Opinie AOW-uitgaven

CBS schetst scheve voorstelling van AOW-uitgaven

Wordt de AOW onbetaalbaar? Dat ligt er maar aan hoe je de kostenstijging berekent, aldus emeritus hoogleraar Harrie Verbon.

De vakbonden eisten in maart op de Dam dat de AOW-leeftijd wordt bevroren op 66 jaar. Beeld ANP

Onze belangrijkste economisch-statistische bureaus, namelijk het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Centraal Planbureau (CPB), gebruiken statistiek om aan te tonen dat een verhoging van de AOW-leeftijd tot grote besparingen op de overheidsuitgaven leiden. Bewust of onbewust gebruiken ze daarbij aannames die het zicht op de werkelijke ontwikkelingen van de AOW-uitgaven verduisteren. Zo verkondigde het CBS in september vorig jaar dat de hogere AOW-leeftijd de uitgaven aan AOW-uitkeringen afremmen. Dat lijkt een waarheid als een koe en dus een duidelijke rechtvaardiging voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Maar er zitten altijd verborgen ‘leugens’ in statistieken. In de mededeling van het CBS zit de boodschap ingebakken dat zonder de verhoging van de AOW-leeftijd de AOW-uitgaven voortdurend zouden blijven stijgen. Die boodschap is maar in een beperkte zin waar.

Nationaal inkomen

In euro’s is die boodschap natuurlijk zeker waar, maar dat zegt niet zo veel. Om na te gaan wat de werkelijke last van de AOW is, moeten we de uitgaven in euro’s relateren aan het nationaal inkomen. Laten we de AOW-uitgaven als percentage van het nationaal inkomen kortweg aanduiden met het AOW-aandeel. Als dat AOW-aandeel voortdurend zou stijgen door vergrijzing, moet er inderdaad steeds meer ruimte vrij gemaakt worden om de AOW te financieren. Maar, en dat is het goede nieuws, als het aantal ouderen toeneemt, hoeft dat AOW-aandeel helemaal niet te stijgen. Als we bijvoorbeeld kijken naar de periode van 1985 tot 2007, dan zien we dat het aantal AOW-ontvangers steeg van 1,7 naar 2,6 miljoen, terwijl het AOW-aandeel daalde van 5,4 procent naar 4,1 procent.

Hoe kan het AOW-aandeel dalen terwijl het aantal AOW-ers meer dan verdubbelt? Dat kan omdat de AOW-uitkering minder sterk stijgt dan het nationaal inkomen. De gemiddelde uitkering vermindert daardoor voortdurend in waarde ten opzichte van het nationaal inkomen en die vermindering weegt op tegen de toename van het aantal AOW-ers.

Het CBS laat zijn analyse van de AOW-uitgaven in het jaar 2007 beginnen. Het CBS berekent dan dat, terwijl de AOW-leeftijd is gestegen vanaf 2013, het AOW-aandeel toch is toegenomen, namelijk van 4,1 procent in 2007 naar 5,0 procent in 2018. Dat laatste cijfer van 5,0 procent zou zelfs nog hoger geweest zijn als de AOW-leeftijd niet was gestegen. De impliciete boodschap van het CBS is kennelijk dat het maar goed is dat de AOW-leeftijd wel is gestegen.

Helaas voor dit eerbiedwaardige instituut, maar deze boodschap is, bewust of onbewust, demagogisch. Het AOW-aandeel is namelijk niet gestegen omdat het aantal AOW-ers is toegenomen. Als dat de voornaamste reden zou zijn geweest voor de stijging van het AOW-aandeel, had dat ook in de jaren daarvoor het geval moeten zijn geweest, maar toen daalde het AOW-aandeel. Het AOW-aandeel is de afgelopen tien jaar gestegen omdat door de kredietcrisis, die in 2008 Nederland bereikte, het nationaal inkomen vijf jaar lang is gedaald. Onze vaderlandse politici zijn dan ook weer niet zo beroerd dat ze de AOW-uitkering laten dalen met het nationale inkomen. Het gevolg daarvan is dat op het hoogtepunt van de kredietcrisis de AOW-uitkering iets sterker steeg dan het nationale inkomen. Dat was veertig jaar lang niet gebeurd.

Stel eens dat we in 2008 geen kredietcrisis hadden gehad en dat de AOW-uitkering per persoon zich daarna net zo had ontwikkeld als tussen 1998 en 2007. We kunnen – met CBS-cijfers – uitrekenen wat er dan gebeurd zou zijn. Wat we dan vinden is dat zelfs als de AOW-leeftijd op 65 jaar was gebleven, het AOW-aandeel gewoon verder zou zijn gedaald, namelijk van 4,1 procent in 2007 naar 3,7 procent in 2018. Met de huidige AOW-leeftijd van 66 jaar, zou het AOW-aandeel in 2018 nog maar 3,5 procent zijn. Terwijl het aantal 65plussers hoger is dan ooit, zou dan het beslag van de AOW op het nationale inkomen lager zijn dan ooit.

Onheilstijding

Kortom, politici over een breed front proberen ons, met behulp van het CBS en het CPB, wijs te maken dat als de AOW-leeftijd niet verhoogd wordt de AOW op den duur onbetaalbaar wordt. Deze onheilstijding is gebaseerd op de aanname dat de AOW-uitkering even hard stijgt als het nationale inkomen. In de afgelopen veertig jaar is daar alleen maar sprake van geweest tijdens de kredietcrisis die ons vier jaren achteruit wierp. Dat waren achteraf gezien goede jaren voor de AOW, maar nu de economische groei weer uitbundige vormen begint aan te nemen, zien we de AOW-uitkering alweer langzaam maar zeker achter blijven bij de economische groei. Dit volgt allemaal uit gegevens die we bij het CBS kunnen vinden. Door een selectieve keuze van gegevens blijkt het CBS in staat een scheve voorstelling te kunnen geven van de ontwikkeling van de AOW-uitgaven. Dat is een fraaie illustratie van het bekende gezegde: er zijn leugens, er zijn grove leugens en er is statistiek.

Harrie Verbon is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.