en nu dus in een CBS ’longread’ bindt hij de strijd aan met publicisten die het anders zien. Hij is tevens hoofdeconoom van het CBS.

Ik voel me aangesproken, want in mijn boek Een land van kleine buffers (Pluim, augustus 2020) beschrijf ik op basis van CBS-cijfers de groeiende kloof tussen lonen en bbp-groei, en vooral: lonen en winsten.

Netto beschikbaar inkomen

Ook volgens de cijfers van grafiek 1 in de zojuist verschenen CBS-studie steeg het bbp in de twee decennia van 1999 tot 2019 met 24 procent, maar de huishoudinkomens slechts met 13 procent (beide als netto beschikbaar inkomen berekend, voor inflatie gecorrigeerd en per hoofd van de bevolking). Van Mulligen wijt dat verschil uitsluitend aan de jaren 2001-2008 toen de inkomens echt stilstonden. Maar het komt evenzeer doordat, en hierover zwijgt hij, in de hoogconjuctuur na 2013 de lonen niet bijgetrokken zijn.

Economen hebben er vaak op gewezen dat die achterblijvende lonen hoogst opmerkelijk zijn, gegeven de lage werkloosheid. In mijn boek ontleed ik het systeem dat tot die uitkomst leidt: chronische loonmatiging en vergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt enerzijds, en anderzijds via de belastingen bevordering van vermogensinkomens en van winsten.

De kabinetten-Rutte en hun directe voorgangers waren er vooral voor het bedrijfsleven en de aandeelhouders; ze vergaten een beetje dat er in de ’BV Nederland’ ook werknemers wonen, en dat er een publieke sector is die goede financiering behoeft. Over deze en andere oorzaken heeft Van Mulligen het ook al niet; hij concludeert eenvoudig dat ‘is aangetoond dat het idee dat het inkomen van Nederlanders al decennia achter zou lopen bij het bbp niet juist is’.

Huishoudens

Niet juist? Dit zijn de feiten, voor de laatste twee decennia en volgens de CBS-cijfers in zijn studie, grafiek 1. Het aandeel van de hoofdelijke inkomens van huishoudens in het hoofdelijke bpp daalde van 2001 tot 2008 van 50 procent naar 45 procent, en kwam nooit meer helemaal terug. Het bleef tot aan de corona-impuls van 2020 schommelen tussen de 44 en 47 procent. Dit gaat om tientallen miljarden euro’s verschil per jaar.

Van Mulligen zwijgt niet alleen over het achterblijven van de lonen na 2008; hij verklaart ook het groeiende gat tot aan 2008 nog weg. De afnemende huishoudinkomens, merkt hij op, werden niet zozeer weerspiegeld in stijgende winsten, maar in stijgende overheidsinkomsten in de vorm van zorgpremies. De overheid bekostigde met de premies stijgende ‘individuele overheidsconsumptie’ van huishoudens. Samen met hun geldinkomens is dit het ‘alternatief beschikbaar inkomen’ van huishoudens - dat keurig met het bbp meestijgt. Met dit cijfer in de hand komt de hoofdeconoom tot zijn stelling.

Het CBS voert met trots het motto ‘voor wat er feitelijk gebeurt’. Maar dit gaat niet meer over de feiten waarover we het hadden, namelijk dat de geldinkomens van huishoudens achterblijven. Dit gaat over de gevolgen van een politieke keuze. De overheid koos ervoor de hogere zorguitgaven op huishoudens af te wentelen; ze had ook de subsidie aan de fossiele sector kunnen aanwenden, of de vermogensbelasting verhogen, of de winstbelasting. Bedrijven profiteren immers ook van ons mooie zorgstelsel.

Zorg en onderwijs

Toch schrijft Van Mulligen over de ‘individuele overheidsconsumptie’ slechts dat het ‘huishoudens zijn die de zorg consumeren en dus baat hadden bij de gestegen zorguitgaven’. Vreemd. Uitgaven aan onderwijs bijvoorbeeld zijn óók deel van de ‘individuele overheidsconsumptie’. Als Van Mulligen consistent is, moet hij dus pleiten hij voor een nieuwe onderwijsbelasting voor alle huishoudens, nu het kabinet 8,5 miljard heeft toegezegd. Dat doen we natuurlijk niet . Bedrijven hebben evengoed belang bij een goed geschoolde bevolking, en betalen er dus terecht aan mee via belastingen. Maar Van Mulligen rationaliseert wel het afwentelen van zorgkosten op huishoudens.

Van Mulligen zei bij publicatie van de studie in de Volkskrant: ‘Ook bij mensen van wie je denkt, ‘die hebben er verstand van’, heerst nog vaak een beeld dat niet overeenkomt met de werkelijkheid.’ Het is wel een heel bijzondere variant van ‘de’ werkelijkheid die hij daarbij presenteert: één waarin huishoudens vanzelfsprekend meer moeten betalen dan bedrijven voor een collectief goed. En er op vooruitgaan, ook als ze dat in de portemonnee niet merken.

Ik trek twee conclusies. Eén: inkomens die acht jaar lang achteropraken op andere delen van de economie en het daarna nooit meer helemaal inhalen, lopen toch echt nog steeds achter. Twee: CBS, blijf bij je leest. Vertel ons de feiten en geef ons geen rationalisaties van politieke keuzen, verpakt als cijfers.

Dirk Bezemer is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden